Het is tijd om weer eens op reis te gaan. Zo gaan we naar het Oosten, namelijk: Drenthe. Daarvandaan komt weer een prachtig bezield album van Daniël Lohues. Zijn en onze landgenoten Chef’ Special (Haarlem) en Blaudzun (Amersfoort) vergezellen hem in onze albumtips. Net als vorige week dus wéér veel goede nieuwe muziek uit eigen land. Verder reizen we nog naar het Zuid-Oosten. Het Oosten van Afrika welteverstaan. Daar komt weer een heerlijke ‘Ethiopiques’-plaat vandaan gemaakt door Girma Beyene & Akalé Wubé. Nadia Reid woont aan de andere kant van de wereld, namelijk in Nieuw Zeeland en om geluidsknutselaar Jason Lytle te bereiken die Grandaddy nieuw leven inblaast, moeten we naar de V.S. waar we ook Otis Taylor vinden die aan het fantaseren is. O ja, en er is natuurlijk nog de interessante nieuwe van Temples uit Groot-Brexitannië. Onze albumtips van weeknummer 10, 2017 op een rijtje:
- Daniël Lohues – Moi
- Girma Beyene & Akalé Wubé – Mistakes On Purpose [Ethiopiques 30]
- Nadia Reid – Preservation
- Grandaddy – Last Place
- Otis Taylor – Fantasizing About Being Black
- Chef’ Special – Amigo
- Temples – Volcano
- Blaudzun – Jupiter (part II)
Daniel Lohues – Moi
Daniël Lohues kreeg voor zijn werk tot nu toe onder meer onderscheidingen als een Zilveren Harp, Edison, Annie MG Schmidt prijs, hij werd Ere-Burger van de gemeente Emmen, ontving de Dagblad van het Noorden prijs, de H.T. Buiskool trofee en de Culturele Prijs van Oost-Nederland. Waar het geluid op voorganger Aosem (2016) soms deed vermoeden dat Lohues stiekem wel weer eens verlangde naar het spelen in een volledige band, heeft hij zich op Moi weer teruggetrokken in zijn eigen huiskamer. De liedjes zijn weer kleiner van opzet, maar zoals we na tien soloalbums inmiddels weten schuilt daarin ook een indrukwekkende kracht. Dat hij daarin nog altijd een even onverbeterlijke romanticus als nuchtere Drent is, laat openingsnummer “Loat Mij Maar Lekker Dit Doen” direct prachtig horen. De titel klinkt in het refrein als een oprechte dank voor zijn muzikale talent, om vervolgens direct weer te relativeren met “… wordt d’r zowat gelukkig van.” Iets scherper wordt het soms ook, bijvoorbeeld met het voor deze tijden goed geplaatste “Maak Joe Woar”. Daarnaast is Lohues weer even ontroerend als subtiel confronterend als voorheen, maar een “Gewoon Een Dag Op ’N Dorp” verdient als prachtig muzikaal stilleven van een doodgewone dag op het dorp nog een extra eervolle vermelding. [Recensie: o.a. M. Koetsier]
CONCERTTIP: Op donderdag 9 maart 2017 treedt Daniel Lohues op in Schouwburg Ogterop te Meppel. Het kost €25 en daarvoor krijg je ook een drankje in de pauze. Adres: Zuideinde 70, 7941 GK, Meppel, Tel. 0522 – 254242. Of check ff: www.meppel.nl/ogterop
Girma Beyene & Akalé Wubé – Mistakes On Purpose [Ethiopiques 30]
Laten we wel wezen: elke plaat uit deze langlopende Ethiopiques-serie is ont-zet-tend goed. Sommige albums ervan hebben zelfs een aparte kamer in mijn ziel – zóóó fijn. Niet voor niks is het Parijse label Heavenly Sweetness trots op dit album, hun 30ste in de reeks. Aan de orde is een samenwerking die generaties verbindt: de legendarische Ethiopische zanger en toetsenist Girma Beyene, die bekend is van zijn jazzwerk in de late Jaren 60 en de contemporaine band uit de Franse hoofdstad: Akalé Wubé. Ook die band brengt muziek die zwaar geïnspireerd is op de Ethiopische muziek uit de Jaren ’60 en ’70. Toch is het Ethiopiques gehalte op deze plaat helaas vrij laag. Ik mis het ritme van de kameel en de Ethiojazz en ontwaar vooral het ritme van een Amerikaans vette Cadillac met weliswaar een Ethopiër achter het stuur maar dat is toch niet hetzelfde. Op grote delen van dit album klinken Beyene en zeker Akalé Wubé vooral Dap-Kingsachtig. Er wordt Ethiopisch gezongen op Westerse soul, maar het Ethiopische pentatonische qenet systeem wordt door mij node gemist. Een versie van en eerbetoon aan ‘Musicawi Silt’, oorspronkelijk van het wereldwijd bekendste Ethiopische album ooit ‘Tche Belew’ uit de Zestiger Jaren van Hailu Mergia & The Walias met Mulatu Estatke, etc. ontbreekt echter niet [Zie hier ons artikel daarover op Fernweh Magazine]. Ze kennen hun roots. Ondanks het gemis van de exotique op het album Mistakes on Pupose, kun je er als muziekliefhebber eigenlijk alleen maar genieten. De authentiek klinkende set (vette funk, soul en jazz met een [te] kleine Oost-Afrikaanse draai) werd geproduceerd door nota bene Ethiopiques-oprichter en Oost-Afrikaanse muziekspecialist Francis Falceto. Weer een heerlijke tijdloze plaat in deze bij fijnproevers – en gelukkig een steeds breder publiek – als legendarisch bekend staande albumreeks. [Recensie: J. Stevens | Fernweh // Juno]
Nadia Reid – Preservation
De uit Nieuw Zeeland afkomstige singer-songwriter Nadia Reid maakte ruim een jaar geleden diepe indruk met haar debuut Listen To Formation, Look For The Signs. Haar tweede plaat is nog veel beter. Op Preservation overtuigt Nadia Reid met prachtige, voornamelijk ingetogen folksongs.
Grandaddy – Last Place
Geluidsknutselaar Jason Lytle blaast Grandaddy nieuw leven in. Oei, dát was even muzieknieuws van de bovenste plank, een paar jaar geleden. In 2006 trok hij de stekker er eigenhandig uit omdat er ‘een gebrek aan inkomen was ontstaan en daardoor de noodzaak van de band verdween’. Tja, als geldkwesties je creativiteit verdoven, dan is het einde zoek. Wel volgden er soloalbums en alternatieve collectieven (samen met Grandaddydrummer Aaron Burtch formeerde hij Admiral Radley), maar ‘t werd nergens meer zo relevant als voorheen.
En toch, en toch… In 2012 was daar het bericht dat Grandaddy weer bij elkaar kwam. Enkele live-shows volgden. Een jaar daarna meldt de geluidskunstenaar zelf dat hij het ‘erg leuk’ zou vinden om een nieuwe Grandaddyplaat te maken. Het duurde nog jaren voordat dit daadwerkelijk gebeurde. In september 2015 volgt inderdaad het bandbericht dat ze ‘werken aan een nieuw album’. Niets is zeker totdat het tegendeel bewezen is, denk je dan.
En nu is daar dan toch het vijfde studioalbum van de band: Last Place. Met Burtch, met Kevin Garcia (bas) met Tim Dryden (keyboards), met Jim Fairchild (gitaar). Grote vraag: kunnen ze het nog, dit illustere vijftal? Kort antwoord: jazeker! De ijzersterke single Way We Won’t werd een paar maanden al (check die hilarische, surrealistische clip) uitgebracht, maar daar blijft het qua genialiteit niet bij. De twaalf nummers (fijne, karakteristieke Lytle-teksten incluis!) behoren met gemak bij het beste wat de band in al die jaren maakte. Er zit eigenlijk geen misser tussen. Enkele absolute hoogtepunten? Het eigenwijs stuiterende Check Injin, de hit Brush With The Wild, het emotionele This Is The Part en de stuwende song I Don’t Wanna Live Here Anymore. Het jaar is nog zo jong, toch lijkt één van de medaillekandidaten voor het jaarlijstje al bekend te zijn. [Recensie: D. Dekker | Mania]
Otis Taylor – Fantasizing About Being Black
Ieder jaar brengt Otis Taylor wel een nieuw album uit en de kwaliteit blijft onverminderd hoog, een mix van blues, rock en jazz. Er is ruimte voor akoestische nummers, en ook wordt alles uit de kast gehaald om een ongekend powerhouse op te bouwen. Uiteraard zijn de kenmerkende pulserende drones niet weg te denken. Ze lopen dan ook op dit nieuwe album als een rode draad door het repertoire.
Chef’ Special – Amigo
De Haarlemse formatie Chef’ Special is al enkele jaren bezig aan een stevige opmars en gaat daar nu ook een internationaal vervolg aan geven. De band tekende in 2015 bij het vermaarde Atlantic Records, waarmee hun ambities bepaald niet onder stoelen of banken werden geschoven. Ook mocht de band mee als supportact voor het superpopulaire duo Twenty One Pilots tijdens hun Amerikaanse tournee. Hierdoor betraden de Cheffies al menig groot podium, wat te denken van Madison Square Garden… Amigo is voor, tijdens en na deze tour tot stand gekomen. Diverse jonge en getalenteerde producers zijn in de arm genomen om met het aangeleverde materiaal aan de slag te gaan, maar mede dankzij gitarist Guido Joseph zijn de songs om geproduceerd naar de eigen wensen en identiteit. Amigo is een consistente, frisse en krachtige plaat geworden waarmee hoge ogen kan worden gegooid. Plaatopener Because I Love You tekent de nieuwe motto’s van het volwassener geworden Chef’ Special: geen wantrouwen en achterdocht, maar met een open blik naar de wereld kijken. Dat de band is doorgegroeid valt ook af te leiden uit de diverse levenswijsheden die voorbij komen. ‘Money Is The Root Of Our Evil’, uit het über-aanstekelijke Money is daar een mooi voorbeeld van. Maar verder laten ze zich horen zoals we de Cheffies inmiddels kennen: veel energie (Amigo), veel hitpotentie (Into The Future) en ruimte voor ingetogenheid (Nicotine). Chef’ Special is er meer dan klaar voor om door de landsgrenzen heen door te beuken naar de echte grote podia. Maar dan met de eigen bandnaam als headliner. [Recensie: L. van Gaans | Mania]
https://youtu.be/dftptBaWz4s
CONCERTTIP: Ga Chef’ Special beluisteren in hun thuisstad. Dat kan op donderdag 9 maart 2017 in poptempel Patronaat, Zijlsingel 2, 2013 Haarlem. Tel. 023 – 517 58 50. Of check: www.patronaat.nl/. Maar je zult wel superrrrrsnel moeten zijn want het gaat hard met de kaarten.
Temples – Volcano
De Britse band Temples leverde iets meer dan drie jaar geleden met Sun Structures een zeer memorabel debuut af. Opvolger Volcano heeft lang op zich laten wachten, maar maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Temples heeft niet gekozen voor een herhalingsoefening, maar slaat op haar tweede plaat net wat andere wegen in. Ook op Volcano maakt de band muziek die in het hokje psychedelica past, maar waar de band op haar debuut voornamelijk putte uit de archieven van de psychedelica uit de jaren 60, klinkt de band op Volcano net wat moderner. Vergeleken met het debuut klinkt Volcano elektronischer en zijn veel meer invloeden uit de neo psychedelica (en hier en daar de progrock) te horen, maar gelukkig ontbreken de invloeden uit de jaren 60 niet volledig en benevelt Temples ook dit keer heerlijk met zweverige popsongs die uitnodigen tot wegdromen en die de fantasie eindeloos prikkelen. Temples vist hiermee in een overvolle vijver, maar blijft dankzij de geweldige songs en de avontuurlijke accenten de concurrentie uiteindelijk makkelijk voor. [Recensie: E. Zijleman | Mania]
CONCERTTIP: Op vrijdag 14 april treedt Temples op in Doornroosje, Nijmegen. Adres: Stationsplein 11, 6512 AB Nijmegen. De zaal gaat daar om 19.30 uur open. Surf voor kaartjes naar: www.doornroosje.nl/
Blaudzun – Jupiter (part II)
In oktober 2016 bracht Blaudzun het eerste deel van zijn trilogie Jupiter uit. Een voltreffer. Vergelijkbaar met eerder werk. Geen drastische koerswijzigingen, wel andere accenten (zoals destijds hier omschreven). Deel 1 telde 9 liedjes. Deel 2 evenzo. Geen 1 tot met 9 ditmaal, maar simpelweg 10 tot en met 18. Met beide delen kan ie een avond vullen. De reden van het drieluik? De vluchtigheid tegenaan. Uit dat vaste stramien ontsnappen van een album creëren en op tournee gaan. En dat trucje herhalen, om de zoveel jaar. Deel II is energiek en herbergt sfeervolle arrangementen met sporen van krautrock, intieme indiepop en een linkje naar Bruce & Bowie in de jaren ’80. Opgenomen in de Mailmen Studio in Utrecht, met vaste gast Martijn Groeneveld en broer Jakob, spelen drums en bariton sax wederom een belangrijke rol, op dit deel aangevuld met nadrukkelijk aanwezige analoge synths. Het wordt eentonig: sterk album! [Recensie: J. Teitsma | Mania]
Onze wekelijkse albumtips zijn te beluisteren en te volgen via onze Spotify-playlist:


Na het sterke debuut van deze band uit Tilburg, verliet Jean-Paul Lilipaly de band. Gezien zijn kwaliteiten had dit het einde van de band kunnen betekenen. In plaats daarvan nemen de vijf bandleden die achterbleven de zangpartijen nu om de beurt voor hun rekening. En dat klinkt lekker. Denk gitaarmuziek, Britse psychedelica uit de Sixties en hele fijne arrangementen. Dave Von Raven (The Kik) en Marcel Fakkers (The Madd) produceerden de plaat.
Supergroepen. Een titel die maar al te vaak wordt gegeven aan een aantal beroemdheden die samen gaan werken in de hoop dat de som van de talenten de genialiteit van de individuele sterren overstijgt en tot een meesterwerk leidt. Op papier werken die combinaties vaak beter dan in de werkelijkheid. Vaak een kwesties van ego’s. Er zijn uiteraard uitzonderingen, waarbij The Traveling Wilbury’s een goed voorbeeld was. Een spontaan idee leidde tot een ongedwongen samenzijn en prachtige muziek. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen toen Boudewijn de Groot, Hennie Vrienten en George Kooijmans na een gezamenlijk optreden besloten samen de samenwerking voort te zetten. Helemaal vreemd was de samenwerking ook niet: Boudewijn de Groot werkte al eerder met beide heren afzonderlijk samen. Het leidde tot een succesvolle tournee en een semi-live-in-de-studio opgenomen album onder de naam Vreemde Kostgangers. Bij de door George Kooijmans openingstrack Ik Ben Op Weg Naar Jou worden alle twijfels weggenomen. Een catchy melodie en gitaarriff. En ook een Nederlands zingende Kooijmans blijkt prima te voegen. Het is ook een verademing om Boudewijn De Groot weer eens lekker funky en uptempo te horen in De Roeiboot En Ik. De catchy koortjes van Kooijmans en Vrienten maken het nummer af. De zalvende nummers, Hoop en met name Vergeet de Pijn worden gezongen door Vrienten. De ontroerende tekst van laatstgenoemde song schreef Vrienten voor zijn echtgenote. Andere hoogtepunten zijn de single Touwtje Uit De Deur, prachtig Haags gezongen door Kooijmans en het eveneens door hem gezongen Nat en Roxy, dat evengoed in 1964 gemaakt had kunnen worden. Boudewijn De Groot schittert in ballads als Paulus Potterlaan en de grappige scheidingssong Scheiding met een aanstekelijk reaggaeachtig ritme. Hier spelen drie mannen die afzonderlijk al een enorm muzikaal erfgoed hebben opgebouwd. Vreemde Kostgangers bewijst dat puur speelplezier tot mooie dingen kan leiden. [Recensie: R. Buiters]
In Noord-Mali duurt de oorlog tussen regeringsleger en de Toeareg-opstandelingen voort. Daardoor kan de Malinees-Berberse band Tinariwen dat in het Tamasheq, de taal van de Toeareg, ‘Woestijnen’ betekent (De naam is een afkorting van de oorspronkelijke naam Taghreft Tinariwen: ontwikkeling van de woestijnen), net als de vorige keer, niet in eigen land opgenomen worden. De nieuwe plaat Elwan werd opgenomen in het in muzikaal opzicht al zeker van U2 beroemd geworden Joshua Tree, Californië. Maar men nam ook dichter bij huis op in M’Hamid El Ghizlane in Zuid-Marokko in een bedoeïenentent.
Nederlandse live-act en DJ-duo Artefakt brengt hun atmosferische debuutalbum uit op het roemruchte Nederlandse label Delsin. Achter Artefakt gaan Robin Koek en Nick Lapien schuil. Het duo kwam eerder met tracks op Field Records en vervolgens Prologue, Delsin en Konstrukt. Nick heeft eerder solowerk gemaakt onder de naam Lapien via Fred P’s Soul People Music, Finale Sessions, Rekids en DVS1’s Mistress Recordings, en Koek’s intrigerende sound design was eerder te horen in Toronto, Viseu, New York, Ohio, Berlin en natuurlijk Amsterdam.
Voor een band die garage met psychedelica en surf mixt is er altijd tijd. Het Rotterdams Iguana Death Cult is een nieuwe Nederlandse band, die je terug in de tijd voert. Maar met de energie van punk en ook helemaal van nu. Ze worden vergeleken met Ty Segall en Thee Oh Sees, Amerikaanse bands die een vergelijkbare soort van muziek maken. Toch is dit enthousiasme aanstekelijk, op de hoogste versnelling worden de pakkende nummers erdoorheen gejaagd. In Amerika houden ze ook erg van dit rauwe geweld en terecht. Goed tegen alledaagse sleur en frustraties. De vier leden hebben al wat goed bekeken optredens achter de rug, maar nu is er het rauwe, energieke debuut en dit zou bij optredens spannend kunnen gaan worden, als ze de hier getoonde rauwe energie ook op het podium kunnen laten zien. Fraai analoog door Chris van Velde intens en spontaan opgenomen album, voor liefhebbers. [Recensie: E. Mundt]
Dan is het nu toch echt even tijd om je muzikale grenzen wat op te rekken voor zover dat overigens met bovenstaande platen niet al gebeurd is. Black String is een hedendaagse Zuid-Koreaanse (!) band die weliswaar traditionele instrumenten gebruikt maar op een volstrekt nieuwe manier. De band debuteert met dit album op het prestigieuze Duitse Jazzlabel ACT. Voor zover dat je belangstelling nog niet wekt, zal het heilige vuur van de improvisatie dat bij de bandleden hevig brand, dat zeker wél doen. Even over de naam van de groep: dit betreft een letterlijke vertaling van ‘Geomungo‘. Waarschijnlijk zegt je dat nog niets, maar het betreft hier de Koreaanse sitar, jawel, die meesterlijk bespeeld wordt door bandleidster Yoon Jeong Heo. Het kwartet bestaat verder uit de daegeum (Koreaanse fluit), electrische gitaar en janggu (Koreaanse drum). In opwindende dialogen en solo’s zijn de bandleden afwisselend in solo’s en samenspel te horen. Zet je masker op en doe je dans. [Recensie: J. Stevens | Fernweh Magazine]


Het woord ‘Basmala’ (Arabisch: بسملة) komt van de Arabische spreuk Bismi’llah ir-Rahman ir-Rahiem (بِسْمِ اللهِ الرَّحْمنِ الرَّحِيمِ), die door moslims in beginsel voor elke goede daad gezet of gezegd wordt, die men begint. Hiermee wordt datgene wat men van plan is te gaan doen opgedragen aan God. Bijna elke soera van de Koran wordt er door voorafgegaan. In het Nederlands: “In de naam van God, de Erbarmer, de Meest Barmhartige” en: “In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle”. Ook in dit geval is dat zeer terecht want dit album kabbelt voort op een geweldig hip-hop fundament waar vakkundig ambient en minimalistisch atmosferisch geluid over is gelegd. Van daaruit balanceert Basmala voortdurend op de dunne lijn tussen elektronische muziek en avant-garde jazz. “Deep-nodic tones bring you to the right place of space”. Trefwoorden: Charles Mingus (maar dan een Mingus die in het bezit is van een MPC), afro-futurisme, seventies black fusion jazz-funk, Anti-Pop Consortium. Basmala is overigens een productie unit gespecialiseerd in Amerikaanse wereldmuziek en ambient soul. Een aparte plaat.
Deze jonge Canadese muzikante laat zich op haar tweede plaat beïnvloeden door de oude Amerikaanse Appalachen folk en bluegrass. De instrumentatie is uiterst sober en beperkt zich tot een elementaire ritmesectie en het al even elementaire banjospel van Kaia Kater zelf. Door subtiele toevoegingen van blazers, strijkers en piano en al even subtiele gitaarlijnen, klinkt de muziek van Kaia Kater echter anders dan die van haar soortgenoten door haar fascinerende stem vol soul. Aanrader voor liefhebbers van Gillian Welch en wie is dat nou niet.
Drie jaar na het fraaie Tookah is dit nog niet het vijfde studioalbum van Emiliana Torrini, maar een bijzondere samenwerking met het Belgische orkest The Colorist, waarvan Aarich Jespers (Zita Swoon) en Kobe Proesmans (Gabriel Rios) de spil zijn. Die laatste twee wilden graag eens samenwerken met de charismatische IJslandse en stuurden haar hun bewerking van heet nummer Animal Games. Torrini was onder de indruk en gaf het duo de vrije hand om nog meer van haar liedjes muzikaal te verbouwen. Dat resulteerde vorig jaar in een serie uiterst lovend besproken optredens in België, waarvan dit geslaagde album een registratie is. Enige nieuwe nummer is When We Dance, terwijl het voor een soundtrack geschreven Nightfall ook niet voor iedereen bekend zal zijn. In de linernotes speculeert Torrini over een vervolg van deze samenwerking. Wij zien daar naar uit. [Recensie: M. van Ravenhorst]
Bonga doet wat ie al jaren doet, maar toch is het elke keer weer nét even anders. Laat ik daarom maar meteen met het grote nieuws beginnen: Bonga Goes Fado! Dat doet hij maar één keer trouwens, op zijn nieuwste cd Recados de Fora (berichten van elders). Hij woonde jaren in Lissabon, totdat zijn strijd voor de Angolese onafhankelijkheid hem het land uitjoeg, naar Nederland, waar hij zijn eerste elpees opnam. Zijn blues zat ‘m altijd in de lamento’s uit Angola en de morna’s uit Kaapverdië, maar een fado kan ik me uit zijn tomeloos gigantische repertoire niet herinneren. Dat in Nederland gemaakte debuut kwam 44 (!) jaar geleden uit en Bonga, 74 alweer, blijft onvermoeibaar optredens doen en cd’s maken. Niemand weet inmiddels hoeveel: vele tientallen als je zijn Angolese en Portugese uitgaven meetelt. Naast die fado (Sodade, Meu Bem, Sodade) gaat veel op Recados de Fora volgens het vertrouwde Bonga-recept: een korte maar prachtige lamento opent de voorstelling, waarna we heen en weer gaan tussen aanstekelijke, snelle dansnummers en verrukkelijke mid-tempo meedeiners. Dit alles wordt – ook vertrouwd – bij elkaar gehouden door een puik spelende band, die op het uiterst swingende Ngo Kuivu wordt aangevuld met blazers en het erg fijne Odji Maguado met een Kaapverdiaanse cavaquinho. En natuurlijk is er weer de rasp van de dikanza en die andere rasp – Bonga’s eigen onvervalsbare stem.
Voor fans van Kurt Elling en voor zij die dat nog niet zijn, is dit album. Elling waagt zich aan een heus Kerstalbum. 