Hieronder staan de Albumtips van weeknummer 48 | 2016. Het is een mooie lijst geworden, vinden we zelf. We attenderen erop dat er veel (live-)verzamelaars uitkwamen deze week die weliswaar de moeite van het beluisteren zeer waard zijn maar die we vanwege het ‘verzamelaar’-karakter (m.u.v. onze bonustip) geen plaatsje hebben gegeven in deze wekelijkse Albumtiplijst. Bijvoorbeeld: De Staat – Live in Utrecht O., Prince: 4EVER; de registratie van het concert in de Royal Albert Hall van Bob Dylan in 1966 en Gregory Porter’s livealbum ‘live in Berlin’; Sun Ra – Singles noch Tim Buckley’s nieuwe oude: Lady, Give me Your Key.
Albumtips week Nr. 48 | 2016
- Carl Broemel – 4th of July
- Ben L’Oncle Soul – Under My Skin
- Howe Gelb – Future Standards
- Elephant Stone – Ship Of Fools
- Moussu T e lei Jovents – Navega!
BONUSTIP:
- Betty Harris – Lost Queen Of New Orleans Soul
1. Carl Broemel – 4th of July
Carl Broemel is vooral bekend als gitarist van My Morning Jacket, maar was de afgelopen jaren ook een veelgevraagd sessiemuzikant. Met 4th Of July laat hij horen dat hij ook als solomuzikant uitstekend uit de voeten kan. 4th Of July is een plaat die gemaakt lijkt voor zwoele zomeravonden en staat vol met lome muziek die stevig citeert uit de catalogus van de grote singer-songwriters uit de jaren 70. De tweede soloplaat van de Amerikaan ademt rust en ontspanning, deels door het heerlijke laid-back gitaarspel (dat af en toe mag ontsporen) en deels door zijn wat lome vocalen. Het zijn vocalen die hier en daar prachtig worden ondersteund door die van topzangeresssen als Laura Veirs en Neko Case, maar ook zonder hulp blijft Carl Broemel moeiteloos overeind. 4th Of July is een plaat die zich door het lage tempo wat langzaam opdringt, maar wanneer je eenmaal bent gevallen voor de muziek van Carl Broemel is 4th Of July een plaat om te koesteren. [Recensie: E. Zijleman]
2. Ben L’Oncle Soul – Under My Skin
Benjamin Duterde begon zijn carrière in de Franse gospelgroep Fitiavana en viel op omdat hij dezelfde das droeg als Uncle Ben van de bekende rijst. Reden voor zijn vrienden om hem l’Oncle Ben te noemen en met een lichte aanpassing is dat al jaren zijn artiestennaam. Diepe indruk maakte hij met zijn titelloze debuutplaat op Motown in 2010. Duterde beschikt over een soepele soulstem en houdt duidelijk van de klassieke soul uit de sixties. Met zijn soulcover van Seven Nation Army kreeg hij grotere bekendheid en zijn nieuwe plaat staat zelfs helemaal in het teken van een andere artiest: Frank Sinatra. Fly Me To The Moon krijgt een zwoele, met Al Green te vergelijken aanpak en is een van de hoogtepunten op deze bijzondere tribute aan Ol’ Blue Eyes vol soul, blues, reggae en jazz. [Recensie: B. Dijkman]
3. Howe Gelb – Future Standards
Howe Gelb, de buitengewoon productieve frontman van Giant Sand, vond tijdens het veelvuldige toeren toch nog de tijd voor het opnemen van een eigenzinnig jazz-album. Iets wat hij altijd al wilde doen. De laatste jaren greep hij al opvallend vaak naar de piano, maar Future Standards doet zijn jazz-invloeden nu eens goed profileren. In welke setting hij ook platen maakt, zijn typerende nonchalante stijl blijft altijd de boventoon voeren. Snedige strofes en melodieën, zoals op Impossible Thing doen af en toe een denken aan de onlangs overleden Mose Allison. Terribly So, een duet met zangeres Lonna Kelley, is het meest doordachte stuk van deze plaat. Tussen de veertien songs vinden we tevens een nieuwe versie van Shiver, die eerder verscheen op Chore of Enchantment uit 2000. Een begrijpelijke keuze, want ook hier is het een hoogtepunt. Een van de vele, want uiteindelijk weerklinkt in Future Standards’ intieme eenvoud misschien wel de meest persoonlijk kant van Howe Gelb. [Recensie: C. Ooijman]
CONCERTTIP: Op zondag 4 december 2016 treedt Howe Gelb op in het Zonnehuis in Amsterdam. Adres: Zonneplein 30, 1033 EK, Amsterdam.
4. Elephant Stone – Ship Of Fools
Vierde album alweer van deze Canadese band rond zanger en allroundmuzikant Rishi Dhir, die ondanks sterke platen als Elephant Stone (2013) en Three Poisons (2014) nog steeds wacht op een wereldwijde doorbraak. Wie weet dat die er binnenkort gaat komen, want album nummer vier, Ship Of Fools, is al net zo goed als zijn voorgangers. De Indiase invloeden die eerder werk kenmerkten zijn hier wat naar de achtergrond gedrongen, maar de psychedelische elementen vieren nog steeds hoogtij. Nieuw zijn de elektronische beats die nummers als Manipulator, Where I’m Going en See The Light naar grote hoogten stuwen, maar van een echte stijlbreuk is geen sprake. Het naar een nummer van de Stone Roses vernoemde Elephant Stone vindt op deze toffe plaat de juiste balans tussen experiment en toegankelijkheid en gezien de populariteit van geestverwanten als Tame Impala zou het dan ook niet meer dan terecht zijn als ook Rishi Dhir en zijn bandmaten nu eindelijk doorstoten naar de grotere zalen. [Recensie: M. van Ravenhorst]
CONCERTTIP: Dinsdag 29 november 2016 treedt Elephant Stone op in V11 te Rotterdam. Adres: Wijnhaven 10, 13011 WN, Rotterdam. Web: www.vessel11.nl/ kaartjes kosten 10 euro (excl. service fee). Zie daarvoor: www.Rotown.nl
5. Moussu T e lei Jovents – Navega!
Met hun unieke chansonbrouwsels van blues uit het diepe zuiden van de VS, met hun Caribische relaxtheid, provinciaalse volksmuziek en poëzie uit Les Hautes Alpes gemengd met een vleugje rock, zorgen ze allang niet meer alleen voor opwinding bij het Franse publiek. De band Moussu T e lei Jovents kan elk ingedut feestje alsnog tot grote hoogten spelen. Hun nieuwe album roept soms beelden op van een begin van Zydeco en Cajun. Een spicy plaat. Zoek je deze bijzondere plaat in je platenzaak? Kijk dan onder ‘wereldmuziek’. [Recensie: J. Stevens | Fernweh Magazine]
BONUSTIP:
Betty Harris – Lost Queen Of New Orleans Soul
Dit album, opgeduikeld uit de koninklijke tombes van de soul door Soul Jazz Records is een verzameling geweldige ‘soul en funk’-singles die door Betty Harris in de jaren 1964-1969 uitgebracht werden onder de muzikale leiding van de legendarische componist, muzikant en producer Allen Toussaint. [TIP: Als u Toussaint niet kent dan is dit wellicht dé kans om hem eens op te zoeken, bijvoorbeeld via Spotify of YouTube. Hij zal u niet teleurstellen!]
Maar nu terug naar de Lost Queen Of New Orleans Soul. De krachtige, soulvolle stem van Betty Harris past perfect bij de su-per-strak-ke funkband The Meters. Dit in combi met het, zoals eerder genoemd, talent van Allen Toussaint om prachtige songs te schrijven, maakt dat je helemaal terug bent in het New Orleans van toen. Vóór Katrina de stad verwoestte was het daar, zoals bekend, muzikaal goed toeven. Een hele lekkere plaat. [Recensie: J. Stevens | Fernweh Magazine]
Al onze wekelijkse albumtips beluisteren? Dat kan via onze Spotify-playlist:
(begint bij nr. 3)








Begin jaren negentig kreeg de hiphop een andere invalshoek dankzij De La Soul, Jungle Brothers en vooral A Tribe Called Quest. Haaks staande op de in zwang zijnde gangstarap maakte de groep gebruik van jazzsamples en in hun teksten waren ze ongewoon positief. In 1998 kregen de heren ruzie en stopte de band. Phife Dawg werd echter ziek en dat bracht de heren onlangs weer nader tot elkaar. Gedrieën werd nieuw werk opgenomen totdat het noodlot toesloeg en Phife in maart 2016 overleed. We Got It From Here blijkt echter niets minder dan een meesterwerk te zijn. Alle tracks zijn erg sterk en ook de bijdrages van de gasten – vooral Busta Rhymes is veelvuldig aanwezig – maken van dit slotakkoord een heuse hiphop classic die nog wel even zal nadreunen. [Recensie: B. Dijkman]
De officiële releasedatum van dit album is gepland op 28 november 2016 maar we konden niet wachten. Dit is wat Detroit-minded top DJ’s en producers uit de hele wereld over hem schrijven, naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe release:
Twee albums maakte ‘de zus van’ reeds, maar met haar derde plaat A Seat At The Table weet Solange diepe indruk te maken. Vier jaar heeft ze aan dit album gewerkt en het vormt samen met het bijgevoegde boekje met foto’s en teksten een uniek document van de zwarte geschiedenis op muziek gezet. Instrumentaal is de plaat zeer avontuurlijk en vernieuwend wat op zich al een prestatie is, maar gekoppeld aan de strijdbare teksten over de pijn en kracht van de zwarte gemeenschap en die van de vrouwen in het bijzonder, kreeg het niet eerder zo’n bijzondere vorm. Waar Beyoncé voor het grote gebaar gaat, kiest Solange voor een subtielere aanpak met meerdere lagen. RnB en jazz zijn de steunpilaren waaruit ze een volstrekt nieuwe sound weet te produceren die nu al overal op uiterst positieve reacties mag rekenen.

Mazzy Star zangeres Hope Sandoval vormde in 2000 samen met My Bloody Valentine drummer Colm O’Ciosoig Hope Sandoval & The Warm Inventions. Het leverde in 2001 en 2009 twee bijzonder fraaie platen op, maar sindsdien was het stil. De afgelopen jaren kwamen zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine weer tot leven, maar gelukkig is ook het andere project van Hope Sandoval nog altijd springlevend. Until The Hunter laat een zich bijzonder langzaam voortslepend geluid horen, waarin invloeden uit de psychedelica belangrijker zijn dan bij Mazzy Star. Vergeleken met Mazzy Star is het geluid van dit project van Hope Sandoval ook veelzijdiger. Until The Hunter laat lang uitgesponnen psychedelische tracks horen, maar ook zweverige folksongs, een fris gitaarliedje of toch opeens weer songs die aan Mazzy Star doen denken. Zoals we van Hope Sandoval gewend zijn domineren de lome en dromerige songs en dat zijn ook de songs waarin haar verleidelijke vocalen het best tot zijn recht komen. Heerlijke plaat om bij weg te dromen. [Recensie: E. Zijleman]
Johnny Cash zijn evident. De geweldige gitarist en wat ondergewaardeerde songwriter die je hoort is Rick Miller. Samen met de rest van de band geeft hij deze persoonlijkheid mee. Het album Electric Pinecones opent met Freak Flag waarbij je zult merken dat je voet onwillekeurig meetikt en daar ga je. Je drijft richting het mooie Slowly Losing My Mind. En alles daartussen? Heel fijn, heel fijn. [Recensie: J. Stevens | Fernweh Mag]
Soms wil je uit de drukte van het stadsleven
Drummer Jivraj Singh en multi-instrumentalist Nischay Parekh komen uit India en brachten daar in 2013 al dit album uit. Langzamerhand slaat hun opmerkelijke sound over naar de US en Europa, en terwijl ze inmiddels bijna hun tweede album gaan uitbrengen kunnen we eerst nog even kennismaken via deze wereldwijde heruitgave. En opmerkelijk is het, want het album opent met I Love You Baby, I Love You Doll, een nummer dat sterk herinnert aan Fred Neil’s Everybody’s Talking (!), terwijl de twee nummers die volgen meer gemeen hebben met Dylan’s Nashville Skyline (!!) dan met muziek die wij, bevooroordeelde westerlingen, meer associëren met de transistorradio muziek die de straten van Mumbay bevolken. Daarna wordt het album zelfs een stuk steviger en eigentijdser om naar het eind van het album weer terug te keren naar de akoestische sound van het begin. En dat alles in 25 minuten. Bijzonder album. [Recensie: J. Vreugdenhil]
De tweede langspeler van Noura Mint Seymali komt na Tzenni, heet Arbina en is goed. Heel erg goed zelfs. Recensent Z. Lipez van Noisey/Vice is er lyrisch over:
Weyes Blood is de naam waaronder Natalie Mering alweer een jaar of 10 muziek maakt. In dat decennium heeft Natalie zich ontwikkeld van lo-fi avant-gardiste tot gothic folkie tot intrigerende en melodieuze chanteuse met een sterke hippie inslag. Die evolutie is te volgen op haar albums. De eerste single van deze plaat is Seven Words, een ballad, die rustig de tijd neemt om zich te ontvouwen. Inspiratie lijkt Natalie te hebben geput uit het werk van Natalie Merchant, maar vooral van de legendarische, veel te vroeg overleden Judee Sill.
Anouk is van alle markten thuis. Met Fake It Till We Die, haar nieuwste album en de tweede die ze dit jaar uitbrengt, bewijst de Haagsche zangeres dat ze bomvol sterke teksten zit en ook goed gedijt in de funk en soul. De opener There He Goes brengt je met een Curtis Mayfield-achtige Superfly melodie direct in de juiste sferen. Veel blazers en gedempte kerkorgels, maar ook synthesizers zijn ingezet om de juiste ‘undergound feel’ neer te zetten. Pakkende, persoonlijke teksten en een continue variatie aan stijlen eisen de aandacht van de luisteraar op. Boos wenst de zangeres een oude liefde de eeuwige verdommenis toe. ‘Burn motherfucker, burn in hell’ gromt uit de speakers bij het stevige nummer Burn. Van pittig en woest naar zwoel en sexy. Ze draait haar hand er niet voor om. En zoals we van Anouk gewend zijn: ze neemt geen blad voor de mond. Het veelbesproken Down Daddy Down brengt op een traag ska-ritme lyrics als ‘You sure love my legs and what’s in between’. Het levert geheid rode oortjes en blozende wangen op. Mannen, seks en liefde en de onzekerheid die hiermee gepaard gaat, zijn duidelijke inspiratiebronnen geweest, zoals ze zelf ook aangeeft in de nummers Take It Slow, I Just Met A Man en My Man; ‘He’s my inspiration.. I don’t have to die to go to heaven.’ Een energieke plaat, vol pit en passie, wat experimenteler dan anders, maar nog steeds een authentieke Anouk. Eentje die bij geen muziekliefhebber mag ontbreken. [Recensie: S. den Toom]