Uit verveling – Awee Prins
Verveling – wie kent dit ogenschijnlijk triviale verschijnsel niet: de verregende woensdagmiddagen en de eindeloze zondagen uit onze jeugd? Maar de verveling kan ook een grimmiger karakter aannemen of zelfs uitlopen op een afgrondelijke leegte waarin de wereld zijn betekenis geheel verliest.
In Uit verveling verdedigt Awee Prins de tegendraadse stelling dat de diepe verveling de verborgen grondstemming is van onze tijd. Dat lijkt tegen vele intuïties in te gaan. Nog nooit hebben we het zo druk gehad. Of proberen wij met onze rusteloze bedrijvigheid de diepe verveling voortdurend te verdrijven?
Tegen de achtergrond van een autobiografische ‘Kroniek van een verveeld leven’ schetst de auteur een literaire geschiedenis van de verveling, die wordt gevolgd door een exploratie in wetenschappelijke pogingen tot opheldering van het fenomeen. Deze pareert Prins, uitgaande van Heideggers ‘verborgen hoofdwerk’ Die Grundbegriffe der Metaphysik, met een diepgravende fenomenologie van de verveling. Een beslissend inzicht luidt, dat wij bij het voortdurend ontwijken van de verveling nooit geraken tot wat de ‘diepe verveling’ ons te zeggen heeft.
Daarop zet de auteur zijn centrale stelling uiteen dat de verveling de onderdrukte grondstemming is van deze tijd, waarin ons weliswaar alles ter beschikking staat, maar eigenlijk niets ons nog werkelijk raakt. Toch tracht hij vanuit deze ‘overvolle leegte’ ook een uitzicht te bieden om ‘uit de verveling’ te geraken; niet door snel om zich heen grijpende ’tegenbewegingen’ als Slow te propageren, maar door op zoek te gaan naar een bestaan waarin wij de dingen weer ‘recht doen’. Daarbij knoopt hij niet alleen aan bij Rilke’s ‘dingmystiek’, Ponge’s pleidooi voor de dingen en Heideggers inzicht in de ‘concrete oneindigheid’ der dingen, maar ook bij Latours recente oproep de ‘Realpolitik’ in te ruilen voor een ‘Dingpolitik’.
Awee Prins’ even messcherpe als hilarische, even diepgravende als lichtvoetige ‘Kritiek van de vervelende en verveelde Rede’ is een lust om te lezen. ‘Never a dull moment’.
_____
Awee Prins (1957) is universitair docent fenomenologie, hermeneutiek en filosofie & kunst aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit.
Radioprogramma: In gesprek met Awee Prins
Volgens filosoof Awee Prins kunnen uit verveling de grootste dingen groeien. Het gebeurt alleen niet meer. De huidige westerse mens wordt nergens meer door geraakt, maar zoekt voortdurend het interessante in de hoop dat de verveling verdwijnt. In zijn boek “Uit verveling” houdt Prins een hartstochtelijk pleidooi voor de kunst van het vervelen.
↓
Luister naar de radiouitzending die plaatsvond voor de jaarwisseling, namelijk op 31 dec 2007 van 19:04??- 00:00 uur op Radio 1 (Kunststof). Presentatie: Jellie Brouwer
(het programma begint na de reclame.)


In organisaties wordt beleid ontwikkeld. Over beleidsontwikkeling zijn boekenkasten volgeschreven. Opmerkelijk is dat over beleidsbeëindiging nauwelijks boeken geschreven zijn. Kennelijk ligt het van Niets íets maken meer voor de hand dan vice versa. Niet alleen in organisaties is dat zo, ook individuen lijken het te prefereren. Denk aan het verschil tussen starten met iets, bijvoorbeeld roken, in vergelijking tot het weer stoppen met iets of terugkeren naar Niets. Om met Herman van Gunsteren te spreken: “Stoppen; U kunt het, u wilt het, u doet het niet”. Hoewel Niets (niet-doen, niet-handelen) wellicht het allergemakkelijkste of zelfs een oertoestand lijkt voor ons mensen (wat is er gemakkelijker dan Niets doen?) lijken we er alles aan te doen om daaraan te ontsnappen, zeker in organisaties.
Als we aan Niets denken, vrezen we al snel
stilte ervaren zij haast als oorverdovend. In organisaties lijkt Niets kost wat kost vermeden te moeten worden: stilstand is achteruitgang, meent men daar. Aart Goedhart en Barbara van der Steen beschrijven de paradox dat veel overprikkelde mensen, ‘rust en stilstaan’ als remmend en gevaarlijk ervaren. Hetzelfde geldt, volgens hen, voor organisaties. Door Jos Kessels en anderen wordt stilstaan in verband gebracht met bezinning ‘los van resultaten en organisatiedoelen’. Zij beschrijven ‘stilstaan’ als start voor mentale vrijheid. Niets is zo heerlijk.

