• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud

Fernweh Magazine

Ontsnap. Steeds vaker. En verder..!

  • Actueel
  • Cultuur
  • Artikelen & Interviews
  • Colofon
  • Winkelmand

Filosofie

De hopeloze kunst een goede hotelkamer te boeken

De hopeloze kunst een goede hotelkamer te boeken

by J. Stevens · jan 1, 2017

Maar al te vaak ondervinden we dat een hotel voor vrijwel alle activiteiten geschikt lijkt: je kunt er heerlijk eten, films on demand kijken, een drankje drinken, fitnessen en sporten waaronder soms zwemmen; maar één ding kun je er niet en dat is, gek genoeg… slapen! Ik noem alleen al de technische onmogelijkheid in veel hotels om een kamerdeur zachtjes dicht te trekken; de klink kan niet omlaag dus gasten zullen de deur hard in het slot moeten trekken, op een manier waarbij veel geluid gegarandeerd is. Maar veel geluid én slapen? Precies: dat gaat dus niet samen. Niet alleen daarom is het van belang dat wij bij de keuze voor een hotelkamer zorgvuldig te werk gaan, tenminste als wij er willen kunnen slapen. En dat willen wij.

Bij het lezen van Kuren van Hermann Hesse bleef ik hangen bij de zoektocht naar een rustige hotelkamer. In zijn heel persoonlijke boek Kuren* gaat hij (heel) precies op deze problematiek in, in een prachtige passage die ons, hotelkamerboekers en mede-rustzoekers, toch niet onthouden mag worden. Ter inspiratie en overdenking voor het geval u de volgende keer weer eens door de receptioniste gevraagd wordt welke kamer u wenst…!


Passage van Hermann Hesse in Kuren*:

Baden Baden - Hermann Hesse - Fernweh[…] ik vulde een aanmeldingsformulier in, en begaf mij hierop in onderhandeling over mijn kamer, iets wat een normaal mens niet kent, waarvan de gruwelen een naïeveling ten enen male onbekend zijn en waarvan de duistere volledigheid slechts geopenbaard is aan een in een vreemd logement verzeild geraakte aan eenzaamheid en absolute stilte verslaafde, aan slapeloosheid lijdende kluizenaar en letterkundige.

Een hotelkamer nemen is voor normale mensen een kleinigheid, een alledaagse en zonder gevoelens geladen handeling die je in twee minuten achter de rug hebt. Voor een van ons echter, een van ons neurotici, slapelozen en psychopaten wordt deze banale handeling buitengewoon overstelpt met herinneringen, affecten en fobieën, een martelgang. De vriendelijke hotelier, de sympathieke receptioniste die ons, op eens gegeneerd dringend verzoek, hun ‘rustige kamer’ laten zien en aanbevelen hebben geen flauw benul van de storm van associaties, bange vermoedens, ironieën en zelfironieën die dit fatale woord bij ons opwekt. Hoe goed immers, hoe gruwelijk precies, hoe afgrijselijk diepgaand zijn wij vertrouwd met deze rustige kamers, deze decors van onze smartelijkste kwellingen, onze pijnlijkste nederlagen, onze diepst verborgen schande! Hoe vals en geniepig, hoe demonisch zien deze aardige meubels, deze goedbedoelde tapijten en vrolijke behangetjes ons aan! Hoe fataal, hoe vernietigend grijnst die vergrendelde verbindingsdeur met de kamer ernaast, die onzalig genoeg in het merendeel dezer kamers voorhanden is, doorgaans zich bewust van zijn eigen misselijke rol en derhalve preuts bedekt met een linnen gordijn! Hoe gepijnigd en onderworpen kijken wij omhoog naar het gewitte plafond, dat op het moment der bezichtiging steevast een zwijgende, lege grijns vertoont, om dan ’s avonds en ’s morgen vervaarlijk te gaan dreunen van de voetstappen der bovenburen — en waren het alleen hun voetstappen maar! Bekende vijanden zijn de ergste niet! Nee, op het noodlottige moment rollen over dit onschuldig witte vlak, evenals dwars door de dunne muren heen, onvermoede gedruisen en vibraties, weggesmeten laarzen, op de vloer smakkende wandelstokken, kolossale ritmische bevingen (duidend op gezondheidsgymnastiek), omvergeworpen stoelen, een van het nachtkastje vallend boek of glas, het geschuif van koffers en meubelstukken. En dan nog die menselijke stemmen, de gesprekken, het gepraat in zichzelf, het hoesten, het lachen, het snurken! En verder, erger dan dit allemaal, de onbekende, onverklaarbare geluiden, al die zonderlinge sinistere klanken die wij niet verklaren kunnen van van herkomst en vermoedelijke duur wij geen enkel vermoeden kunnen vormen, die klop- en woelgeesten, al dat knappen, tikken, fluisteren, blazen, hijgen, ruisen, zuchten, knarsen, piepen en fluiten — God kent de rijkdom van het onzichtbare orkest dat zich schuil kan houden in de luttele vierkante meters van een hotelkamer!

De keuze van een slaapkamer is dus voor een onzer een uiterst netelige, belangrijke en dan nog vrijwel hopeloze onderneming, waarbij met twintig dingen, met honderd mogelijkheden rekening gehouden dient. In het ene vertrek is de muurkast, in het andere de kachelpijp, in het derde de ocarinaspelende buurman bron van akoestische surprises. Daar nu de ervaring uitwijst dat de zo vurig begeerde rust en slaapgaranties bij geen enkele kamer ter wereld vast te stellen zijn, daar nu ook de schijnbaar rustigste kamer verrassingen herbergt (heb ik niet al eens om er zeker van te zijn dat er boven of naast mij geen enkele rustverstoorder aanwezig was, op een afgelegen dienstbodenkamertje op de vijfde verdieping gewoond, om daar tot de bevinding te komen dat het boven mij in plaats van de gemeden tijdgenoten, op het dak krioelde van levenslustige ratten?) zou je derhalve tenslotte geen afstand moeten doen van iedere keuze, halsoverkop in je noodlot duiken en het toeval de vrije loop laten? Is het, in plaats van jezelf te kwellen en af te peigeren om dan een paar uur later toch teleurgesteld en treurig oog in oog te staan met het onvermijdelijke, niet verstandiger om het blinde fatum zijn gang te laten gaan en op goed geluk de eerste de beste kamer maar te nemen? Zeker, dat is verstandiger. Wij doen het echter niet, wij doen het misschien hoogstens een enkele keer, want zouden intelligentie en het vermijden van opwinding alleen ons doen en laten bepalen, wat zou er dan van ons leven terechtkomen? Weten wij niet dat ons lot aangeboren is, onontkomelijk, en hechten wij desondanks niet allemaal vurig en fanatiek aan de illusie van de keus, van de vrij wil? Zou niet ieder van ons, als hij een dokter kiest voor zijn ziektes, als hij beroep en woonplaats, een geliefde en een bruid uitzoekt, dit alles even goed en met wellicht beter resultaat aan het nuchtere toeval kunnen overlaten — en kiest hij niet desondanks, besteedt hij niet een massa hartstocht, moeite en zorg aan al deze dingen? Misschien handelt hij uit naïveteit, uit kinderlijke hartstocht, in het geloof aan zijn macht en overtuigd van de beïnvloedbaarheid van het noodlot; misschien ook handelt hij uit scepsis, grondig overtuigd van de waardeloosheid al zijner bemoeienissen, maar evenzeer overtuigd dat streven en handelen, kiezen en zichzelf kwellen mooier, vitaler, bevredigender, of op zijn minst amusanter zijn dan te verstarren in passieve resignatie. Hoe dan ook, in elk geval is dit hoe ik, clownesk kamerzoeker, te werk ga wanneer ik, alle diepe overtuigdheid van de vergeefsheid en koddige zinloosheid mijner strevingen ten spijt, ondanks alles telkens weer langdurige onderhandelingen voer over de te kiezen kamer en informeer naar buren, naar deuren en openslaande vensters, naar alle eventuele bijzonderheden. Het is een consciëntieus spel, een sport, als ik mij in deze onbeduidende, alledaagse kwestie telkens opnieuw inlaat met de illusie, met de fictieve spelregel dat dit soort dingen überhaupt voor een redelijke benadering in aanmerking komt, een redelijke benadering waard is. Ik ga hierbij even slim en even onnozel te werk als een kind bij de aankoop van snoepgoed of als een speler die zijn inzet baseert op mathematische tabellen. In al deze situaties weten wij maar al te goed dat we aan het nuchtere toeval zijn overgeleverd, en toch handelen wij, vanuit een diepe geestelijke behoefte, of er geen toeval zou kunnen en mogen bestaan, alsof alles ter wereld onderworpen zou zijn aan ons redelijk denken en coördineren.

Dus praat ik de vijf of zes leegstaande kamers nauwkeurig door met de bereidwillige juffrouw van de receptie. Over de ene krijg ik te horen dat er een violiste naast woont die elke dag twee uur oefent — wel, dat is in elk geval een positief gegeven, en bij mijn engere keuze streef ik nu naar een zo groot mogelijke afstand van kamer en verdieping in kwestie. Ik beschik trouwens over een gevoel, een verborgen zintuig voor verhoudingen en mogelijkheden der hotelakoestiek dat menig architect mij zou moeten benijden. Kortom, ik deed wat noodzakelijk is, wat verstandig is, ik handelde zorgvuldig en gewetensvol, zoals een neuroot bij het zoeken naar een slaapkamer wel handelen moet, en met het gebruikelijke resultaat, dat zich ongeveer als volgt formuleren laat: ‘Het haalt nu wel niets uit, en natuurlijk zal ik in deze kamer dezelfde avonturen en teleurstellingen aantreffen als in elke andere, maar ik heb in elk geval mijn plicht gedaan, ik heb mij er niet van af gemaakt en de rest beveel ik nu maar in godeshanden.’ Op hetzelfde moment zei diep, zeer diep in mijn binnenste een andere, zachtere stem: ‘Zou het dan ook niet beter zijn om alles maar aan God over te laten en al dit komediespelen achterwege te laten?’ Dat gebeurt nu ook altijd in dergelijke gevallen; en zoals gewoonlijk hoorde ik de stem, zonder hem eigenlijk te horen. Voor het moment was ik opperbest gestemd, en dus verliep de procedure naar genoegen, tevreden keek ik toe hoe mijn koffer in nummer 65 verdween en ging daarna mijns weegs.”


*Bron: Hesse, Hermann [vert. Pé Hawinkels] Kuren, Atlas, 2009 [oorspr. 1925], blz. 17-21


Afbeeldingsresultaat voor ffffound hermann hesse
AFBEELDING: Hermann Hesse [Calw, D. 1877 – Montagnola, CH. 1962]. Hij ontving de Nobelprijs voor Literatuur in 1946

Verder lezen over rust tijdens het reizen

Een ander perspectief op afstand nemen van drukte bieden onze plekken voor een digital detox in Nederland. Liever een streekverhaal? Lees over Alentejo: langzaam reizen door Portugal.

Categorie: Cultuur, Artikelen, Artikelen & Interviews, artikelen derden, Boeken, Filosofie

De Boulimisch Nervose Organisatie [Column]

De Boulimisch Nervose Organisatie [Column]

by J. Stevens · nov 3, 2016

‘Verdien € 500,-‘ zo luidt de koptekst van een mail van de HRM-afdeling. ‘Elke collega die een nieuwe collega aandraagt, verdient maar liefst €500,-‘ Het jachtseizoen is geopend, namelijk de jacht op talent. Het duurt niet lang meer voor de jacht ontaardt in een ware oorlog: een war on talent.

Raden van Bestuur weten zich in deze episode geen raad. Er is behoefte aan een boel mensen want het is een bull market. ‘Waar halen wij zo snel mensen vandaan?’, vraagt men zich af. Personele groeitargets worden gesteld en de messen geslepen, hoewel hier zonder mes en vork gegeten wordt. Gewoon, met beide handen, worden king size porties potentials gescout, topmensen ge-searched om vervolgens de organisatie binnengeschrokt te worden. ‘Sla het assessmentcenter maar even over. Binnenhalen die hap!’

Image result for ffffound fatOok zijn er organisatieonderdelen die ongemerkt enorm gegroeid zijn. ‘Ik geloof erin dat een divers personeelsbestand het beste tegemoetkomt aan de steeds diverser wordende eisen vanuit de markt’, spreekt de bestuursvoorzitter zijn troepen toe. Hij koestert de heimelijke wens om dit jaar het personeelsbestand te verdubbelen. Dit is onbeheersbare binge-werving & selectie. ‘Heerlijk schrokken, haast zonder te proeven en het punt van verzadiging komt nooit!’

Maar dan zijn er plotseling die gevoelens weer. Sommige managers voelen zich in toenemende mate schuldig. Het besef dat de organisatie in korte tijd ongelofelijk gegroeid is, lijkt door te dringen. De groei-euforie waarin het management, haast zonder erbij na te denken, mensen binnenhaalt, lijkt plaats te maken voor neerslachtigheid.

‘Zit er niet wat te veel vet op de botten bij sommige organisatieonderdelen?’ vragen sommigen zich heimelijk af. Zij vrezen dat het overgewicht op bepaalde plaatsen in de organisatie zichtbaar wordt. Gelukkig zijn daar de beoordelings- en functioneringsgesprekken weer, het middel voor ontslagaanzeggingen. De leiding beeldt zich in dat de eigen organisatie een enorme overhead heeft. Voordat deze ook anderen opvalt, laat de organisatie nu, met horten en stoten, mensen vertrekken. Voor de buitenwereld lijkt de omvang van de organisatie altijd constant. Stiekem, buiten het zicht van de buitenwereld, verlaten evenwel hele businessunits de organisatie. Ook intern wordt er nauwelijks over gepraat.

Image result for bulimia ffffoundDe kaasschaaf heeft inmiddels plaatsgemaakt voor de botte bijl. Kerntakendiscussies zijn aan de orde van de dag. ‘Waar staan wij als groep nog wél voor en waarvoor níet meer?’ De bekende adviesbureaus worden, als laxeermiddelen, ingehuurd om de hele dekselse boel eruit te mieteren. Ook bij sommige bekende adviesbureaus zelf, wordt de botte bijl van stal gehaald.

Aan de kwaliteit van high potentials en relatief nieuwe professionals wordt ineens getwijfeld. Destijds met veel bombarie binnengehaald, nu alweer uitgekotst. De broekriem wordt aangehaald, al het overtollige personeel wegbezuinigd. Managers voelen zich wat schuldig. Het snelle afslanken van de organisatie begint door te werken in de dagelijkse operatie van de organisatie: de dienstverlening hapert zo nu en dan. De stemming is depressief en neerslachtig.

Maar dan zijn er plotseling afdelingen waar ongemerkt alweer mensen zijn aangenomen. De RvB vraagt zich alweer af: ‘Hoe komen wij aan goede mensen?’ Het duurt niet lang of de afdeling HRM begint plannetjes te smeden. ‘Zou het geen goed idee zijn om collega’s te belonen met € 500,- als zij nieuwe collega’s werven?


Deze column is op 27-1-2010 eerder gepubliceerd in: De OrganisatieActivist


In deze column heb ik de typering van Bulimia Nervosa in DSM-IV, zoals gehanteerd binnen de psychologische wetenschappen, vrij vertaald naar een organisatietypologie binnen het daar geldende discours, in verhalende stijl, JS.

drs. Jorrit Stevens is als adviseur & partner verbonden aan: GrasFabriek | Veranderen met betekenis

Categorie: Artikelen, Filosofie

Wittgenstein had humor

Wittgenstein had humor

by J. Stevens · okt 8, 2016

Dat Wittgenstein humor had, blijkt wel uit onderstaande vrij onbekende passage van zijn hand.
Uit de ‘Simplicissimus’: raadsel der techniek.
(Beeld: twee professoren voor een in aanbouw zijnde brug.)
Stem van boven: ‘Lasz abi – hüah – Lasz abi sag’i – nacha drah’n mer’n – anders um!’*
–
– ‘Het is toch onbegrijpelijk, collega, dat een zo gecompliceerd en exact werk in deze taal tot stand kan komen.’

* Oostenrijks dialect, dat ongeveer betekent: ‘Laat zakken – Hé – Laat zakken, zeg ik je, daarna draaien we hem andersom!’
–
–
Image result for wittgenstein
Ludwig Wittgenstein, (taal)filosoof

Bron citaat: ‘Ludwig Wittgenstein – Losse opmerkingen. Een keuze uit de nalatenschap’, geredigeerd door Georg Henrik Von Wright m.m.v. Heikki Nyman, NL vertaling: Het Wereldvenster Baarn, 1979, blz 32

Meer filosofie in het dagelijks leven

Wittgenstein komt ook voorbij in ons verhaal over een minimalistische werkplek en ruimte voor aandacht. Over de rollen die we dagelijks spelen gaat My Dinner with André.

Categorie: Artikelen, Filosofie

‘The Fire of Life’ – een kort artikel van Richard Rorty over poezie

‘The Fire of Life’ – een kort artikel van Richard Rorty over poezie

by J. Stevens · dec 17, 2011

Richard Rorty schrijft in The Fire of Life over poëzie, verbeelding en troost. De onderstaande tekst is in het Engels; de oorspronkelijke auteursvermelding is behouden.

The Fire of Life

by Richard Rorty

In an essay called “Pragmatism and Romanticism” I tried to restate the argument of Shelley’s “Defense of Poetry.” At the heart of Romanticism, I said, was the claim that reason can only follow paths that the imagination has first broken. No words, no reasoning. No imagination, no new words. No such words, no moral or intellectual progress.
I ended that essay by contrasting the poet’s ability to give us a richer language with the philosopher’s attempt to acquire non-linguistic access to the really real. Plato’s dream of such access was itself a great poetic achievement. But by Shelley’s time, I argued, it had been dreamt out. We are now more able than Plato was to acknowledge our finitude to admit that we shall never be in touch with something greater than ourselves. We hope instead that human life here on earth will become richer as the centuries go by because the language used by our remote descendants will have more resources than ours did. Our vocabulary will stand to theirs as that of our primitive ancestors stands to ours.
In that essay, as in previous writings, I used “poetry” in an extended sense. I stretched Harold Bloom’s term “strong poet” to cover prose writers who had invented new language games for us to play; people like Plato, Newton, Marx, Darwin, and Freud as well as versifiers like Milton and Blake. These games might involve mathematical equations, or inductive arguments, or dramatic narratives, or (in the case of the versifiers) prosodic innovation. But the distinction between prose and verse was irrelevant to my philosophical purposes.

Shortly after finishing “Pragmatism and Romanticism,” I was diagnosed with inoperable pancreatic cancer. Some months after I learned the bad news, I was sitting around having coffee with my elder son and a visiting cousin. My cousin (who is a Baptist minister) asked me whether I had found my thoughts turning toward religious topics, and I said no. “Well, what about philosophy?” my son asked. “No,” I replied, neither the philosophy I had written nor that which I had read seemed to have any particular bearing on my situation. I had no quarrel with Epicurus’s argument that it is irrational to fear death, nor with Heidegger’s suggestion that ontotheology originates in an attempt to evade our mortality. But neither ataraxia (freedom from disturbance) nor Sein zum Tode (being toward death) seemed in point.

“Hasn’t anything you’ve read been of any use?” my son persisted. “Yes,” I found myself blurting out, “poetry.” “Which poems?” he asked. I quoted two old chestnuts that I had recently dredged up from memory and been oddly cheered by, the most quoted lines of Swinburne’s “Garden of Proserpine”:

 

We thank with brief thanksgiving
Whatever gods may be
That no life lives for ever;
That dead men rise up never;
That even the weariest river
Winds somewhere safe to sea.

 

and Landor’s “On His Seventy-Fifth Birthday”:

Nature I loved, and next to Nature, Art;
I warmed both hands before the fire of life,
It sinks, and I am ready to depart.

 

I found comfort in those slow meanders and those stuttering embers. I suspect that no comparable effect could have been produced by prose. Not just imagery, but also rhyme and rhythm were needed to do the job. In lines such as these, all three conspire to produce a degree of compression, and thus of impact, that only verse can achieve. Compared to the shaped charges contrived by versifiers, even the best prose is scattershot.Though various bits of verse have meant a great deal to me at particular moments in my life, I have never been able to write any myself (except for scribbling sonnets during dull faculty meetings a form of doodling). Nor do I keep up with the work of contemporary poets. When I do read verse, it is mostly favorites from adolescence. I suspect that my ambivalent relation to poetry, in this narrower sense, is a result of Oedipal complications produced by having had a poet for a father. (See James Rorty, Children of the Sun (Macmillan, 1926).)

However that may be, I now wish that I had spent somewhat more of my life with verse. This is not because I fear having missed out on truths that are incapable of statement in prose. There are no such truths; there is nothing about death that Swinburne and Landor knew but Epicurus and Heidegger failed to grasp. Rather, it is because I would have lived more fully if I had been able to rattle off more old chestnuts just as I would have if I had made more close friends. Cultures with richer vocabularies are more fully human farther removed from the beasts than those with poorer ones; individual men and women are more fully human when their memories are amply stocked with verses.

 


Richard Rorty (1931-2007) was an American philosopher best known for revitalizing the school of American pragmatism. He served as a professor emeritus of comparative literature at Stanford and was the author of several books, including Philosophy and the Mirror of Nature (Princeton University Press, 1979).


Source: Poetry Magazine https://www.poetryfoundation.org/poetrymagazine/article/180185

 

Verder lezen over poëzie en troost

Verwondering in het alledaagse vind je ook bij Wisława Szymborska. En in rituelen van herinnering en troost verkent Fernweh de ruimte die we aan verlies geven.

Categorie: Cultuur, artikelen derden, Filosofie, Poëzie

Tao, ook in een koffie verkeerd

Tao, ook in een koffie verkeerd

by J. Stevens · aug 29, 2010

Zoals Lao Tze al zei:
Zonder mijn huis te verlaten,
kan ik het hele universum kennen.”
De alomvattendheid van een ‘koffie verkeerd’, wordt in bijgaand filmpje mooi verbeeld. Zo wordt koffie drinken met aandacht een haast mystieke ervaring..!

Onze tip: zet je geluid aan.


Categorie: Artikelen, artikelen derden, diversen, Filosofie Tags: aandacht, verwondering

Teken van de tijd

Teken van de tijd

by J. Stevens · jul 30, 2010

Alain de Botton, filosoof, gisteren op Twitter:

Sign of the times: next year, I stand to make more of my income talking about my books to audiences than selling the books themselves.“

Afbeeldingsresultaat voor ffffound dollar sign

 

Categorie: artikelen derden, Boeken, Cultuur, diversen, Filosofie Tags: algemeen, filosofie, maatschappij

De Boulimisch Nervose Organisatie (column)

De Boulimisch Nervose Organisatie (column)

by J. Stevens · jul 9, 2010

‘Verdien € 500,-‘ zo luidt de koptekst van een mail van de HRM-afdeling. ‘Elke collega die een nieuwe collega aandraagt, verdient maar liefst €500,-‘ Het jachtseizoen is geopend, namelijk de jacht op talent. Het duurt niet lang meer voor de jacht ontaardt in een ware oorlog: een war on talent.

Raden van Bestuur weten zich in deze episode geen raad. Er is behoefte aan een boel mensen want het is een bull market. ‘Waar halen wij zo snel mensen vandaan?’, vraagt men zich af. Personele groeitargets worden gesteld en de messen geslepen, hoewel hier zonder mes en vork gegeten wordt. Gewoon, met beide handen, worden king size porties potentials gescout, topmensen ge-searched om vervolgens de organisatie binnengeschrokt te worden. ‘Sla het assessmentcenter maar even over. Binnenhalen die hap!’

Image result for ffffound fatOok zijn er organisatieonderdelen die ongemerkt enorm gegroeid zijn. ‘Ik geloof erin dat een divers personeelsbestand het beste tegemoetkomt aan de steeds diverser wordende eisen vanuit de markt’, spreekt de bestuursvoorzitter zijn troepen toe. Hij koestert de heimelijke wens om dit jaar het personeelsbestand te verdubbelen. Dit is onbeheersbare binge-werving & selectie. ‘Heerlijk schrokken, haast zonder te proeven en het punt van verzadiging komt nooit!’

Maar dan zijn er plotseling die gevoelens weer. Sommige managers voelen zich in toenemende mate schuldig. Het besef dat de organisatie in korte tijd ongelofelijk gegroeid is, lijkt door te dringen. De groei-euforie waarin het management, haast zonder erbij na te denken, mensen binnenhaalt, lijkt plaats te maken voor neerslachtigheid.

‘Zit er niet wat te veel vet op de botten bij sommige organisatieonderdelen’ vragen sommigen zich heimelijk af. Zij vrezen dat het overgewicht op bepaalde plaatsen in de organisatie zichtbaar wordt. Gelukkig zijn daar de beoordelings- en functioneringsgesprekken weer, het middel voor ontslagaanzeggingen. De leiding beeldt zich in dat de eigen organisatie een enorme overhead heeft. Voordat deze ook anderen opvalt, laat de organisatie nu, met horten en stoten, mensen vertrekken. Voor de buitenwereld lijkt de omvang van de organisatie altijd constant. Stiekem, buiten het zicht van de buitenwereld, verlaten evenwel hele businessunits de organisatie. Ook intern wordt er nauwelijks over gepraat.

Image result for bulimia ffffoundDe kaasschaaf heeft inmiddels plaatsgemaakt voor de botte bijl. Kerntakendiscussies zijn aan de orde van de dag. ‘Waar staan wij als groep nog wél voor en waarvoor níet meer?’ De bekende adviesbureaus worden, als laxeermiddelen, ingehuurd om de hele dekselse boel eruit te mieteren. Ook bij sommige bekende adviesbureaus zelf, wordt de botte bijl van stal gehaald.

Aan de kwaliteit van high potentials en relatief nieuwe professionals wordt ineens getwijfeld. Destijds met veel bombarie binnengehaald, nu alweer uitgekotst. De broekriem wordt aangehaald, al het overtollige personeel wegbezuinigd. Managers voelen zich wat schuldig. Het snelle afslanken van de organisatie begint door te werken in de dagelijkse operatie van de organisatie: de dienstverlening hapert zo nu en dan. De stemming is depressief en neerslachtig.

Maar dan zijn er plotseling afdelingen waar ongemerkt alweer mensen zijn aangenomen. De RvB vraagt zich alweer af: ‘Hoe komen wij aan goede mensen?’ Het duurt niet lang of de afdeling HRM begint plannetjes te smeden. ‘Zou het geen goed idee zijn om collega’s te belonen met € 500,- als zij nieuwe collega’s werven?


Deze column is op 27-1-2010 eerder gepubliceerd in: De OrganisatieActivist


In deze column heb ik de typering van Bulimia Nervosa in DSM-IV, zoals gehanteerd binnen de psychologische wetenschappen, vrij vertaald naar een organisatietypologie binnen het daar geldende discours, in verhalende stijl, JS.

drs. Jorrit Stevens is als adviseur & partner verbonden aan:

GrasFabriek | Veranderen met betekenis

Categorie: Artikelen, Filosofie Tags: columns, management, organisaties

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Ga naar Volgende pagina »

Copyright © 2026 Fernweh Magazine · Log in

  • Home
  • Winkel
  • Winkelmand
  • Mijn account
  • Inschrijven voor de nieuwsbrief
  • Cookiebeleid (EU)
Wij gebruiken cookies

Cookies helpen ons om de site goed te laten werken en om te begrijpen hoe bezoekers Fernweh.nu gebruiken. Kies zelf welke cookies je toestaat.

Functioneel Altijd actief
Deze cookies zijn nodig om de website goed te laten werken (bijv. voorkeuren / veilige login).
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt. Deze anonieme gegevens helpen ons om de ervaring van je websitebezoek te kunnen verbeteren.
Marketing
Met deze cookies tonen we partnerlinks en inhoud die past bij onze verhalen en de interesses van bezoekers.
  • Beheer opties
  • Beheer diensten
  • Beheer {vendor_count} leveranciers
  • Lees meer over deze doeleinden
Bekijk voorkeuren
  • {title}
  • {title}
  • {title}