Zeven stille strategieën om je aandacht te herwinnen
Stop met het zijn van een doelgroep. Verzet je! Begin met het terugnemen van je macht en ruimte – verzet je fysiek, mentaal en visueel.
Ze komen ongemerkt binnen. In je straat. In je scherm. In de ruimte tussen twee gedachten.
Elke dag duwen adverteerders hun wereld in de jouwe. Ze laten flitsen zien van een leven dat net iets beter is – strakker, succesvoller, verleidelijker.
Banksy schreef er ooit over, vol verzet en met bijtende helderheid:
“People are taking the piss out of you every day. They butt into your life, take a cheap shot at you and then disappear. They leer at you from tall buildings and make you feel small. They make flippant comments from buses that imply you’re not sexy enough and that all the fun is happening somewhere else. … They have access to the most sophisticated technology the world has ever seen and they bully you with it. They are The Advertisers and they are laughing at you.”
En elders, op een muur in Londen:
“If Graffiti Changed Anything It would be illegal.” — Banksy, Clipstone Street, Londen, april 2011
London: Clipstone Street, 2011
1. Word opnieuw eigenaar van je aandacht
Aandacht is het nieuwe bezit. Zonder toestemming nemen bedrijven die van jou over. Verzet is dan: bewust kijken – en kiezen wanneer je niet kijkt. Stilte is ook een keuze, en een vorm van kracht.
2. Herwin je visuele ruimte
De stad Grenoble in Frankrijk was in 2014 de eerste Europese stad die buitenreclame verbood. Driehonderd billboards verdwenen. Op hun plek kwamen bomen, informatieborden, lege lucht.
Een daad van schoonheid: de stad herstelde haar horizon, en schonk haar inwoners weer ademruimte.
Verzet als herwonnen macht: De stad Grenoble vervangt marketing en billboards door bomen en groen
3. Weiger de logica van assimilatie
In de film Detachment (2011, regie Tony Kaye), schrijft docent Henry Barthes op het bord: ASSIMILATE. En zegt: “OK, excellent. To absorb.”
Adrien Brody in Detachment. The classroom assimilate scene
Bron filmfragment: Detachment (2011). Regie: Tony Kaye (bekend van American History X). Adrien Brody speelt docent Henry Barthes. (Geïnteresseerd? Zie dan ook deze film)
De scène is een spiegel: hoe vaak vragen systemen van ons om te absorberen, in plaats van te bevragen?
4. Oefen kleine vormen van verzet
Een advertentie die je niet kunt ontwijken, is geen uitnodiging – het is inbraak. Maak er iets van. Knip, herschik, hergebruik. Of kijk erdoorheen.
Banksy noemde het reclaiming, een vorm van verzet:
“Any advert in a public space that gives you no choice whether you see it or not is yours. It’s yours to take, re-arrange and re-use.”
5. Verzet als het cultiveren van stilte
Gebruik ad-blockers. Kies routes zonder schreeuwerige schermen. Zet je telefoon op grijs. Gun je ogen een rustiger landschap. Luister naar wat overblijft als de ruis verdwijnt.
Vraag: wie spreekt? Voor wie is dit beeld gemaakt? Wie verdient eraan? Elke vraag is een kiem van vrijheid en een oefening in menselijkheid.
7. Bouw alternatieven
Plant bomen waar ooit borden stonden. Deel kunst, verhalen en plekken die niets verkopen. Creëer online ruimtes waar stilte kan blijven staan. Zoals Grenoble toonde: schoonheid kan werkelijkheid worden. Een stad zonder reclame ademt dieper.
Tot slot
Je hoeft geen activist te zijn om weerstand te bieden. Alleen een mens die niet langer overal mee instemt.
“You owe the companies nothing. Less than nothing. They have re-arranged the world to put themselves in front of you. Don’t even start asking for their permission.” — Banksy
De macht van marketeers verdwijnt niet met lawaai, maar met aandacht – met zachtheid, herhaling, en het trage ritme van mensen die weer zelf kiezen wat ze zien.
Als je dit interessant vond, vind je dit misschien ook interessant:
Vraag vooraf Kan een democratie zichzelf democratisch afschaffen? De geschiedenis zegt: ja. Maar wat betekent dat voor Nederland anno 2025?
Lees verder…
Vooraf – De democratie op Het Binnenhof in stormlicht
Het regent boven Den Haag. De wind jaagt plassen over het plein. Voor de hekken van het Binnenhof wapperen vlaggen: oranje met de leeuw, de oude prinsenvlag, zelfs vlaggen met tekens die we dachten achter ons gelaten te hebben. Hakenkruisen, gebalde vuisten, leuzen die in zwarte verf op spandoeken druipen.
De mensen die daar staan, zijn niet zomaar demonstranten. Sommigen willen het parlement binnendringen, alsof ze niet meer geloven dat het hun huis is. Sommigen roepen om eerherstel van een volk dat ze denken kwijtgeraakt te zijn. En binnen, in de zaal waar sinds eeuwen wordt gesproken, schuiven politici nerveus op hun stoel. Het lijkt alsof er geen gesprek meer mogelijk is: enkel schreeuw tegen schreeuw.
Dit is Nederland, oktober 2025.
“Democratie kan zichzelf vernietigen — niet van buiten, maar van binnenuit.”
Democratie voelt vaak als vanzelfsprekend, alsof ze een stevig huis is dat wel een storm kan doorstaan. Maar kijk langer en je ziet: ze is poreus. Haar ramen trillen, haar muren zijn dunner dan gedacht. Democratie kan zichzelf afschaffen, niet door een vijand van buiten, maar door de keuzes die wij zelf maken. Door de woorden die wij gebruiken. Door de stemmen die wij verheffen, of juist tot zwijgen brengen.
“Hoe bescherm je een systeem dat zichzelf kan opheffen?”
En dan dringt zich een vraag op die zowel in de kroeg als in de collegezaal gesteld kan worden:
hoe bescherm je een systeem dat zichzelf kan vernietigen?
Deel 1 – Hoe democratie zichzelf kan opheffen
De paradox van vrijheid in een democratie
“Vrijheid kan omslaan in chaos, en chaos roept om de sterke man.”
Plato zag het al in de Politeia. Een democratie, zei hij, kan zo vrij worden dat ze zichzelf verliest. Als iedere stem gelijkwaardig is, maar er geen respect meer is voor spelregels, glijdt vrijheid af naar chaos. En chaos roept om orde. Om een sterke man.
Alexis de Tocqueville vatte het samen als de tirannie van de meerderheid: een volk kan via stemmen zijn minderheden opofferen. Formeel blijft het een democratie, maar moreel verandert het in een dictatuur.
Carl Schmitt, de jurist die later met de nazi’s heulde, stelde dat democratie altijd een grens trekt: wie hoort er bij het volk, en wie niet? De meerderheid beslist, maar ze kan beslissen om een deel van de samenleving buiten te sluiten.
Hannah Arendt [meer over haar in de Stanford Encyclopedia of Philosophy – link] wees op een ander gevaar: zodra mensen zich overbodig voelen – zonder werk, zonder stem, zonder betekenis – worden ze vatbaar voor ideologieën die hen die betekenis wel beloven. Het is niet armoede alleen die mensen naar de rand drijft, maar het gevoel niet meer te bestaan.
Historische echo’s
“Democratie sterft meestal niet in één klap, maar door duizend kleine steken.”
Weimar, Duitsland, jaren ’20 en ’30. Het parlement koos een man die orde beloofde. Binnen maanden waren instituties uitgehold. Rechters werden loyalisten, kranten werden propaganda, oppositiepartijen verboden. Alles via wetten en decreten die formeel legaal waren. Democratie werd de machine van haar eigen afbraak.
Het is een les die te vaak vergeten wordt: democratie sterft meestal niet in één klap, maar door duizend kleine steken. Een regel hier, een uitzondering daar. Tot het moment komt dat niemand zich nog kan herinneren hoe het ooit was.
Nederland anno 2025
Wij denken vaak dat dit ons niet kan overkomen. Maar luister naar Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht. Hij wijst erop dat onze rechtsstaat niet alleen bestaat uit wetten, maar ook uit ongeschreven regels: ministers bemoeien zich niet met benoemingen, rechters worden gerespecteerd, politieke tegenstanders erkend. [link naar de Diesrede die Bovens in 2024 uitsprak als pdf]
Toen minister Faber zich dit jaar inhoudelijk bemoeide met wie wel of niet een lintje mocht krijgen, zou je dat met de kennis van wat Bovens schreef een “alarmbel” moeten noemen. Niet omdat lintjes heilig zijn, maar omdat dit soort bemoeienissen tegen de ongeschreven spelregels van de democratie ingaan. En wie die spelregels loslaat, sloopt het systeem dat ons allen beschermt, een beetje.
Er zijn meer tekenen. Een parlement dat wilde stemmen over een verbod op Antifa (anti-fascisten), terwijl niet veel later groepen die met geweld het Binnenhof wilden binnendringen, zich toonden met prinsenvlaggen en hakenkruisen. Wie had dat ooit na, de Tweede Wereldoorlog, nog voor mogelijk gehouden? Het respect voor de democratie en rechtsstaat die ooit vanzelfsprekend leek, brokkelt af.
Volksfilosofie
De volkszanger Dorus zong in de jaren vijftig over twee motten die langzaam zijn jas opaten: “Ze vreten m’n ouwe jas op, ik heb geen pest meer an.” Het klinkt komisch, maar het is een scherpe metafoor: je merkt pas dat je jas verdwenen is als de gaten te groot worden. Zo gaat het ook met democratie: je mist haar pas echt als ze al weg is.
En André Hazes zong ooit: “Ik heb de hele nacht liggen dromen…” Niet alleen een liefdeslied, maar mogelijk ook een echo van verlangen naar erkenning, naar gezien worden. Democratie is precies dat: het institutionele antwoord op de vraag om gezien te worden.
En dan Johan Cruijff, vaak weggezet als voetbalorakel, maar eigenlijk een filosoof van de straat: “Als je ergens tegen bent, moet je er wel iets beters voor terugzetten.” Democratie is kwetsbaar, maar haar alternatief is zelden beter. Wie haar afbreekt zonder plan, bouwt aan chaos.
Tegenstem: is de democratie niet gewoon dat de meerderheid beslist?
Iemand zou hier kunnen tussenkomen en tegen me zeggen: “Maar Jorrit, is dit niet elitair? Democratie ís toch gewoon dat de meerderheid beslist? Waarom zou een minister zich niet met lintjes bemoeien als het volk dat wil?”
Het antwoord: meerderheid alleen is niet genoeg. Democratie rust op meer dan tellen. Ze rust op vertrouwen, instituties, en op ongeschreven regels die de macht beteugelen. Zonder dat is meerderheid geen democratie, maar dictatuur in nieuwe kleren. Minderheden kunnen meerderheden worden en andersom. Zowel de minderheid als de meerderheid verdient de bescherming, vaak een ondergrens, van de democratische rechtsstaat.
Slotbeeld – Spel zonder scheidsrechter
“Zonder spelregels blijft er geen spel over — alleen macht.”
Stel je een voetbalwedstrijd voor, waar twee teams in een toernooi zeggen wij luisteren niet meer naar de scheidsrechter, trekken ons niets aan van lijnen en spelen zonder spelregels. De sterkste wint, maar niemand wil meer kijken en de rest van de teams (partijen) wil niet meer met die teams spelen. Zo gaat het ook met democratie: zodra we de regels vergeten die het spel mogelijk maken, verandert het spel zelf.
En dan zien we pas wat we verloren hebben.
Deel 2 – Het lied van de straat en de valkuil van de politiek
Inleiding – Stemmen van verlangen
Op een druilerige avond in een buurtcafé klinkt Hazes zachtjes uit de speakers: “’k Heb de hele nacht liggen dromen…” Aan de bar knikt iemand, neemt een slok bier. De woorden zijn simpel, maar raken iets dieps: het verlangen om gezien te worden, om ertoe te doen.
Populisme speelt op datzelfde snaarwerk. Het zegt: “Jij bent het volk. Jij bent degene die ze altijd hebben genegeerd. Nu is het jouw tijd.”
Het lied van de straat is daarmee geen randverschijnsel, maar de kern van de politieke verleiding waar Nederland anno 2025 middenin zit.
Populisme als logica
“Populisme schept een volk door een grens te trekken: wij tegen zij.”
De Argentijnse denker Ernesto Laclau beschreef populisme niet als een doctrine, maar als een logica. Het schept een “volk” door een grens te trekken: wij tegen zij. Binnen de kring: de ware stem van het volk. Buiten de kring: de elite, de vreemdeling, de verrader.
Chantal Mouffe ziet populisme als de onvermijdelijke expressie van politiek conflict. De vraag is: opent het dat conflict voor iedereen, of sluit het anderen buiten?
En Jan-Werner Müller waarschuwt: populisten zeggen altijd dat alleen zij het volk vertegenwoordigen. Daarmee zijn ze per definitie antipluralistisch. Wie buiten hun definitie van “volk” valt, verliest stemrecht in morele zin.
De aantrekkingskracht van erkenning
Waarom werkt dat zo sterk, ook bij kiezers die economisch gezien niets winnen bij populistisch beleid?
Omdat erkenning zwaarder weegt dan koopkracht. Wie zich niet gehoord voelt, zoekt een stem die zegt: “Ik zie jou.”
“Voor wie buiten(gesloten) blijft, voelt politiek als een gesprek achter glas.”
Mark Bovens en Anchrit Wille noemden dit onze diplomademocratie: hogeropgeleiden domineren de politiek. Hun taal, hun netwerken, hun gewoontes zijn maatgevend. Voor wie daarbuiten staat, voelt politiek als een gesprek achter glas.
Populisten slaan dat glas stuk. Zij zeggen: “Wij breken in. Wij halen jou naar binnen.” Zelfs als hun economische programma je niet helpt, resoneert die belofte.
Ressentiment en wrok
Friedrich Nietzsche noemde het ressentiment: de machteloosheid die zich omzet in wrok. Populistische retoriek geeft dat wrokgevoel een adres: migranten, Brussel, de linkse elite, de klimaatkerk.
Hannah Arendt liet zien hoe regimes in de twintigste eeuw betekenis beloofden aan wie zich overbodig voelde. Maar betekenis op basis van vijanddenken is onstilbaar. Vandaag is de vijand “de woke elite”, morgen is het een nieuwe groep. Het lied van de straat wordt dan een marsritme: eindeloos, maar niet bevrijdend.
Volksfilosofie – van Johny Jordaan tot Dorus
Johnny Jordaan bezong ooit: “Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs.” Een relatieve waarheid: thuis voelt groter dan de wereld. Populisme speelt precies met dat gevoel, dat iedereen wel herkend op een bepaalde manier. Je eigen stad of dorp, club of taal, land of elftal is natuurlijk ‘beter’ dan alle andere. Dat is leuk in sport en spel, zolang je maar voor ogen houdt dat het door eigen chauvinisme komt ofwel dat het uiteindelijk kortzichtig is en niet de waarheid. Zowel de Duitse Mannschaft en Oranje, zowel de linkse als rechtse partij heeft recht om te bestaan. Allemaal hebben ze een vader en moeder, kennen ze liefde en gevoel, hebben ze vrienden en voorkeuren.
Hazes zong in Een vriend over trouw en erkenning: “Ik heb geen geld, geen roem, geen macht, maar ik heb jou.” Populisme belooft hetzelfde: misschien heb je weinig, maar je hebt ons. Alleen gunt het populisme dat anderen niet en Hazes stond erom bekend juist wel heel vrijgevig te zijn en zich te bekommeren om anderen.
Dorus, in De kroegbaas, klaagde dat iedereen altijd meer kreeg dan hijzelf. Het is cabaret, maar ook een spiegel van ressentiment.
Deze stemmen maken zichtbaar dat populisme niet alleen een strategie is van politici, maar een echo van gevoelens die altijd al in de samenleving aanwezig waren. Maar belangrijk: het is maar wat je met die gevoelens doet! Gun je anderen ook het licht in hun ogen of alleen jezelf en jouw groep?
De digitale versterker
Nieuw is hoe sociale media die echo versterken. Algoritmes belonen woede, clicks komen uit conflict. Met het aanjagen, aanwakkeren en verzinnen van tegenstellingen wordt geld verdiend! Cass Sunstein noemt het de logica van de echo chamber.
Een uitspraak die vroeger in een kroeg bleef hangen, kan nu miljoenen keren gedeeld worden. Feit en fictie vloeien in elkaar over. Voor populisme is dat de perfecte voedingsbodem: elke woede vindt een publiek, elk frame wordt oneindig herhaald.
De valkuil van de politiek
“Wat eerst extreem leek, wordt langzaam normaal.”
En hier ligt de valkuil. Want ook de gevestigde politiek begint op dezelfde toon te zingen. Als populisten scoren met slogans, nemen anderen hun refrein over. Migratie wordt “het probleem”, klimaatbeleid “dwang”, democratische en rechtstatelijke instituties “de elite”.
Zo verschuift het hele register van de politiek. Wat eerst extreem leek, wordt normaal. En de democratie verliest langzaam de taal die nuance, pluraliteit en samenwerking mogelijk maakt.
Tegenstem tegen mijzelf
Iemand zou hier tegen mij kunnen zeggen: “Maar Jorrit, waarom zou dit verkeerd zijn? Is het niet juist democratisch dat mensen die zich vergeten voelen hun eigen vertegenwoordigers kiezen? Wie bepaalt dat hun stem minder legitiem is?”
Het antwoord: hun stem ís legitiem. Maar de methode die populisten hanteren – uitsluiten, vijandschap aanwakkeren – ondermijnt de democratie waarin die stem betekenis heeft. Populisme geeft je een stem, maar ontneemt tegelijk anderen hun stem. Het verhelpt de wond niet, het scheurt haar open.
Epiloog – Onder de leuzen en oneliners
Luister onder de leuzen en oneliners en je hoort geen haat, maar hunkering. Geen ideologie, maar verlangen. Het verlangen om niet overbodig te zijn.
Het lied van de straat verdient gehoord te worden. Maar zodra het verandert in een koor dat anderen het zwijgen oplegt, verliest het zijn menselijkheid.
De uitdaging is niet populisme verketteren, maar het verlangen erachter erkennen. En tegelijk te weigeren de valkuil in te stappen: de politiek van vijanddenken die ons allen verarmt.
Deel 3 – Van storm naar betekenis
Inleiding – Nederland in de stormfase
Herinner je de beelden nog van afgelopen maand? Groepen probeerden zich met geweld toegang te verschaffen tot het Binnenhof. Prinsenvlaggen, zwarte kruisen, geschreeuw tegen hekken. Het was alsof de storm die al langer door de samenleving raasde, nu fysiek zichtbaar werd in het hart van de democratie.
We hebben in Nederland een lange traditie van overleg, compromissen en polderen. Maar de afgelopen jaren lijkt dat geluid overstemd door storm. Ruzie over identiteit, polarisatie, complottheorieën, vijandsbeelden.
Dit is niet alleen een incident. Het is een fase. En misschien moeten we haar ook zo begrijpen: als een fase waar we doorheen moeten om verder te komen.
Groepsfasen – een natie als team?
“Nederland bevindt zich in de stormfase: conflict overheerst, afspraken ontbreken.”
De psycholoog Bruce Tuckman beschreef hoe teams zich ontwikkelen in fasen: forming, storming, norming, performing. Eerst wordt een groep gevormd, dan volgt conflict, daarna ontstaan afspraken en pas daarna samenwerking.
Nederland is geen bedrijfsteam. Maar wie door deze lens kijkt, ziet iets herkenbaars. We zijn voorbij de forming-fase: de spelregels van onze democratie kennen we. Maar we zitten nog niet in de norming-fase: afspraken over hoe we verder willen, ontbreken. We stormen. En hoe harder de storm, hoe verleidelijker de roep om iemand die het conflict simpelweg beëindigt.
Maar in de politiek werkt het net als in groepen: wie de storm(fase) wil overslaan, komt nooit tot volwassenheid.
De taal van de storm – uitnodiging om te variëren bij interpreteren
Wat stormt er eigenlijk? Het zijn niet alleen meningsverschillen, maar vooral ook de woorden die we gebruiken.
“Het volk” alsof dat één stem is.
“Veiligheid” alsof die alleen militair is.
“Vrijheid” alsof die enkel individueel is.
De stormfase is de fase van slogans. Woorden die ooit gelaagd waren, worden platgeslagen. Wie een ander register zoekt, bijvoorbeeld van de nuance, wordt weggehoond.
“Wie stormtaal wil overstijgen, moet woorden opnieuw betekenis geven.”
Maar precies dáár ligt de sleutel. Een samenleving komt pas verder als ze de stormtaal ‘ontstroeft’ (term ontleend aan Denkadviseren, Edu Feltmann) en nieuwe betekenissen zoekt.
Volksfilosofie – een trap tegen vanzelfsprekendheid
Annie M.G. Schmidt schreef in Dikkertje Dap over een jongetje dat via de nek van een giraffe een nieuw uitzicht kreeg. Het is een kinderversje, maar tegelijk een filosofie: je ziet pas nieuwe mogelijkheden als je ergens anders gaat staan.
S10 zingt in Adem je in: “Je hoeft niet te schreeuwen, ik hoor je wel.” Het is een fluisterende tegenstem in een cultuur die alleen luide woorden lijkt te kennen. Kwetsbaarheid als kracht.
En Typhoon rapte: “We zochten naar licht in het donker, en het licht was er al.” Een regel die niet alleen over liefde gaat, maar ook over samenleven. Misschien hoeven we niet steeds nieuwe vijanden te verzinnen, maar kunnen we het licht dat er al is opnieuw leren zien.
Volksfilosofie als trap tegen de vanzelfsprekendheid: ze laat ons zien dat er meer registers zijn dan de storm.
Historische echo’s – storm en norm
Dit land heeft storm vaker overleefd, niet dat ik ernaar terugwil, maar misschien toont het ons iets:
In de verzuiling leefden katholieken, protestanten, socialisten en liberalen naast elkaar, vaak gescheiden, maar samen droegen ze een systeem waarin conflict beheersbaar bleef.
In het poldermodel leerden werkgevers en werknemers hun tegenstellingen te vertalen in akkoorden.
Burgemeesters stonden boven partijen, niet om te heersen, maar om te bewaren.
Geen van die systemen was ideaal. Maar ze lieten zien dat storm ook kan leiden tot norm.
Filosofische horizon – Elias, Arendt, Habermas
“Storm vernietigt pluraliteit; norming vraagt om erkenning van verschil.”
Norbert Elias beschreef beschaving als een proces van zelfbeheersing. Storm is een terugval, maar ook een kans om verder te rijpen.
Hannah Arendt herinnerde ons eraan dat politiek pas begint wanneer mensen in pluraliteit verschijnen. Storm vernietigt pluraliteit door vijanden te maken. ‘Norming’ vraagt juist om erkenning van verschil.
Jürgen Habermas benadrukte dat democratie geen strijd om macht is, maar een praktijk van communicatie. Het gesprek zelf is het fundament. Storm zonder gesprek wordt chaos.
Tegenstem – Ja maar…
Een tegenstem zou mij kunnen toespreken: “Maar Jorrit, storm is toch ook democratie? Mensen die schreeuwen en botsen, dat is vrijheid van meningsuiting. Waarom zie je dat als gevaar?”
Het mogelijke antwoord: storm is deel van democratie, ja. Maar storm zónder norm is geen volwassen democratie. Het blijft een puberale fase. Vrijheid zonder bedding mondt uit in chaos. En chaos roept juist om de sterke man die de storm het zwijgen oplegt, dat lijkt een fase te zijn waar we nu in de westerse wereld inzitten en zelf wil ik die sterke man (dictator) liever voorkomen, door gezamenlijk een andere, volwassenere afslag te nemen, naar een nieuwe fase in democratie en rechtsstaat.
Epiloog – Stilte na de storm
Stel je voor: de regen stopt. Het Binnenhof droogt op. Mensen gaan naar huis, niet omdat ze overtuigd zijn, maar omdat de storm moe wordt. Wat blijft er over?
De schade is zichtbaar. Maar er is ook een kans. Want storm heeft blootgelegd dat onze taal tekortschiet. Dat we nieuwe woorden nodig hebben om samenleven te denken.
“Na regen komt zonneschijn,” zeggen we in de volksmond. Maar de zon komt niet vanzelf. We moeten leren haar weer te zien, door de storm heen.
Deel 4 – Democratie die altijd nog komt
Inleiding – Een nachtelijk lied
Het is drie uur ’s nachts in een buitenwijk van Rotterdam. Een paar mensen dwalen naar huis, een auto rijdt voorbij met de ramen open, muziek overstemt de stilte: Khaled zingt “Aïcha, écoute-moi.”
Luister naar mij. Hoor mij. Dat is misschien wel de meest eenvoudige en tegelijk diepste definitie van democratie: een samenleving waarin ieder mens kan zeggen “luister”, en waar die stem betekenis heeft. Van de MBO’er tot de professor, van de non-binaire persoon op straat tot de man in zijn villa, van medewerker tot management, van Aziatisch tot Oekraïens, van Islamitisch tot Joods, van havermelk tot gortepap en van jou tot mij.
Democratie is niet af. Ze is een belofte.
Democratie als onaf verhaal
“Democratie is nooit voltooid — ze is altijd onderweg.”
Jacques Derrida noemde het la démocratie à venir – de democratie die altijd nog komt. Ze is nooit voltooid, altijd onderweg. Geen bezit, maar een oefening.
Dat maakt haar kwetsbaar. Maar ook vitaal. Democratie kan zichzelf verliezen, maar kan zichzelf ook telkens opnieuw uitvinden.
Hannah Arendt wees erop dat pluraliteit de kern is: dat mensen mogen verschijnen in hun verschil. Niet als massa, maar als unieke stemmen. Democratie is het weefsel waarin dat verschil zichtbaar mag zijn.
En Jürgen Habermas hield vol dat de kern van democratie niet de macht is, maar het gesprek. Zolang er ruimte is om te spreken, te antwoorden en opnieuw te spreken, blijft democratie levend.
Volksfilosofie – stemmen van hoop
Ramses Shaffy’s regel “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder” lijkt een vrolijke opsomming, maar het is in wezen een politiek credo. Hij schetst het leven als meervoudig, onaf te vangen in één ervaring of één waarheid. Democratie is precies dat: een ruimte waar zingen en vechten, huilen en werken naast elkaar mogen bestaan zonder elkaar uit te wissen. Shaffy’s lied is geen vrijblijvend refrein, maar een lofzang op pluraliteit – de kern van wat Hannah Arendt het verschijnen in verschil noemde.
Khaled’s Aïcha klinkt als een liefdeslied, maar is in feite een gebed om erkenning. “Écoute-moi” – luister naar mij – is de grondtoon van alle democratische praktijk. Het lied draagt de spanning van de migrant: levend tussen werelden, vaak gehoord als buitenstaander.
Democratie die werkt, is een democratie die de smeekbede van Aïcha niet romantiseert, maar serieus neemt als politieke eis: laat mij niet onzichtbaar zijn. Hierin klinkt precies Arendts waarschuwing door: mensen worden gevaarlijk wanneer zij zich overbodig voelen.
“Wie zich uitgesloten voelt, zoekt erkenning — dát is de grondtoon van democratie.”
Boef’s regel “Niemand heeft mij wat gegeven, ik moest alles zelf pakken” wordt vaak gehoord als bravoure, maar is ook een diagnose van maatschappelijke buitensluiting. Zijn rap ademt de logica van het ressentiment dat Nietzsche beschreef: de ervaring van ongelijkheid omgezet in kracht, maar tegelijk beladen met wrok. Democratie die deze stem negeert, creëert het ressentiment dat populisten uitbuiten. Democratie die luistert, erkent de pijn onder de bravoure: dat meedoen aan het gesprek van de natie niet vanzelfsprekend was, maar bevochten moest worden.
Samen laten deze drie stemmen zien dat democratie niet slechts een abstract ideaal is voor elites en instituties, maar een praktijk die dagelijks leeft in cafés, op pleinen, in playlists. Ze herinneren ons eraan dat pluraliteit niet enkel een filosofisch concept is, maar een emotionele realiteit: de hunkering om gehoord, erkend en gezien te worden, ieder op eigen toonhoogte. Democratie als belofte betekent precies dat: ruimte maken waar Shaffy, Khaled en Boef tegelijk kunnen klinken, zonder dat één stem de ander tot stilte dwingt.
De verleiding van cynisme – Ja maar….
Maar hier klinkt mogelijk weer de tegenstem tegen wat ik hierboven zeg: “Derrida’s democratie-to-come is lucht. Het volk wil geen belofte, maar duidelijkheid. De meerderheid beslist en daarmee klaar.”
“Meerderheid alleen is geen democratie.”
Het antwoord is simpel en moeilijk tegelijk. Ja, duidelijkheid is aantrekkelijk. Maar meerderheid alleen is niet democratie. Zonder rechtsstaat, zonder bescherming van minderheden, zonder gesprek, wordt democratie een dictatuur van vijftig procent plus één.
Democratie die altijd nog komt is geen zwaktebod, maar haar kracht. Omdat ze nooit afgesloten is, kan ze altijd nieuwe stemmen opnemen, nieuwe afspraken maken, nieuwe betekenissen vinden.
Epiloog – Stilte na de storm
Stel je voor: de storm is gaan liggen. Het Binnenhof staat er nog. De ramen glanzen. Mensen lopen weer langs de poort, niet als vijanden, maar als burgers die samenleven in verschil.
Democratie is geen bezit, geen vanzelfsprekendheid, geen eindpunt. Ze is een belofte. Een oefening die we elke dag opnieuw moeten oefenen.
En misschien is dat de bevrijdende gedachte: dat we haar nooit helemaal hebben, maar telkens opnieuw mogen scheppen. Samen.
Diego Maradona eindigde zijn afscheidsrede in La Bombonera met een zin die groter is dan voetbal:
“Yo me equivoqué y pagué, pero la pelota no se mancha.” (Ik heb fouten gemaakt en daarvoor betaald, maar de bal wordt niet bevuild.)
“We maken fouten, maar het spel zelf — de democratie — houd je schoon.”
Neem dat als onze burgerlijke discipline: we maken fouten, we betalen ervoor, maar het spel – de democratie – maak je niet vuil. Niet uit vermoeidheid, niet uit wrok, niet door te stemmen op wie de scheids wegstuurt en de lijnen uitwist. De verleiding van de sterke man is een kortstondige roes; daarna is er geen spel meer om te spelen.
Als muzikale tegenstem kan één regel volstaan om de toon te zetten voor wat wij elkaar verschuldigd zijn:
“Mercy is a value that should be at the heart of any functioning and tolerant society… Without mercy a society loses its soul.” — Nick Cave
(Barmhartigheid is een waarde die in het hart zou moeten liggen van elke functionerende en tolerante samenleving… Zonder barmhartigheid verliest een samenleving haar ziel.)
“Zonder barmhartigheid verliest een samenleving haar ziel.”
Genade, maathouden, spelregels — het zijn geen zwakheden maar de voorwaarden waaronder iederéén mee kan doen. Laten we dus níet opgeven uit moedeloosheid, níet vluchten in de belofte van de solo, maar het teamspel blijven kiezen: minderheden beschermen, ongeschreven regels bewaren, elkaar horen vóór we oordelen.
Zo houden we de bal schoon en het land van ons allemaal.
Vond je dit artikel interessant? Dan vind je dit misschien ook interessant:
In Nederland is de dood vaak een stille gast, niet een feest waar de dood wordt gevierd. Want hier heerst een taboe op de dood: we stoppen haar weg in kerken, uitvaartcentra aan de rand van de stad en begraafplaatsen die weinig met het dagelijkse leven te maken hebben. Het ritueel is ingetogen en zwart: een wake, een mis, een plechtigheid, gevolgd door koffie met cake. Het verdriet krijgt vorm, maar zelden het leven dat eraan voorafging. Alsof de dood alleen maar een breuk is, en geen herinnering waard om midden in ons bestaan te staan.
Toch laten andere culturen zien dat het ook anders kan: dat rouw een viering kan worden, en dat de dood een aanleiding kan zijn om het leven juist opnieuw te bevestigen.
Mexico: een jaarlijkse reünie waar de dood wordt gevierd
In Mexico wordt de dood ieder jaar opnieuw omarmd tijdens Día de los Muertos. Families bouwen altaren vol foto’s, bloemen en eten. Ze nodigen hun doden symbolisch uit terug te keren en vieren zo de band die nooit volledig verdwijnt. Het is verdriet én feest, maar vooral: gemeenschap.
New Orleans: dansen achter de kist
In New Orleans transformeert de jazz funeral rouw in ritme. Na de plechtige mars volgt de second line, waarin muziek en dans de straten vullen. Omstanders sluiten aan, dansen achter de fanfare en maken zo deel uit van een collectieve troost waarbij de dood wordt gevierd. Het leven wordt niet uitgewist, maar herdacht in klank en beweging.
Luister naar deze uitvoering van de beroemde St. James Infirmary Blues, een uitvaartsong bij uitstek, met een lange traditie in New Orleans. Soms luidt een deel van de tekst ook:
‘Put a Jazzband on my tailgate,
to raise hell as we go along.’
Over het vieren van de dood gesproken…
Ghana: verhalen in hout
De Ga in Ghana bouwen kisten in de vorm van vissen, vliegtuigen of instrumenten: symbool voor het levensverhaal van de overledene. Het grafobject spreekt nog één keer hardop, voor het in de aarde verdwijnt. Hier is de dood geen stilte, maar de laatste anekdote in een levensboek.
Madagascar en Indonesië: dialoog met de doden
In Madagascar openen families eens in de zoveel jaar de graven om de lichamen opnieuw te wikkelen en ermee te dansen. Voorouders blijven zo aanwezig in het sociale leven.
Bij de Toraja in Indonesië duurt het afscheid soms maanden of jaren. De overledene verblijft thuis tot de grote ceremonie plaatsvindt, waarbij de hele gemeenschap samenkomt. De dood is hier geen abrupt einde, maar een proces dat verbondenheid schept.
Nederland: voorzichtig in beweging
Ook in Nederland verandert de toon. Steeds vaker wordt een uitvaart een “viering van het leven”: persoonlijke muziek, borrels, bijeenkomsten in theaters of tuinen. Toch blijft dit vaak iets voor de intieme kring, in beslotenheid en met voorzichtigheid. De dood blijft bij ons een buitenstaander, een taboe.
Een pleidooi voor het midden van de stad
Wat als we de dood niet langer zouden wegstoppen? Stel je voor dat het afscheid plaatsvindt op het dorpsplein, in de straat of in het buurthuis. Dat buren, vrienden en voorbijgangers niet alleen toeschouwers, maar ook deelnemers worden in de erkenning van iemands leven. Dat rouw en viering niet gescheiden worden, maar samenvallen.
De dood hoort niet alleen bij ziekenhuizen en uitvaartcentra. Ze hoort bij het leven. Een gemeenschap die dat erkent, kan het verlies beter dragen en tegelijk de kracht van verbondenheid ervaren.
Maak een feest van troost
Verdient de dood weer een plek in het leven? Bron foto: unsplash.com
De dood is niet alleen een leegte die zwart gekleed moet worden. Ze kan ook een aanleiding zijn om kleuren, klanken en verhalen terug te halen. Een feest van troost is geen ontkenning van verdriet, maar een erkenning dat een leven gevierd mag worden.
Het zou misschien goed zijn als we in Nederland de dood weer durven toelaten in het hart van onze wijken en steden. Niet weggestopt achter de deuren van uitvaartcentra, maar midden in het leven dat doorgaat. Want wie leert de dood te vieren, leert tegelijk het leven dieper lief te hebben.
Wat vind jij? Moet de dood een centralere plaats krijgen in onze samenleving en niet langer weggestopt worden? Laat het ons weten. Meepraten? Laat een bericht achter in de commentaren, hieronder.
Er bestaan kunstenaars die het alledaagse overstijgen. Shoji Yamasaki is er één van. In zijn serie Littered Mvmnts imiteert hij afval, met subtiele humor en delicate precisie, de rimpelingen van wegwerpplastic, oude snoepwikkels en wegwaaiende papieren. Tegelijkertijd zien we hierin een hele duidelijke aanklacht. In zijn TikTok- en Instagramvideo’s verschijnt hij als vervlochte arm en schouder, gevangen in een vluchtende vuilniszak of kabbelende flinter folie – telkens net zo rusteloos aanwezig als zwerfafval in de stilte van onze straatoevers.
Shoji Yamasaki belichaamt afval in poëtische performances. Een virale kunstenaar die ons laat zien: avontuur ligt soms in wat we bijna voorbijlopen. En trouwens: ruim je afval op!
Een duet met afval
Geboren in de coronajaren, toen bewegingen zich verscholen in virtuele ruimte, ontstond Yamasaki’s nieuwsgierigheid: wat als ik het vuil zou worden dat ik dagelijks laat liggen? Hij imiteerde plastic dat wiegt in de wind, alsof dans een entiteit is die zelfs het weggeworpene opvangt. Niet zozeer een parodie, maar een beleefde convocatie: het vuil als partner, de wind als choreograaf.
Shoji Yamasaki: De artiest die afval omzet naar dans
“Trash is something that’s very ubiquitous. We all produce it … it unifies us,”
zei Shoji eens in een interview. Hij laat zien dat afval geen marginale bijzaak is: het is democratisch, alomtegenwoordig, en zegt veel over onze gewoonten. Door het te belichamen raakt hij aan iets collectiefs – een stille confrontatie waarin we steeds weer worden uitgenodigd na te denken over hoe en wat we achterlaten en wat we negeren.
De choreograaf als poëtisch verzamelaar
Yamasaki is geen rommelaar. Hij heeft een scherp oog voor wat hij zelf een “audition process” noemt: het afval moet synthetisch zijn, beweeglijk en vooral een karakter hebben dat nieuwsgierig maakt. Het oeuvre wordt zo een reeks korte duetten, mini-choreografieën met plastic, waarbij hij sokken plooit tot lopende bewoners, stroken folie tot flirtende wezens (zie ook filmpje). Hij volgt de wind, soms wachtend als een wildlife-fotograaf op het kleine moment van beweging.
Van L.A. naar mondiale resonantie
Een schijnbaar banale video over een wiegende vuilniszak ging viraal, miljoenen views later richt Yamasaki bewustzijn op iets wezenlijks. Zijn werk vormt een zachte oproep: let op wat wordt weggegooid en denk aan onze verbintenis met afval. De choreografie werkt door in kleine gebaren en stemt tot nadenken. Enerzijds is het ronduit ‘prachtig’ wat hij doet, ook vreemd en vervreemdend: wie beweegt er nou zó? Wat een bijzondere choreografie! Tegelijkertijd stemt het tot reflectie over wat de mens allemaal als afval de wereld in werpt, ten koste van (het leefmilieu van) alle andere levende wezens.
Wat Yamasaki werkelijk beoogt
Shoji Yamasaki’s werk is meer dan een fysieke imitatie van plastic in de wind. Hij legt de vinger op onze collectieve achteloosheid: het gemak waarmee we iets wegwerpen en vergeten. Door dat afval zelf te belichamen, schuift hij het terug in ons blikveld. Zijn performances zijn speels en poëtisch, maar tegelijk activistisch. Hij wil dat we stilstaan, dat we kijken, dat we onze verantwoordelijkheid niet langer ontlopen. Zijn boodschap is helder: zwerfafval is niet iets buiten ons, het ís ons en juist daarom ligt de verandering in onze handen.
Voor Fernweh: het andere gezicht van avontuur
Bij Fernweh zoeken we niet alleen reizen naar exotische oorden, maar naar innerlijke bewegingen – onverwachte ontmoetingen met gewone verschijnselen die je blik kantelen. Shoji Yamasaki doet precies dat. Hij herinnert ons eraan dat avontuur niet per se aan de horizon ligt, maar soms onder je voeten – verfomfaaid, op straat. Dat wat we weggooien, kan zomaar onszelf zijn.
Avontuur is soms niet wat we zoeken, maar wat we bijna achteloos voorbijlopen
Als je dit artikel interessant vond, ontdek dan verwante perspectieven op onverwachte schoonheid, ritueel en introspectie in deze artikelen op onze website:
KUNST in de Nieuwe Digitale Wondere Wereld 1 Over het werken met collectieve dromen en algoritmische beelden – net zoals Yamasaki met plastic speelt, onderzoekt dit artikel hoe kunst via digitale media het alledaagse kan transformeren. Fernweh Magazine
HET BOS IN – 27 jaar alleen in de wildernis Een verhaal over radicale isolatie en perceptieherording — perfect bij een reflectie over wat we vergeten als we niet (willen) kijken.
♣ Fernweh Magazine | Pure ontsnappingsliteratuur voor de gestresste stedeling.
Canada’s The Great Trail, met bijna 24.000 km over bossen, bergen en dorpen, wordt vaak de langste wandelroute ter wereld genoemd. Wie eraan begint merkt al snel: het gaat niet om kilometers afvinken, maar om de stilte en aandacht die onderweg ontstaat. Deze route biedt een kans om letterlijk afstand te nemen en tegelijk dichterbij jezelf te komen.
Waarom de langste wandelroute ter wereld meer is dan een record
Het pad is een metafoor voor het leven: je kunt het niet in één keer overzien, alleen stap voor stap ervaren. Het bijzondere is dat de route niet één enkel pad is, maar een netwerk van regionale paden, fietsroutes en waterwegen. Het verbindt talloze gemeenschappen en doorkruist alle Canadese provincies en territoria. Daarmee is het niet alleen een fysieke prestatie, maar is deze lange-afstandswandelroute ook een cultureel verhaal over verbinding.
De langste wandelroute ter wereld leidt ook naar binnen
Op pad: jezelf hervinden
Robert Walser schreef in De Wandeling:
“Ultimately, the most romantic thing is the heart, and every sensitive person carries in himself old cities enclosed by ancient walls.” – Uiteindelijk is het meest romantische het hart, en iedere gevoelige mens draagt in zich oude steden, omsloten door eeuwenoude muren.
Zijn wandeling is geen route, maar een manier van kijken: aandacht voor een winkel, een blad in de wind, het licht van de avond. Net als bij de langste wandelroute ter wereld gaat het niet om snelheid of prestatie, maar om aanwezigheid tijdens het lopen. Wandelen wordt een soort literatuur: elke stap is een zin, elke blik een nieuwe alinea. Zo wordt de route een verhaal dat je zelf schrijft met je voeten.
Wandelen als literatuur: dwalen op ongebaande paden
Sylvain Tesson wandelde maandenlang door Frankrijk, uitsluitend over onverharde paden, les chemins noirs. In zijn boek Ongebaande paden schrijft hij:
“Il est bon de n’avoir pas à alimenter une conversation. D’où vient la difficulté de la vie en société? … La forêt resserre ce que la ville disperse.” – Het is goed om geen gesprek te hoeven voeren. Waar komt toch de moeite van het sociale leven vandaan? … Het bos brengt samen wat de stad verspreidt.
Die gedachte past perfect bij de langste wandelroute ter wereld: stilte en natuur brengen samen wat de stad uiteen laat vallen. Het is een ervaring die je niet kunt kopen of plannen, maar die ontstaat zodra je de tijd neemt om te dwalen. Het wandelen van zulke lange routes waaronder dus The Great Trail in Canada heeft iets therapeutisch: je verdwijnt even uit de maatschappij en vindt juist daardoor jezelf terug.
Een stille bosweg aan het water op de langste wandelroute ter wereld
Waarom we zulke routes zoeken
De moderne wereld is vol: agenda’s, schermen, geluid en haast vullen ons dagelijks leven. Daarom verlangen we naar leegte, ofwel: een hemel zonder verkeer, een pad zonder haast, een ritme zonder klok. De langste wandelroute ter wereld nodigt ons uit om te vertragen, aandacht te schenken aan het moment en de natuur als bondgenoot te zien.
Wie loopt, merkt hoe gedachten vertragen en hoe stilte ruimte schept voor nieuwe ideeën en onverwachte ontmoetingen. Het gaat niet om records of prestaties, maar om het ervaren van een ander ritme van leven: het tempo van je eigen voetstappen.
Praktische tips voor jouw eigen tocht
Je hoeft de 24.000 km van The Great Trail niet in één keer te lopen. Het pad is opgedeeld in honderden segmenten, vaak goed bewegwijzerd en geschikt voor zowel dagwandelingen als meerdaagse tochten.
In stedelijke gebieden loopt de route langs parken en rivieren, terwijl je in het noorden eindeloze wouden en meren tegenkomt.
In veel dorpen langs de route zijn kleine accommodaties, campings en zelfs kanoverhuur te vinden.
Het klimaat varieert: in het zuiden kun je bijna het hele jaar wandelen, terwijl het noordelijk deel vooral in de zomer toegankelijk is.
Meer informatie over de route, overnachtingen, het wandelnetwerk en seizoensadviezen vind je op thegreattrail.ca of bij lokale wandelclubs.
Een beroemd gedicht, een vluchtige ontmoeting, treinliefde
In het beroemde gedicht van Piet Paaltjens lezen we: “Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart, gezeten in een sneltrein…” Het is een liefdesverklaring aan een onbekende, een ontmoeting die al op het moment van gebeuren verloren was. Precies dat maakt het zo krachtig: een moment dat zich nooit laat herhalen, maar oneindig kan resoneren. De treinliefde.
Verlaten stations als theaters van het gemis
Datzelfde gevoel vind je terug op verlaten stations. The Guardian noemde zulke stations ooit “poëtisch zodra ze hun primaire functie verliezen”. En in Trouw werd geschreven: “In een verlaten station maken de toeschouwers elk hun eigen voorstelling.”
Die observatie voelt als een echo van Paaltjens’ gedicht: ook daar maken wij, lezers, onze eigen voorstelling van het meisje in de sneltrein. Verlaten stations en een onbereikbare geliefde hebben iets gemeen: beide vullen wij met ons verlangen.
Sporen die blijven, zelfs als ze vervagen
De fotoreeksen van vervallen stations laten dit scherp zien: graffitimuren, overwoekerde rails, kapotte wachtruimtes: tekens van leven dat voorbij is, maar nooit echt weg. Treinliefde die voorbij ging maar ook een beetje is blijven hangen. Het is een mooi voorbeeld van hoe sporen (zowel in het landschap als in ons geheugen) blijven bestaan, zelfs wanneer het oorspronkelijke doel is verdwenen.
Muziek als brug naar het verleden
En dan is er muziek: Adieu, Sweet Bahnhof van de Nits. “My train of thoughts is leaving” zingt de zanger, alsof gedachten zelf vertrekken en pas terugkeren wanneer we ze opnieuw oproepen, zoals bij het lezen van Paaltjens treinliefde voor Rika, of het betreden van een verlaten station. Muziek is de rails tussen het verleden en het nu; een brug die ons opnieuw laat voelen wat al voorbij is.
Wat blijft hangen?
Misschien is dat de kern: of het nu gaat om een onmogelijke liefde in een sneltrein, treinliefde, een verlaten station, of een melancholisch lied – ze wijzen allemaal op het tijdelijke en het kostbare van een moment. Zoals Paaltjens zijn ene blik voor altijd bewaart, zoals een verlaten station een decor blijft, en zoals een lied kan blijven hangen in ons hoofd: het is allemaal Fernweh in een andere vorm.
Als je treinliefde interessant vond, vind je mogelijk ook interessant:
Cookies helpen ons om de site goed te laten werken en om te begrijpen hoe bezoekers Fernweh.nu gebruiken. Kies zelf welke cookies je toestaat.
Functioneel
Altijd actief
Deze cookies zijn nodig om de website goed te laten werken (bijv. voorkeuren / veilige login).
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.Deze anonieme gegevens helpen ons om de ervaring van je websitebezoek te kunnen verbeteren.
Marketing
Met deze cookies tonen we partnerlinks en inhoud die past bij onze verhalen en de interesses van bezoekers.