• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud

Fernweh Magazine

Ontsnap. Steeds vaker. En verder..!

  • Actueel
  • Cultuur
  • Artikelen & Interviews
  • Colofon
  • Winkelmand

Cultuur

Albumtips week Nr. 23 | 2016

Albumtips week Nr. 23 | 2016

by J. Stevens · jun 4, 2016

Steve Gunn - Eyes on the Lines

Fernweh bezoekt deze week de sfeervolle Americana-vlaktes. Ook maken we enkele uitstapjes naar (de) country. En nu we onze (electrische) gitaar toch bij ons hebben, bezoeken we ook enkele meer en minder exotische plaatsen. In de bonustip keren we weer veilig terug naar Nederland voor een indrukwekkend debuut van een Utrechtse. Alhoewel: ‘veilig’? Ook hier blijft de muzikale reis spannend.

  1. Steve Gunn – Eyes On The Lines
  2. The Kills – Ash & Ice
  3. William Tyler – Modern country
  4. Paul Simon – Stranger to stranger
  5. Robert Ellis – Robert Ellis

BONUSTIP [Nederlands debuut!]

  • Amber Arcades – Fading Lines

 

  1. Steve Gunn – Eyes On The Lines

Wanneer breekt Steve Gunn nou eens door bij het grote publiek? Met deze plaat verdient hij dat zeker. Vorig jaar bracht Steve Gunn nog een interessante EP uit met Kurt Vile. Al sinds 2007 maakt hij al soloalbums bij obscure platenlabeltjes of in eigen beheer. Dit keer brengt hij zijn plaat echter uit bij het relatief grote Matador. Gunn is een veelgevraagd sessie-gitarist. Zet de plaat aan en je weet meteen waarom.

Zijn geluid doet denken aan de al genoemde Kurt Vile en ook aan The War On Drugs maar zijn geluid is desalniettemin volledig ‘eigen’. Zijn laidback zang zorgt voor een relaxte vibe. De ijzersterke opener is daarvan een voorbeeld. En qua instrumentarium is het eenvoudigweg: gitaar, bas en drums. Ook de liedjes zijn stuk voor stuk erg sterk waarbij – we noemen het nogmaals – het creatieve en behendige gitaarwerk opvalt. Zijn vorige album werd al grijsgedraaid door Fernweh. Wij vrezen dat we dat met deze fijne plaat, met veel genoegen, weer gaan doen. Recensie: J. Stevens [Fernweh Magazine]

 

  1. The Kills – Ash & Ice

Het was al weer vijf jaar geleden dat het vorige album van The Kills uitkwam, het veel geprezen Blood Pressures. Blikvanger Alison Mosshart is druk geweest met Dead Weather, je weet wel die band waar Jack White achter de drumkit zit. Maar dat het zo lang heeft moeten duren voordat het vijfde Kills-album het levenslicht zag, is te wijten aan de vijf operaties die Jamie Hince aan zijn hand moest ondergaan en, door een permanente beschadiging aan zijn vinger, opnieuw gitaar moest leren spelen. Ash & Fire perfectioneert het typische geluid van de band: bezeten, rusteloos, roekeloos, soms angstaanjagend, vaak sexy en niet zelden met een knipoog. Waar op vorige albums de nummers een wat koele, emotieloze soberheid hadden, die vaak werden uitgespuugd in woede, zijn de dertien nummers op Ash & Ice meer ingetogen en emotioneel geladen, maar nog steeds vol vuur. The Kills zijn helemaal terug en getuige de sterke single Doing It To Death denken ze nog absoluut niet aan stoppen. Recensie: E. Damen

 

  1. William Tyler – Modern country

De meestergitarist componeerde weer louter instrumentale stukken voor Modern Country. Weliswaar zonder gesproken woorden dus, maar wel heel poëtisch. Dat is wellicht niet vreemd als je bedankt dat hij het nu eens niet thuis in Nashville schreef maar vlakbij het huis van schrijver William Faulkner tijdens een sabbatical in een bescheiden hut in Oxford, Mississippi. Hij name het album vervolgens op in Eau Claire, Wisconsin in de April Base Studios van Bon Iver’s Justin Vernon. Hij werd er vergezeld door ervaren kwartetmuzikanten, waaronder Glenn Kotche van Wilco. Mede dankzij dat gezelschap is Modern Country steeds weer interessant: door opwindende sfeerschetsen, afgewisseld met traditioneler gitaarwerk, of een vederlicht popliedje als Sunken Garden. Met deze plaat ontsnapt u. Steeds vaker. En verder… Recensie J. Stevens [Fernweh Magazine]

 

  1. Paul Simon – Stranger to stranger

Met Stranger To Stranger vervolgt Paul Simon het pad van zijn vorige album So Beautiful or So What (2011). Dat wil zeggen: niet zozeer de gevoelige liedjes die het werk met Art Garfunkel en zijn jaren 70 albums kenmerkten, maar wel door (exotische) ritmes gestuwde songs waarin Simon – gelukkig niet zonder humor – de maatschappij en zijn eigen leven onder de loep neemt. En de teksten van Simon zijn nog net zo mooi als weleer.
Het album opent met het bijtende The Werewolf, één van de 3 samenwerkingen met de Italiaanse danceartiest Clap! Clap!. ‘Life is like a lottery, a lot of people lose’ merkt Simon op. De single Wristband, waarin een artiest zonder polsbandje de toegang tot zijn eigen concert ontzegd wordt is vrolijker van aard. Even goed en amusant is In A Parade die zich afspeelt in de wachtruimte van een ziekenhuis en waar de hoofdpersoon uit het nummer The Riverbank terugkeert. Voor het eerst in jaren waagt Simon zich zelfs aan een tweetal (korte) instrumentaaltjes: In the Garden of Edie (Simon is getrouwd met Edie Brickell) en het tamelijk overbodige The Clock. Hoewel Stranger to Stranger nergens inzakt (het titelstuk behandelt de vraag of mensen opnieuw verliefd op elkaar zouden worden als ze elkaar opnieuw als vreemden zouden ontmoeten), sluit het album met twee uitermate sterke nummers af, Cool Papa Bell en Insomniac’s Lullaby, die tot het beste werk van Simon gerekend mag worden. De productie is in handen van Roy Halee, die als technicus al verbonden was aan het werk van Simon en Garfunkel. Recensie: R. Bulters [rev. FW]

 

  1. Robert Ellis – Robert Ellis

Met zijn [erg prettige, FW] album The Lights From The Chemical Plant nam Robert Ellis een verrassende afslag; van de traditionele en klassieke singer-songwriter naar een meer pop-benadering, zonder overigens de aandacht voor het echte liedje te verloochenen. Integendeel. Het betekende in 2014 een echte – en verdiende – doorbraak. Logisch is het dat Ellis daarop voortborduurt. De Texaan die zich settelde in Nashville, Tennessee heeft opnieuw hetzelfde team ingeschakeld dat ook het zelfgetitelde Robert Ellis heeft voorzien van een rijk georkestreerd geluid waar zowel twang-gitaar, pedal steel als strijkers een plaats hebben gekregen. De songs zijn ook nu weer sterk, zoals het subtiele California, opgesierd met elektrische piano, de heerlijke, countryeske travelsong Drivin’; evenals het perfecte popliedje How I Love You en de gevoelige en dramatische ballads The High Road en You’re Not The One. Dit is schitterend. Opnieuw weet Robert Ellis met een bijzonder afwisselende new-country plaat – gelijk Sturgill Simpson – respect af te dwingen. Omdat Ellis zowel liefhebbers van het betere popliedje als alt.country-adepten maximaal weet te boeien, is ook dit vierde Robert Ellis-album weer een ronduit fantastische plaat. Recensie: W. Rijkeboer

https://youtu.be/VGtUMfI_1N0

 

BONUSTIP [Nederlands debuut!]

Amber Arcades – Fading Lines

In Utrechtse kringen was Amber Arcades al enige tijd een bekende naam, maar nu gaat het opeens ook buiten de Domstad hard met zangeres / gitariste Annelotte de Graaf. Zo was daar half mei een optreden in De Wereld Draait Door, zijn er diverse concerten gepland in Engeland, en is er nu ook eindelijk een debuutalbum dat zowaar wordt uitgebracht door het Britse kwaliteitslabel Heavenly Recordings. Fading Lines werd bovendien opgenomen in Brooklyn, waar De Graaf hulp kreeg van muzikale geestverwanten als producer Ben Greenberg (Beach Fossils, The Men), gitarist Shane Butler en bassist Keven Lareau van Quilt, drummer Jackson Pollis van Real Estate en gitarist Meg Duffy uit de band van Kevin Morby. Niet de minste namen, maar dat is Amber Arcades binnenkort ook niet meer, want de dromerige, fuzzy liedjes van de getalenteerde De Graaf zijn van hoog niveau en haar stem mag er ook zijn. Een bijzonder en imponerend debuut. Recensie: M. Van Ravenhorst

Luister hieronder naar onze (wekelijks ververste!) playlist op Spotify met wekelijks de beste albumtips.

Wekelijks gemakkelijk op de hoogte blijven van de beste albumreleases?

Volg dan onze playlist op Spotify hier.

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week Nr. 22 | 2016

Albumtips week Nr. 22 | 2016

by J. Stevens · mei 31, 2016

Idris Ackamoor & The Pyramids: muziek uit een andere dimensie
Idris Ackamoor & The Pyramids: buitenaards goed

Fernweh albumtips week Nr. 22

  1. Idris Ackamoor & The Pyramids – We Be All Africans
  2. Robert Glasper / Miles Davis – Everything’s Beautiful
  3. Daniel Romano – Mosey
  4. Mutual Benefit – Skip a sinking stone
  5. [Diverse artiesten] – Every Song Has Its End: Sonic Dispatches from Traditional Mali

BONUSTIPS:

  • Black Oak – Equinox
  • Beth Orton – Kidsticks
  • On Dead Waves – On Dead Waves

 

  1. Idris Ackamoor & The Pyramids – We Be All Africans

De astrale en spirituele jazz-pionier Idris Ackamoor en zijn band The Pyramids leveren met We Be All Africans een zeer bijzondere opvolger van hun album Otherwordly uit 2012 af. Ackamoor is een leerling van avant garde pianist en zwaargewicht Cecil Taylor. Ook is hij een tijdgenoot Sun Ra en Pharoah Sanders die net als hij natuurlijk niet van deze wereld zijn. Net als bij deze grootheden bestaat de muziek op deze plaat uit heerlijke, kosmisch geladen jazz. Ackamoor and The Pyramids namen eerder een drietal in eigen beheer uitgegeven zeer zeldzame LP’s op: Lalibela (1973), King Of Kings (1974) and Birth / Speed / Merging (1976). Deze zijn overigens op Spotify gewoon te beluisteren. Een jaar later werd de band toen opgeheven. We willen maar zeggen: Strut Records brengt met We Be All Africans een hele bijzondere plaat uit. Vanuit de Melkweg zo naar uw luidsprekers. Wij wensen u een goede trip toe!

CONCERTTIP: Zondag 10 Juli 2016 treedt Idris Ackamoor op in Paradiso (Kleine Zaal) in Amsterdam.

  1. Robert Glasper / Miles Davis – Everything’s Beautiful

Lekker lui, loom-groovend, onderkoeld, maar zeer to the point. Zo klinken de 11 tracks op Everything Is Beautiful, de nieuwe cd van Robert Glasper, een Amerikaanse jazz/hiphop-muzikant die op zijn heel eigen wijze zijn respect betoont aan de muziek van Miles Davis. Met behulp een fors aantal formidabele grootheden uit de jazz/pop scene maakt hij zeer eigen her-interpretaties van nummers als Ghetto Walking (ft. Bilal), Maiysha (ft. Erykah Badu), Right On Brother (ft. Stevie Wonder) en I’m Leaving You (ft. John Scofield). Dit laatste nummer is, zoals te verwachten als Scofield mee speelt, wat minder loom… Desondanks, of misschien wel juist daardoor, zijn met name de ingetogen vocals een genot om naar Glasper’s kijk op Miles te luisteren. Voor de duidelijkheid: Glasper maakt geen covers maar zeer eigen versies van het werk van het werk van Miles Davis. De nummers op Everything Is beautiful zijn gebaseerd op tracks en outtakes uit de periode 1955-1985, de tijd dat de opnames van Miles verschenen bij Columbia Records. Glasper is ook verantwoordelijk voor de soundtrack van de recente film MILES AHEAD van Don Cheadle’s. Recensie: F. Delemarre

 

  1. Daniel Romano – Mosey

Hoewel bekend geworden met een zwaar country imago, is Canadees Daniel Romano vooral bezig om te laten horen dat hij van vele muzikale markten thuis is. Mosey begint dan ook met vrolijke Mariachi blazers in de single Valerie Leon, waarin hij zijn country roots zeker niet verloochent, maar vooral van meerwaarde voorziet. Zijn lichte, heldere stem brengt altijd een positieve klank met zich mee, en de up-tempo songs versterken die zonnige insteek. Tekstueel ligt er wel degelijk de nodige hartzeer en diepgang onder, bewijst I’m Alone Now, wel weer voorzien van een mooie jingle jangle Byrds-achtige gitaarpartij. De jaren zestig pop zijn sowieso een sterkere invloed dan ooit op dit album. Piano ballade One Hundred Regrets Avenue doet dan weer sterk denken aan Bruce Springsteen’s Lost In The Flood, wiens vroege jaren 70 werk ook wel vaker als referentie terugkeert. Muzikaal tussendoortje Sorrow (For Leonard And William) is de opmaat naar het prijsnummer (Gone Is) All But Quarry Of Stone, waarin Romano zijn stem een octaaf lager laat zakken en zich opwerpt als de hedendaagse Lee Hazlewood, inclusief Mexicaanse melodieën en dameskoortjes. De foute snor en de buitenmaats cowboyhoed van Come Cry With Me zijn definitief verdwenen, alleen al de hoes doet eerder denken aan Dylan’s Blonde On Blonde. Er is veel meer te beleven in Romano’s uitgebreide muzikale spectrum dan we dachten. Recensie: J. Vreugdenhil

CONCERTTIP: Op zaterdag 4 Juni 2016 treedt Daniel Romano op in TivoliVredenburg, Utrecht. Check wel ff de datum want daarover is bij ons wat onduidelijkheid.

https://youtu.be/HfBWX0Zq55s

 

  1. Mutual Benefit – Skip a sinking stone

Amerikaan Jordan Lee is de centrale man achter Mutual Benefit. Lee begon met zijn project in 2009 en bracht tot dusver vijf digitale albums en een l.p. uit. Dit is de tweede lp en het duurde drie jaar om deze uit te brengen. Geen vaste bezetting, maar Lee roept steeds wisselende muzikanten bij elkaar. Uitgangspunt is folk-pop en op dit nieuwste album veel strijkers en gaat het in de richting van kamermuziek. Alles lijkt in het kader te staan van een veranderende wereld, die vooral gebaat is bij rust en waar de kracht van de natuur centraal staat. Als Mutual Benefit gaat toeren, gebeurt dat met de muzikanten die dan beschikbaar zijn en Lee, die om de beurt in Texas en in Boston woont, heeft muzikanten waar hij altijd een beroep op kan doen. Pitchfork en Stereogum noemden dit album al Beste Nieuwe Muziek en terecht. Sereen en fraai album. Recensie: E. Mundt

 

  1. [Diverse artiesten] – Every Song Has Its End: Sonic Dispatches from Traditional Mali

Voor deze Every Song Has Its End: Sonic Dispatches From Traditional Mali werkte Glitterbeat Records samen met producer Paul Chandler die in Mali al meer dan een decennium probeert om de muziekcultuur in kaart te brengen en te archiveren. Hij focust daarbij niet op de ondertussen ook in het westen mateloos populaire Mali-blues, maar trekt naar de verste uithoeken van het land om terplekke de traditionele muziektradities en de daarmee gepaard gaande rituelen vast te leggen voor ze dreigen opgeslokt te worden door de steeds verder oprukkende modernisering.

Gevraagd naar zijn motivatie, antwoordde Chandler het volgende:

“I realized that this stuff was quite precious and was starting to disappear. There are traditional instruments and there is music that is played in a traditional context and while there are a lot of Malians playing music, music played in a traditional context, for ritual, for ceremony, to accompany activities in the village, that is becoming more rare…“

Het moet gezegd, de nummers op deze compilatie zijn een stuk ontoegankelijker dan de muziek die we gewend zijn van artiesten als Ali Farka Touré, Habib Koite of Bassekou Kouyate, en het album doet bij momenten eerder denken aan een veldopname voor het (Belgische) Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, maar voor wie iets dieper wil graven mag deze verzamelaar gelden als een unieke muzikale ontdekkingsreis.

En omdat het oog wat wil werd het geheel ook nog eens in DVD-formaat gegoten; het resultaat [±1,5 uur kijk- en luisterplezier! Red. Fernweh) is integraal te bekijken. Recensie: Tim (van: Tropicalidad.be). Hier een deel alvast:

https://youtu.be/KKFAaTkRxm4

 

BONUSTIPS:

  • Black Oak – Equinox

Black Oak is het samenwerkingsverband van Geert van der Velde, van The Black Atlantic, en Thijs Kuijken van I Am Oak. De beide Nederlandse singer-songwriters waren al wat langer fan van elkaar en besloten samen te gaan werken. Ze grapten al wat dat dit hun nieuwe supergroep zou worden. Maar het duurde nog tot 2014 voordat er een eerste resultaat was, en dat was een gedeelde EP, met titel Black Oak. Van der Velde en Kuijken schrijven samen makkelijk. Als ze even rond de tafel gaan zitten hebben ze meteen resultaat. Los van hun oorspronkelijke bands, bestaat Black Oak nu als volwaardige groep, en op dit debuutalbum is verder drummer Chris Porte toegevoegd. De muziek is rustig, dromerig en sfeervol. Ergens tussen Amerikaanse bands als Poco en Crosby, Stills, Nash & Young in. Maar eigen en de productie van Matthijs Herder, die basgitaar en toetsen speelde, klinkt mooi en helder. Tijdloos. Recensie: E. Mundt

CONCERTTIP: Op donderdag 2 juni 2016 treden op: Black Oak, Ansatz Der Maschine, Flying Horseman (BE) en The Flying Horseman in het Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam

 

  • Beth Orton – Kidsticks

Twintig jaar geleden maakte Beth Orton diepe indruk met haar debuutalbum Trailer Park. Haar stem was toen al bekend van albums van William Orbit en de Chemical Brothers, maar haar eigenzinnige mix van folk en dance was destijds nieuw en verfrissend. Waar die specifieke crossover in de jaren daarna steeds gangbaarder werd, keerde Beth Orton zich in de loop van haar carrière steeds meer af van de elektrica, culminerend in het vrijwel geheel akoestische Sugaring Seasons uit 2012. Het komt dan ook wel een beetje als een verrassing dat Orton voor haar zesde album opeens de hulp inriep van producer Andrew Hung van het elektroduo Fuck Bottoms. Vanaf de knisperende opener Snow is duidelijk dat de oude Beth Orton terug is. Waar het prachtige Sugaring Seasons werd gedragen door haar fraaie gitaarspel, domineert de elektronica op Kidsticks. De plaat klinkt net weer even anders dan Trailer Park en Central Reservation, maar toch ook typisch als Beth Orton, niet in de laatste plaats dankzij die betoverende stem. Opnieuw een zeer sterke plaat. Recensie: M. van Ravenhorst

 

  • On Dead Waves – On Dead Waves

On Dead Waves is het geesteskind van Polly Scattergood en James Chapman. Polly komt uit Colchester en heeft twee eigen albums op haar naam staan die in kleine kring indruk maakten. James ken je van zijn band Maps onder wiens naam hij een drietal albums uitbracht op Mute Records. In 2011 gaven beide een showcase op Mute’s Short Circuit festival in de London’s Roundhouse alwaar ze elkaars songs uitvoerden. Ondanks dat beide gewend zijn solo te opereren ontstond er die avond een natuurlijke chemie en het tweetal besloot te gaan samenwerken. Chapman heeft een eigen studio op het Engelse platteland en dat bleek de ideale plek om in alle rust ongestoord te kunnen werken aan dit magische debuutalbum. De stemmen blijken goed bij elkaar te passen en in de samenzang hoor je de spanning terug. Zo ademt het hele album de sfeer uit van het legendarische murder ballad duet tussen Kylie Minogue en Nick Cave. On Dead Waves weet een samensmelting te maken van shoegaze en country noir die samen met de duistere teksten en de onheilspellende atmosfeer het album tot een heel bijzonder plaatje maken. Recensie: B. Dijkman

Volg onze playlist op ‪#‎Spotify‬ ==> https://open.spotify.com/user/fernweh-magazine/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week Nr. 21 | 2016

Albumtips week Nr. 21 | 2016

by J. Stevens · mei 31, 2016

Andy Shauf komt weer met prachtig album: een prachtig anti-katermedicijn
Andy Shauf weer met prachtig album

♬ FERNWEH ALBUMTIPS WEEK № 21 ♡
Onze wekelijks vernieuwde TIP playlist met de beste wekelijkse albumreleases is ook te volgen op Spotify: https://open.spotify.com/…/…/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

1. Andy Shauf – The Party
2. Jungle by night – Traveller
3. Car Seat Headrest – Teens of Denial
4. Methyl Ethel – Oh Inhuman Spectacle
5. Ronald Snijders – Nelson & Djosa Sessions

—–
1. Andy Shauf – The Party
De plaat ‘The Bearer of Bad News’ uit 2015 van Andy Shauf is door Fernweh helemaal grijsgedraaid. Zo goed. Shauf heeft gelukkig niet stilgezeten want nu is er alweer een opvolger. De teksten en de (terugkerende) hoofdrolspelers daarin vormen de plaat dit keer meer tot één geheel. De titel doet een feestplaat vermoeden maar de Canadese singer / songwriter ziet het juist als een plaat die je de dag na het feest draait. Een prachtig anti-katermedicijn met goed gecomponeerde songs vol prachtige melodieën, met rijke arrangementen. Weer een heel fijn album.

Concerttip: Andy Shauf treedt op 23 mei 2016 op in Paradiso – Weteringschans 6-8 1017 SG Amsterdam. En het gaat heel hard met de tickets…!

https://youtu.be/RpL_LtPZG20

2. Jungle by night – Traveller
Volgens het persbericht moeten we de titel van deze plaat letterlijk nemen. De afgelopen jaren heeft dit negental uit Amsterdam de wereld rondgereisd, opgetreden en samengespeeld met coryfeeën als Robert Glasper en Ibrahim Maalouf. Dat heeft hun muziek verdiept en verrijkt. Meer nog dan hun eerste twee platen is The Traveller een bont mengsel van stijlen: jazz, funk, afrobeat, latin en Oosterse invloeden buitelen over elkaar heen. Maar ondertussen hebben de heren hun nummers wel zo in elkaar gezet dat die invloeden elkaar nergens in de weg zitten, integendeel. De spannende opener Kingfisher mengt electropop met jazz en een mariachi-trompet, op The Ottoman Highlights ontmoeten funk en jazz een highlife-gitaarpartij en zo gaat het door. De prettig gestoorde breaks in Extortion trekken de aandacht, waarna er op Morning Stretch weer gedanst kan worden. Tussen al dat swingende moois bouwen ze op Caldera en Following A Broken Compass een stel rustmomenten in, zodat de plaat mooi in evenwicht is. Met The Traveller leveren deze jonge gasten een voorlopig hoogtepunt in hun carrière af. Volwassen, gelaagd en verzorgd, maar vooral ontzettend lekker! Recensie : L. Vanderschuren

Concerttip: Vrijdag 27 mei 2016 treedt Jungle by Night op in Paradiso. Dat is al over vijf dagen!

3. Car Seat Headrest – Teens of Denial
On Car Seat Headrest’s first proper new album for Matador, frontman Will Toledo reaffirms that he is ahead of the pack as an imaginative singer- songwriter, capable of crafting dynamic indie rock.
[…] […] […]
It’s the best song about being a confused, chemically dependent 20-something I’ve heard in years. Its appearance on Teens of Denial, Toledo’s first properly recorded album of new material for Matador, is the moment you realize he’s running ahead of the pack as an incredibly imaginative, insightful singer-songwriter who’s also capable of crafting a dynamic rock song. Teens of Denial follows last year’s Teens of Style, a collection of re-recorded tracks taken from his prolific Bandcamp output. Teens of Style presented Toledo as a promising young voice, but maybe anyone would sound promising if given the chance to curate and improve upon their best moments over the last five years. Teens of Style was already great, but Teens of Denial is such a leap forward that it still manages to surprise. [Lees de hele recensie hier op Pitchfork]

4. Methyl Ethel – Oh Inhuman Spectacle
Perth’s Methyl Ethel makes dream-pop for insomniacs—shadowy, nocturnal music whose surface shimmer barely conceals the fidgety, restless soul lurking underneath.

[…] […] […]And to that list we can now add Jake Webb, who launched his equally wiggy outfit, Methyl Ethel, as a solo home-recording pursuit in 2013. But while mounting acclaim prompted Webb to turn his private concern into a flesh-and-blood touring band, Methyl Ethel’s debut full-length, Oh Inhuman Spectacle, is reflective of the project’s humble, hermetic beginnings, with Webb handling all the production and instrumentation.
Webb is clearly a devout student of 21st-century art-rock, where old-school psychedelia converges with modern technology—think Radiohead circa Kid A (complete with a song called “Everything Is As It Should Be”), Yoshimi-era Flaming Lips, Animal Collective’s Merriweather Post Pavilion, the more meditative end of MGMT. But he melts these sources into something more intimate and claustrophobic, with a distinct, disarming voice that infuses his deceptively serene soundscapes with a nervous tension. Through the haunted-house fog of “Also Gesellschaft,” he delivers his mission statement with Gollum-like creepiness: “Sometimes, I want to dig a hole and then crawl into it/ I don’t even know if I will come out again/ but I invited you inside.” The result is dream-pop for insomniacs—shadowy, nocturnal music whose surface shimmer barely conceals the fidgety, restless soul lurking underneath.
In spite of the obvious attention to getting the mood right, parts of Oh Inhuman Spectacle feel like works in progress. […]

But if Webb is still mastering the finer points of songcraft, he’s got a handle on melody, the most important piece. The trembling guitar line of “Rogues” is pure ’80s dream-pop, but the song’s vacuum-sealed groove and confessional vocal hew closer to “Dreams.” On the jangly highlight “Twilight Driving,” Webb lets in a little sunlight through the drapes. “It’s the early morning baby, I say, why don’t you hit the snooze,” Webb sings, before the relationship is consummated with a bedsheet-rustling sax solo. On an album that’s mostly consumed with paranoid, paralyzing 3 a.m. thoughts about unfulfilled desire, alien abductions, and fever dreams filled with “10,000 screams,” “Twilight Driving” extols the virtues of staying in bed for the right reasons: because you have someone there to share it with. [Hele recensie hier op Pitchfork]

 

5. Ronald Snijders – Nelson & Djosa Sessions
‘Defenitely some kind of… primal force’, aldus hiphop-heerser Kees de Koning in de trailer van Easy Man: The Story Of Ronald Snijders. Nee, niet die kolderieke linguïst, maar diens buitengewoon legendarische Surinaamse, hoofdzakelijk dwarsfluitende naamgenoot die daarnaast overigens óók al de nodige schrijverij publiceerde. Die ongetwijfeld fantastische documentaire handelt naast elementaire Surinaamse muziekgeschiedenis (Snijders zelf is de belichaming hiervan) over de totstandkoming van deze weergaloze sessies onder leiding van het nogal uitzonderlijke Rottersdamse duo geluidsprofessoren Nelson & Djosa (zie: Ntjam Rosie, Karsu en vooral Giovanca’s Satellite Of Love), waarvoor ubiquist Snijders zijn wereldwijdverspreide bewonderaars zélf kwam opzoeken om tesaam oudere stukken van zijn veelgezochte vroege werk te reviseren, of dat nu met bossanova (Azymuth!), afrobeat (Orlando Julius plus Heliocentrics!) of Malinese blues (Bassekou Kouyate, die normaliter de fluit schijnt te vermijden maar hier wel zijn vrouw de vocalen laat verzorgen op Mali Funk) is. Voorts slagen de altijd hippe Ed Motta (op Easy Man) en het best wel baanbrekende Kasekojazz (met Avishai Cohen, de trompettist welteverstaan) ook weldadig in al hun grensverleggende experiment waarbij Snijders’ autoriteit bescheiden leidraad speelt via de welhaast rubberen dwarsfluit, zo swingend ja. Kaseko Mundial inderdaad, zoals een live-cd van held met vrije geest Ronald Snijders ooit heette. Diepe buiging voor deze wereldplaat! Recensie: A. Jonker
_____

BONUSTIPS Voor de vele liefhebbers van deze (oude) helden, melden wij nog even, haast ambtshalve: Eric Clapton en Bob Dylan hebben, ieder, weer een nieuwe plaat gemaakt. Hoewel zeker niet slecht, vonden wij ze NIET BIJZONDER GENOEG om een plaats in onze Top 5 van deze week te veroveren. Maar toch. Dat je dus even weet dat ze er zijn.
– Eric Clapton – I still do
– Bob Dylan – Fallen Angels

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week Nr. 20 | 2016

Albumtips week Nr. 20 | 2016

by J. Stevens · mei 31, 2016

RM Hubbert - Telling The Trees
RM Hubbert – Telling The Trees

♬ FERNWEH ALBUMTIPS WEEK № 20 ♡
Volg onze wekelijks vernieuwde TIP playlist hier op Spotify: https://open.spotify.com/…/…/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

1. Mad about mountains – Radio Harlaz
2. RM Hubbert – Telling the trees
3. Eagulls – Ullages
4. Kaitlyn Aurelia Smith – Ears
5. Karl Blau – Introducing Karl Blau

BONUSTIPS:
– Donnerwetter – Pavlov Beauty Saloon
– Digitalism – Mirage
– Afro Celt Sound System – Source

—–
1. Mad about mountains – Radio Harlaz
De country en Americana van Mad about mountains komt niet uit de Texaanse Hills maar bij het Limburgse heuvellandschap vandaan, namelijk (net aan de Belgische kant) uit Herk-de-stad. NRC Handelsblad:

“Zelden krijgt de schoonheid van de lapsteel en de pedalsteel zoveel ruimte als hier, niet vaak klinkt de mondharmonica zo eenzaam. Zanger Pol Meunier kan soms klagen als Neil Young, maar heeft ook een luchtig geluid. De gitaar zwelt en krimpt in vlammende klanken, omlijst door lichte drums en Meuniers bedachtzame mijmeringen. Soms zijn de nummers melodieus, soms associatief. Dan hoor je zacht windgeruis waar een gitaarschreeuw doorheen breekt. Dat is genoeg.”

Dus: Luisteren maar!
Concerttip: Mad About Mountains speelt op zondag 26 juni in Grand Café de Eetalage, Lelystad

2. RM Hubbert – Telling the trees
Meesterlijk nieuw album van deze fijne songwriter-gitarist en Scottish Album Of The Year Award winnaar RM Hubbert.
In eigen land geldt hij als één van de meest creatieve muzikanten. Geroemd om de openheid in z’n werk en z’n enthousiasmerende spirit. Hubbert zoekt altijd naar interessante collaboraties en die heeft hij ditmaal ook weer gevonden. Hij heeft voor ‘Telling The Trees’ een in het oog springende sterrencast weten te ritselen: Rachel Grimes, Kathryn Williams, Marnie, Eleanor Friedberger (Fiery Furnaces), violiste Aby Vulliamy, Martha Ffion, Anneliese Mackintosh en nog een paar anderen. Bringing such diverse and diffuse elements together is hardly a risk-free enterprise but with this album it’s catalysed a synthesis bordering on alchemy.

3. Eagulls – Ullages
Voor hun tweede album gingen de Engelse Eagulls meer te rade bij andere invloeden. Frontman George Mitchell drukt nog steeds een zwaar stempel, maar de andere leden van de band wilden ook eens kijken hoe hij zich verhield ten opzichte van de rest van de wereld. De band uit Leeds maakte op hun debuut in 2014 een springerige vorm van post-punk en schuiven voor dit album meer op naar The Cure, ten tijde van Disintegration en Pornography, en Echo & The Bunnymen. Opgenomen in een verbouwde kerk in Leeds, werd het album geproduceerd door Craig Silvey, o.a. Depeche Mode en Nine Inch Nails. Hij gaf de uitwaaierende gitaren, denk aan Johnny Marr van The Smiths, en de soms wat klagende zang van Mitchell een solide basis. Verder zijn de composities zonder meer sterk en zou het kunnen dat dit een nieuwe klassieker is. Het is in ieder geval een nieuw hoogtepunt in de carrière van Eagulls, een veelbelovende nieuwe Engelse band. Recensie: E. Mundt
Concerttip: Eagulls spelen op zaterdag 21 mei 2016 in Rotown, Rotterdam.

4. Kaitlyn Aurelia Smith – Ears
Spin.com geeft het album Ears een 8: “Kaitlyn Aurelia Smith’s Ambient Majesty Melts the Ice for Once on ‘Ears’ ” kopt de site. En concludeert:

“Spring officially began a few weeks back, but Ears might be an ultimate soundtrack to the season, nicely suited to wind gusts rattling chimes, pollen saturating everything, the world waking up and, once again, becoming.”

Lees de hele recensie hier: https://www.spin.com/20…/…/review-kaitlyn-aurelia-smith-ears/

5. Karl Blau – Introducing Karl Blau
“Wat een fantastische stem heeft de Amerikaanse Karl Blau toch en wat komt die uitstekend tot zijn recht op zijn eerste grote wereldwijde release Introducing: Karl Blau. De titel is trouwens een grappige verwijzing naar het feit dat producer Tucker Martine het zeer onterecht vindt dat Blau na twintig jaar muziek maken nog steeds niet bekender is. Dat Blau nu de aandacht gaat krijgen is dan ook grotendeels aan Martine te denken.

Met Introducing: Karl Blau hebben Martine en Blau een gave collectie eigen interpretaties van legendarische songs opgenomen. Met Blau’s prachtig dragende stem en Martine’s alternatieve manier van opnemen is een album ontstaan dat tot een van de meest opvallende van dit jaar gerekend kan worden. Juist omdat de songs niet voorspelbaar zijn en uit de schatkamers van de muziek gehaald zijn. De impact van Introducing: Karl Blau heeft meerdere oorzaken: ten eerste is dat de wonderschone stem van Blau die steeds loeihard binnenkomt. Hij draagt elke song met zoveel gemak dat je, je er, net als Martine, inderdaad over kunt verbazen dat Blau maar bij een zo klein publiek bekend is/was. Ten tweede zijn de arrangementen super geslaagd. De basis van de songs in de country met een dikke lik soul daaroverheen, daar is niet aan gesleuteld, maar het klinkt steeds net wat voller en subtiel steviger. Daarnaast is het juist ook vrouwelijke achtergrondzang die echt iets toevoegt en is de keuze in muzikanten die meespelen zeer gelukkig geweest. Er wordt echt prachtig en lekker los gespeeld. […] De combinatie van deze twee mannen heeft een opzienbarend en meer dan geweldig album voortgebracht.” De hele recensie is hier (https://www.writteninmusic.com/…/om-naar-uit-te-kijken-karl…/) te lezen op writteninmusic.com Recensie: D. Hovinga
Concerttip: Ga Karl Blau zelf beluisteren op 11 september 2016 in de Kleine Zaal in Paradiso, Amsterdam.

BONUSTIPS:
– Donnerwetter – Pavlov Beauty Saloon
De Beauty Saloon van Pavlov is er één vol dubieuze figuren en eigenzinnige karakters die je volledige aandacht opeisen. In het begeleidende krantje wordt de link met de Black Lodge uit Twin Peaks al even gelegd, een plek waar Donnerwetter met gemak de huisband had kunnen zijn. De caleidoscopische rock van de band rond Rocco Ostermann hypnotiseert, verleidt en verwart. Maar bovenal fascineert het, op een manier die allesbehalve makkelijk en comfortabel is maar daardoor ook des te meer de moeite van het doorbijten loont. Recensie: M. Koetsier

Zie hier de clip bij het nummer Trumpoline:

 

Met de volgende twee bonustips kan je toch ook nog even met de voetjes van de vloer!
– Digitalism – Mirage
Mirage is het derde album van dit Hamburg-based electro duo. Wat meteen opvalt is dat het wat meer dancy is dan het voorgaande I Love You Dude uit 2011, soms denk je dat je naar Daft Punk luistert. Gelukkig zit er nog wel ‘vieze’ tracks tussen als Power Station en Dynamo, de angel is er dus niet helemaal uit. De BBC maakt al dankbaar gebruik van ze om programma’s mee op te luisteren, wellicht komt dit de toegankelijkheid ten goede en enteren ze de mainstream zone. Recensie: R. Postma

– Afro Celt Sound System – Source
Na tien jaar eindelijk weer een nieuwe plaat van deze groep, die is teruggebracht tot de originele oprichter Simon Emmerson, omringd door een vast groep muzikanten, waarop de muziek (hoe kan het ook anders) een kruisbestuiving is van traditionele Ierse en Afrikaanse muziek. Ook het instrumentarium is traditioneel: uit Afrika de kora, de balafon en de dhol, uit Ierland fluiten en Uilean pipes. Ruim een uur wordt je ondergedompeld in dit multiculturele klanktapijt, dat nog eens extra gevarieerd is gemaakt door de door dance geïnspireerde mixage. Niet alle nummers werken even goed, maar er zijn talrijke momenten waarop je haast wordt overwelmd door de kracht van de muzikale bronnen, momenten waarop het geheel groter is dan een optelsom van haar delen. Heel bijzonder is bijvoorbeeld Child Of Wonder, waarin eerst een Schotse mythe wordt verteld, waarna je getrakteerd wordt op een gezongen tweede helft die het nummer tot een van de hoogtepunten van dit album maakt. Recensie: J. van den Berg

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week Nr. 19 | 2016

Albumtips week Nr. 19 | 2016

by J. Stevens · mei 30, 2016

James Blake - The Colour in Anything
James Blake – The Colour in Anything

ALBUMTIPS WEEK nr. 19 | 2016
Volg onze wekelijks vernieuwde TIP playlist hier op Spotify:
https://open.spotify.com/…/…/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

1. James Blake – The Colour in Anything
2. Kaytranada – 99.9%
3. Anohni – Hopelessness
4. Ry X – Dawn
5. Whyte Horses – Pop or not
—–
BONUSTIPS:
– Mary Chapin Carpenter – The Things That We Are Made Of.
– The Reverend Shawn Amos – Loves You
– Psychic Temple – III
– J Dilla – Jay Love Japan (heruitgave 2007)
—–
Waarom zijn Gergory Porter en Beyoncé niet vermeld? Omdat hun nieuwe albums niet (helemaal) vrijgegeven zijn op Spotify. Dus ren naar je platenzaak en koop ze!
—–
1. James Blake – The Colour in Anything
James Blake is op zijn 3e album waar hij altijd al was. Een wereld vol ‘reverberating space, sparsely populated by stirring electronics’ en sublieme, overstuurde en gefragmenteerde vocalen ‘by the intensity of emotion (and a vocoder)’, schrijft The Guardian. Waar hij eerst alleen stond in zijn pop, die vervat was in electronica uit Detroit (zie ook de Detroit techno-labels waar hij zijn eerste tracks op uitbracht), is zijn stijl nu reeds overgenomen en een heel eigentijds eigen genre gaan vormen. Een groter compliment kun je bijna niet krijgen. London Grammar, Jack Garratt, Låpsley en Anohni op zijn album Hopelessness (zie hieronder nr. 3) hebben het in de mainstream opgenomen en zijn invloed is zelfs te horen bij pop idolen als Justin Bieber en Zayn Malik. James Blake: ‘I’m the opposite of punk. I’ve subdued a generation’

“Blake may have laid the groundwork for that, but The Colour in Anything reaffirms that he stands apart from his new peers. His music is not nice; the production frequently evokes a disturbed mind, and over it he speaks of profound alienation. Modern Soul, the album’s first single, is dominated by one of Blake’s typically sublime vocal melodies, but beneath that is hollow percussion, faint sirens and the endless refrain of “I want it to be over.” A sense of negation – the temptation to retreat from a bleak outside world – forms the disquieting background noise to his songs. There is space in all minimal electronic pop, but only in Blake’s does it feel so much like void.
Nowadays, though, your vocal style is your calling card more than ever – and Blake’s is not only distinctive, it’s peerless. It’s magical in its evocative powers, and like Arthur Russell he can summon a sort of joyful sadness that seems to transcend the song itself. It means this album of digital anxiety and millennial unease is wrapped in something that feels both toweringly accomplished and heart-wrenchingly frail – and for that reason it should be treasured.”

Lees de hele recensie in The Guardian => https://www.theguardian.com/…/james-blake-the-colour-in-anyt…

2. Kaytranada – 99.9%
Kaytranada wordt al lange tijd gezien als een groot producerstalent in de hiphop. Toch schurkt hij regelmatig maar net tegen de hiphop aan, zo ook op dit debuutalbum. Hierop laat hij horen al een geheel eigen stijl te hebben ontworpen, met veel nadruk op de ritmesectie en daar atmosferische synthesizers overheen. Ritmisch gezien leunt hij daarbij meer naar de jazz en funk toe; vol spanning en met veel aandacht voor de groove. We komen de hiphop echter wel tegen in de vocalen. Kaytranada trekt namelijk een heel blik aan gastartiesten open, van dat andere opkomende hiphoptalent Anderson .Paak tot aan de terugkerende popster Craig David. Omdat Kaytranada’s muziek bij vlagen wat ongrijpbaar is, is het fijn dat zijn instrumentale muziek af wordt gewisseld met (pop)liedjes die wat meer houvast bieden. Het album weet echter continu te verrassen in zijn inventieve producties en is daarmee inderdaad het opwindende debuutalbum dat we verwachtten. Recensie: A. de Vries

3. Anohni – Hopelessness
Anohni is de nieuwe naam voor Antony Hegarty, voormalig zanger van Antony & The Johnsons. Op ‘Hopelessness’ werkt Anohni samen met de bijzonder exclusieve sophisticated acts Oneohtrix Point Never en Hudson Mohawke waardoor dit project veel elektronischer, grilliger en op een bepaalde manier hipper is dan Antony & The Johnsons. De boodschap van Anohni is politiek en doordrenkt met angst en wanhoop over de achteruitgang van het milieu, de verontrustende opwarming van de aarde en de smeltende ijskap in het bijzonder. Dit is een dance album op z’n Anohni’s opgetuigd met haar soulvolle stem en alarmerende teksten… addressing surveillance, drone warfare and ecocide. Een radicale breuk met de zanger’s vroegere symfonische samenwerkingen… the album seeks to disrupt assumptions about popular music through the collision of electronic sound and highly politicized lyrics.

4. Ry X – Dawn
De Australische singer-songwriter Ry X – geboren als Ry Cuming – heeft ons een tijdje laten wachten. Debuutalbum Dawn was er namelijk ontegenzeggelijk eentje om naar uit te kijken. Of het wachten de moeite waard was? Nou en of. Zijn muziek varieert van akoestische, weekhartige ballads naar voortdrijvende tracks vol mysterieuze vocalen en dreigend gitaarspel. Dawn opent met een gelijknamige interlude welke overgaat op Shortline, wat net zo goed een fijnbesnaarde track van Bon Iver had kunnen zijn. Het fraaie, hoge stemgeluid van Cuming krijgt halverwege bijval van klein pianospel en een subtiele beat. Muziek gevoed door de uitgestrekte landschappen van vaderland Australië. Elk nummer klinkt steeds een beetje anders, maar wel zo geproduceerd dat het een welgevormd geheel betreft. En waar Shortline aan Bon Iver doet denken, daar neigt het prettig voortkabbelende gitaarliedje Salt naar James Vincent McMorrow en hebben tracks als Hold Me Love en Lean sterke affiniteit met het werk van Oscar & The Wolf. Dergelijke vergelijkingen zijn mooi, maar nemen niet weg dat Dawn een op zichzelf staande plaat is vol schitterende popliedjes van een eigenzinnige zanger die lang geleden werd geïnspireerd door niemand minder dan Jeff Buckley. Recensie: J. Teitsma

5. Whyte Horses – Pop or not
Band rond Dom Thomas, een muziekfanaat die de hele wereld afstruint naar obscure en zeldzaam vinyl, en dat is terug te horen in hun muziek. Turkse Psyche, Braziliaans, Broadcast, Lee Hazlewood, en Serge Gainsbourg, punk en elektronica . De mengelmoes op dit album is het directe resultaat van al dat gegraaf en het is ze op een hypnotiserend fraaie manier gelukt om dit alles samen te smelten.
Het lijkt wel of al het gezoek naar perfecte platen hen heeft doen besluiten die maar gewoon zelf te maken. Bijzonder!


BONUSTIPS:
– Mary Chapin Carpenter – The Things That We Are Made Of
Carpenter noemt zichzelf old school, in de zin dat voor haar het beluisteren van een album in zijn geheel moet gebeuren en dat de volgorde van de nummers daarbij heel belangrijk is. Daarom is het geen toeval dat dit album begint met Something Tamed Something Wild, waarin de zangeres een samenvatting geeft van de belangrijke gebeurtenissen in haar leven. In de rest van de nummers gaat ze daar dan dieper op in, met tot de verbeelding sprekende titels als The Middle Ages en What Does It Mean To Travel. Een conceptalbum dus, maar dan wel een dat bestaat uit 11 betoverende liedjes, die bovendien ook nog prachtig zijn geproduceerd door Dave Cobb. Mary Chapin was altijd al een meester in het vervatten van beeldrijke, aardse, poëtische teksten in verraderlijk simpele melodieën die de emotionele lading nog extra versterken. Het is dan ook een genoegen dit album in zijn geheel, zoals Carpenter het heeft bedacht, te beluisteren. Recensent: Jos van den Berg

– The Reverend Shawn Amos – Loves You
Halleluja mensen, gaat dit luisteren. Zeker op zondag natuurlijk. Dan houdt hij extra van je.

Mini docu over het bluesalbum: The Reverend Shawn Amos Loves You — geproduceerd door Mindi Abair en featuring The Blind Boys of Alabama en Missy Andersen:

– Psychic Temple – III
Met hun derde album rond Psychic temple de overgang af van avant-jazz soloproject naar een full operational band die z’n wortels heeft liggen in de rijke historie van klassieke Amerikaanse soul, blues en folk. Je hoort in hun geluid net zoveel terug van de Californische canyons als van de moerassen van het diepe zuiden. Psychic Temple cult-leider Chris Schlarb stapt uit z’n eigen schaduw. Indrukwekkende lijst met gastmuzikanten: Spooner Oldham (Neil Young, Bob Dylan), David Hood (J.J. Cale, Aretha Franklin), Mike Watt (Minutemen, Stooges), Avi Buffalo, Nedelle Torrisi (Sufjan Stevens).

– J Dilla – Jay Love Japan (heruitgave)
Besides being a posthumous release, the Jay Love Japan EP was a much delayed release by the time it landed in 2008, having been originally announced in 2005. As the logistics were worked out with late producer’s estate, numerous bootlegs, test pressings, and promos appeared. This final, official version differs little from any previous underground incarnation, and while the soulful beats are as good as the three years of Internet message board discussion has declared, the package, as it always has been, is woefully short. Ten tracks, mostly instrumental, fly by in just over 20 minutes with only the two vocal cuts — “Say It” with Ta’Raach and “First Time” with Slum Village member Baatin — sounding truly finished. The good news is that fanatics finally get decent packaging around these cuts, but the set is much less satisfying than his grand beat album Donuts. [bron: Allmusic]

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week Nr. 18 | 2016

Albumtips week Nr. 18 | 2016

by J. Stevens · mei 30, 2016

ALBUMTIPS WEEK Nr. 18 | 2016
Volg onze lijst op ‪#‎Spotify‬ en beluister onze wekelijkse Top 5:
https://open.spotify.com/…/…/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

1. Kevin Morby – Singing Saw

2. Konono No 1 – Meets Batida

3. Frankie Cosmos – Next Thing

4. Imarhan – Imarhan

5. Walker Family Singers – Panola County Spirit
1. Kevin Morby – Singing Saw

Talent kan hem niet ontzegd worden. Geboren Texaan (Lubbock, net als Budy Holly) Kevin Morby was eerst bassist in de psychedelische folkband Woods, later gitarist in het duo The Babies en richtte zich vervolgens op een solocarrière. Zijn derde soloplaat, Singing Saw, verschijnt nu op kwaliteitslabel Dead Oceans – en terecht. Singing Saw is een fraaie rockplaat die de sfeer van een goeie Lou Reed-plaat ademt, maar dan zonder diens nasale stemgeluid. Gitaar, drums, bas en zang klinken droog en understated, maar zijn niettemin de sfeerverhogende elementen die Morby’s fraaie liedjes van een fundament voorzien. Kevin Morby gaat nog niet zomaar doorbreken, maar in de toekomst zal hij zeker de transitie van obscuur naar populair doormaken. Singing Saw is daarvan beslist de voorbode. Recensie: W. Rijkeboer

 

2. Konono No 1 – Meets Batida

The city of Kinshasa, in the Democratic Republic of the Congo is the home of Konono No.1 a band which has taken the African likembé (thumb piano) from a folkloric instrument, into the electronic age. Back in the sixties, it’s founder Mingiedi Mawangu figured out how to amplify the likembé, using salvaged car parts, and wired it through a guitar amp. Though he passed in 2015, his son Agustin Makuntima Mawangu carries on as leader, maintaining the amplified likembé as its primary instrument. On Konono No. 1 Meets Batida, the band continues to forge pioneering sounds combining ancient Bakongo music with the blend of Angolan kuduro, semba and afro-house sounds popularized by Pedro Coquenão, better known as Batida.

Since it’s influential “Congotronics” (2005 Crammed Discs) release, Konono No. 1, has taken their tribal bazombo trance music into uncharted territory on three more releases, and received a Grammy in 2010, for their participation with Herbie Hancock on “The Imagine Project,” where they were featured on the title track. The piano technique utilized by Hancock on this song, is his interpretation, and appreciation, of the likembé style played by the group. Their latest collaboration, with Angolan/Portuguese artist Batida, was recorded in his garage studio in Lisbon, and showcases the band in a more cosmopolitan afro-fusion setting, while maintaining their trademark celebratory sound.

There are bass, mid, and treble modified likembés, which are supported by an assortment of percussive instruments, a drum kit, hand clapping, as well as pots, pans, and car parts. The vocalizing is performed in a chanting call and response, with hypnotic rhythmic repetition. All the instruments as well as vocals are going through an invented PA system using megaphones as speakers. All these elements are essential in what is recognized as the Konono No. 1 sound, basic and improvised, yet effective.

[…]

Konono No. 1 has taken their music from its ancestral origins in the Congo, to international recognition and success. Their unique variety of creativity has been influential not only in their homeland, but has been sampled and remixed by a host of electronic gearheads and DJ’s who found inspiration in the unique timbres of electric likembés. This collaboration with Batida is another affirmation that they will continue to be currently relevant, while maintaining a faithful connection with their native roots. […] De hele recensie door James Nadal (AllAboutJazz.com) is hier te lezen: https://www.allaboutjazz.com/meets-batida-konono-no1-crammed…

 

3. Frankie Cosmos – Next Thing

Frankie Cosmos is het indie pop project van Greta Kline. Haar grootste talent is wellicht de manier waarop ze in staat is om korte liedjes te kneden tot ervaringen die je het gevoel geven getuige te zijn geweest van urenlange impressionistische gesprekken. Haar teksten vormen een poëzie-bundel op zich. En haar unieke stem en de leegte in muziek en tekst biedt soms een enorme ruimte: ruimte voor een glimp van hoe een muzikale hemel eruit zou kunnen zien.

 

4. Imarhan – Imarhan

De zonen van Tinariwen worden ze al genoemd, dit viertal uit het diepe zuiden van Algerije waar de wind woest over de woestijn kan waaien en de oorlog nooit ver weg weg is. Imarhan klinkt even puntig en in trance als Tinariwen, maar toch weer wat meer hedendaags. De gitaren regeren en de stemmen bezweren. Funky klinken ze ook en met veel positieve vibes is het muziek waarbij je snel in the mood komt om eens lekker te gaan swingen. Dit interessante debuut van Imarhan verschijnt op het voormalige grungelabel City Slang. Recensie: R. Verkerk

 

5. Walker Family Singers – Panola County Spirit

Het New Yorkse soul label Daptone reisde weer eens naar Mississippi om field recordings te maken van de daar nog volop bloeiende gospel- en close harmonytraditie. De familie Walker hoorden we al op het eerste deel van deze serie, maar vader, moeder en kinderen krijgen nu het gehele derde deel om hun schitterende, diep gelovige materiaal te laten horen. Tijdloos en natuurlijk zeer geschikt voor de juiste sfeer deze zondag (en overigens alle andere komende dagen)!

Categorie: Cultuur, Muziek

Albumtips week nr. 17 | 2016

Albumtips week nr. 17 | 2016

by J. Stevens · mei 30, 2016

The Goon Sax - Up to anything
The Goon Sax – Up to anything

Volg ons op ‪#‎Spotify‬ en beluister hier onze wekelijkse Top 5:

https://open.spotify.com/…/…/playlist/1JJi229d06u1fPbczMkdbI

1. The Goon Sax – Up to anything
2. Matthew and the Atlas – Temple
3. Martha High – Singing For The Good Times
4. Luka Bloom – Frugalisto
5. Venice – Brunch Buffet
BONUSTIP: Joep Beving – Solipsism

—–

1. The Goon Sax – Up to anything
Zeer jonge band uit Brisbane Australie. De zoon van Robert Forster van Go-Between namelijk Louis Foster is de voorman. En dat is te horen. “Send Me A Lullaby” het Go-Betweens debuutalbum uit 1981 krijgt als het ware een opvolger met deze plaat. Diezelfde melancholie, dezelfde eenvoud, en een sound die ergens in de buurt komt van The Pastels en The Velvet Underground. Zie hier hun clip van ‘Boyfriend’ (via YouTube):

2. Matthew and the Atlas – Temple
Diep verscholen in het Atlasgebergte zou je Matthew Hagerty wel tegen willen komen. Samen met zijn band, omringd door fraaie natuur, nummers spelend als Pale Sun Rose en The Fishermans Wife, aangevuld met liefst alles van zijn nieuwe album Temple. Op Matthew And The Atlas’ tweede worden ingetogen liedjes subtiel afgewisseld met nummers waarbij het tempo iets omhooggaat. Of kent de track, zoals op opener Graveyard Parade, een subtiele opbouw waarbij steeds meer geluiden en instrumenten het lied dragen. Matthew is echter niet voor één gat te vangen. De vergelijkingen met het vroege Mumford And Sons zijn begrijpelijk, maar gaan dieper en verder. Weinig banjo, wel veel synths, een drumcomputer, gitaarsolo. Elf arrangementen komen op Temple voorbij. Mooi, harmonieus en vooral origineel. Het dieprauwe stemgeluid van Matthew verveelt nergens en schittert extra als de muzikale omlijsting bescheiden is, zoals tijdens het prachtige Elijah en Can’t You See. Mooie plaat! Recensie: J. Teiting.

CONCERTTIP: Dinsdag 10 mei 2016 Matthew and the Atlas
in: Bitterzoet, Amsterdam (er zijn niet veel kaartjes meer en het gaat hard! Dus opschieten!)

3. Martha High – Singing For The Good Times
Waar James Brown zich graag liet voorstaan als ‘the hardest working man in show business’, is Martha High hoogstwaarschijnlijk zijn vrouwelijke evenknie. Niet voor niets maakte ze 35 jaar lang onderdeel uit van de entourage van ‘the godfather of soul’. Daarin begon ze midden jaren 60 als achtergrondzangeres, daarnaast werkte ze incidenteel met talloze andere grootheden uit de soul, funk en rhythm en blues. Pas de laatste jaren maakt de inmidels 70-jarige Martha High serieus werk van haar sololoopbaan – een titelloos discoalbum uit 1979 daargelaten. Want haar doorleefde en enigszins rauwe stemgeluid lijkt in de loop der tijd alleen maar overtuigender te worden. In 2011 was er al het prima Soul Overdue. En op haar nieuwe album werkt Martha High samen met Luca Sapio, de Italiaanse producer die klassieke southern soul knap laat samengaan met invloeden uit jaren 60-soundtracks uit de Italiaanse cinema. Een moeilijk te weerstane combinatie. Recensie: W J van Essen

4. Luka Bloom – Frugalisto
De Ierse singer/songwriter Luka Blook levert met Frugalisto wederom sterk album af. Opgenomen in Lettercollum House in Timoleague (naar eigen zeggen, zijn mooiste studioervaring) bezingt Bloom 12 sketches van het leven. Het titelstuk gaat over de Ierse surfer Fergal Smith, die vindt dat we minder moeten consumeren (een frugalisto is iemand die met de trends meegaat zonder er veel geld aan uit te geven). Oh Sahara verhaalt over verloren liefde. Lowland Brothers is het onroerende verhaal over soldaten die hoopvol de oorlog in Vlaanderen instappen maar uiteraard bedrogen terugkeren. In het vrolijke Jiggy Jig Jig wordt onder andere gerefereerd aan de Japanse vrouw Yoko die een jonge muzikant die vastzat in zijn muziek. De muziek op Frugalisto is spaarzaam maar met zijn teksten weet Luka Bloom de luisteraar mee te voeren in zijn persoonlijke songs. Daarmee bewijst Bloom na vier decennia nog steeds een belangrijk artiest te zijn. Recensie: R. Bulters

5. Venice – Brunch Buffet
Het is alweer achttien jaar geleden dat Kipp, Mark, Michael en Pat Lennon voor het eerst optraden in Jan Douwe Kroeske’s 2 Meter Sessies. Vanaf dat moment is Venice eigenlijk altijd populairder geweest in Nederland dan in thuisland Amerika. Dat de heren hun liefde voor de klassieke Westcoast sound van Crosby, Stills & Nash en de Eagles nooit onder stoelen of banken hebben gestoken is een understatement van jewelste, want er zijn weinig bands die zo goed kunnen kopiëren als Venice. Dat de heren een bredere smaak hebben, wordt echter duidelijk op Brunch Buffet, een verzameling covers van artiesten waardoor de Lennons zich laten inspireren. En dat zijn niet alleen usual suspects als Poco en Dan Fogelberg, maar vooral ook verrassende keuzes als Earth, Wind & Fire, Stevie Wonder, Hall & Oates en Keane. Vrijwel alleen maar sterke liedjes die de heren zich soms haast onherkenbaar volledig eigen hebben gemaakt. Veel smaakvolle akoestische klanken dus en bovenal natuurlijk die fantastische samenzang, nog altijd het belangrijkste handelsmerk van Venice. Recensie: M. van Ravenhorst.

BONUSTIP: Joep Beving – Solipsism
Je zou kunnen zeggen dat Joep Beving de Nederlandse Ludovic Einaudi is. Denk qua sfeer ook aan: Greg Haines en Ólafur Arnalds. Joep Beving debuteert met Solipsism. Hij was al succesvol componist van muziek voor reclame. Met dit album start hij zijn solocarrière als pianist. De grafische vormgeving die het album subliem ondersteunt, werd verzorgd door Rahi Rezvani. Droom weg met deze muziek. Steeds vaker. En verder.

Categorie: Cultuur, Muziek

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 12
  • Pagina 13
  • Pagina 14
  • Pagina 15
  • Pagina 16
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 22
  • Ga naar Volgende pagina »

Copyright © 2026 Fernweh Magazine · Log in

  • Home
  • Winkel
  • Winkelmand
  • Mijn account
  • Inschrijven voor de nieuwsbrief
  • Cookiebeleid (EU)
Wij gebruiken cookies

Cookies helpen ons om de site goed te laten werken en om te begrijpen hoe bezoekers Fernweh.nu gebruiken. Kies zelf welke cookies je toestaat.

Functioneel Altijd actief
Deze cookies zijn nodig om de website goed te laten werken (bijv. voorkeuren / veilige login).
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt. Deze anonieme gegevens helpen ons om de ervaring van je websitebezoek te kunnen verbeteren.
Marketing
Met deze cookies tonen we partnerlinks en inhoud die past bij onze verhalen en de interesses van bezoekers.
  • Beheer opties
  • Beheer diensten
  • Beheer {vendor_count} leveranciers
  • Lees meer over deze doeleinden
Bekijk voorkeuren
  • {title}
  • {title}
  • {title}