We schrijven het jaar des Keizers 1804. Een jaar waarin Frankrijk de Code Civil als Frans burgerlijk wetboek invoert en grote invloed gaat hebben op de wereld en de Europese landsgrenzen. De huidige beschaving lijkt voor de deur te staan. Lijkt, want bedenk dat dit ook nog het jaar is waarin, even verderop, de Amerikaanse vicepresident Aaron Burr duelleert met oppositieleider Alexander Hamilton en hem daarbij met een revolver doodschiet.
Keizers
In Europa roept Keizer Frans II van het Heilige Roomse Rijk zichzelf tot keizer van Oostenrijk uit (als Frans I). Hij voert dus twee keizertitels: een erfelijke en een toegekend door de keurvorsten (die hun keizer kiezen). In december van dat jaar, zal ook Napoleon Bonaparte zichzelf, in de Notre-Dame, in bijzijn van Paus Pius VII, kronen tot Napoleon I, Keizer der Fransen.
Venlo, stedje van lol en plezeer

In 1804 bezoekt Napoleon de huidige Nederlandse (Noord-Limburgse) grensstad Venlo. Een parade van soldaten van Napoleons Garde trekt het ‘Stedje van lol en plezeer’ zoals de Venlonaren hun stad wel liefkozend noemen, in, via wat sindsdien, ook nu nog, de straatnaam Parade draagt. Een menigte wacht hem verwachtingsvol op, met daarbij de notabelen van de stad. Maar wat doe je als je Napoleon bent, je je allerlei veroveringen en veldslagen in je hoofd gehaald hebt die je het jaar daarop nog uit zult voeren en de notabelen van een stadje als Venlo wachten je op? Dan denk je: ‘Ja da-ag, daar heb ik dus effe geen zin in’. Onverwacht draai je je paard naar links, geeft het de sporen en met enkele kompanen vlucht je een klein modderig steegje in en laat de wachtende bevolking en je vooruitgereden soldaten het nakijken.
Floddergats
Zo ongeveer zal het destijds gegaan zijn in wat in de Venlose volksmond toen (en nu nog) de ‘Floddergats’ werd genoemd. Die naam kreeg het steegje, een onverhard zandweggetje, vanwege de modderpoelen die zich er waarschijnlijk al in de 16e eeuw, na regenval vormden. Het weggetje leidt van de prachtige gietijzeren poort van het Dominicanenklooster Mariaweide, aan de kruising met de Parade en de Keulsepoort, naar de voormalige Kloosterkerk Domani. Domani is nu een fraai cultuurpodium-horecagelegenheid en daarnaast vind je tegenwoordig het museum van Venloosch Vastelaoves Gezelschap Jocus. Het inmiddels beklinkerde steegje is zo smal dat het ooit waarschijnlijk een tijd dienstdeed als kleine begijnengang bij het klooster. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan. Dat geldt ook voor het nog smallere zijsteegje van de Keizerstraat, het Ursulastraatje, in 1428 zo genoemd naar St. Ursula, de beschermheilige van het naastgelegen klooster.
Ja inderdaad, ik schrijf ‘Keizerstraat’, omdat toen Napoleon de afslag naar de ‘Floddergats’ nam, richting de huidige Nieuwstraat, niet alleen zijn paard letterlijk een hoefijzer verloor maar Bonaparte hier ook figuurlijk een nieuwe straatnaam achterliet die het, sinds – op zijn vroegst december 1804 – nu nog heeft. Het pittoreske steegje zou door die gebeurtenis officieel tot ‘Keizerstraat’ gedoopt worden.
Preuf- en praotlokaal ‘de Klep’
De Keizer gaf toen al het goede voorbeeld, want zeker anno nu is het voor bezoekers aan Venlo aan te raden om even de Keizerstraat of ‘Floddergats’ in te vluchten, in de voetsporen van Napoleon, althans van zijn paard. Anders dan de Keizer destijds, tref je daar halverwege preuf- en praotlokaal ‘de Klep’ aan, uitgebaat door Eef en Louis Klaassens. De Klep is een heel gezellig bruin café waar je terecht kan voor non-alcoholica zoals lekkere koffie van de Maastrichtse branderij Maison Blanche Dael (familieonderneming sinds 1878), per kop gezet met een espressomachine van Italiaanse makelij (Napoleon werd overigens in 1805 ook Koning van het toenmalige Italië). En ook voor tal van Venlose likeuren, voortreffelijke wijnen, whiskeys en vooral voor honderden bieren kun je er terecht. Het is dan ook een officieel ‘proeflokaal’.

Hou je van bovengistend of ondergistend bier of pils? Van spontane of wilde gisting? Van bruin of blond? Degustatie of dorstlessend? De Klep heeft het. En helemaal bijzonder is het Venloos Paeterke (Patertje). Dat is een bier dat naar eigen recept, zelfgebouwen wordt door De Klep en ook alleen daar getapt wordt. Het is er in de variaties Döbbel en Triepel, in de geest van Abdij- en Trappistenbieren.
Amper 4 jaar geleden was hier, zo verwoorden de uitbaters het, een ‘dubieuze disco met een zwerversparkje voor de deur’. Misset’s Horeca Magazine:
[Het is] omgetoverd tot een uniek – en dat woord gebruiken we niet licht – biercafé met een plaatje van een terras. 120 plekken binnen, 120 buiten en een scala aan bieren. Een Café Top 100 zonder De Klep, dát zou pas ongeloofwaardig zijn.”
Niet voor niks komt De Klep vanuit het niets pardoes op plaats 4 de Café Top 100 binnen en dat is niet eerder voorgekomen.
Treed zelf in de voetsporen van de Keizer
Veel Limburgser wordt het niet. Overal hoor je gezellig geroezemoes van in het Venloos converserende gasten, die hier even samen de dag doornemen, genieten van de kleine kaart die ‘De Klep’ ook kent en allicht proosten op het bourgondische leven.

Wil je enigszins verstaan wat de Venlonaren zeggen? Dat kan. Aan de overkant van De Klep, wordt de ‘Floddergats’ niet afgesloten door een muur maar door het fraaie gietijzeren hek dat het kloosterterrein van de Dominicanenkerk omzoomt. De Venlose kunstenaar Ger Janssen heeft daar in brons veel schattige ‘köpkes’ (hoofdjes) geplaatst die op humoristische wijze persoonstyperingen en een aantal uitdrukkingen en liedjes uit het Venloos dialect uitbeelden.

Waan je Napoleon, bind je paard vast aan het hek, stap De Klep binnen en vraag daar eens aan de aanwezige Venlonaren wat bijvoorbeeld – een van de Venlose gezegdes, uitgebeeld in brons – ‘Spooje is gauw gedoan’ betekent. Onder het genot van het zelfgebrouwde Paeterke leggen ze je dat ongetwijfeld graag uit. En mocht je er toevallig het originele zoekgeraakte hoefijzer van het paard van de Keizer nog vinden (neenee, niet de kopie die naast de ingang van De Klep hangt!)… Laat het Fernweh Magazine weten en breng het naar het nabijgelegen Limburgs Museum.
Wilt u de Floddergats en de rest van de Venlose binnenstad ontdekken met een gids? Neem dan rechtstreeks contact op met een ervaren VVV-stadsgids binnenstad Venlo: tel. 06-47380566 (Ir. P. Stevens)
Of via: VVV Venlo p/a Boekhandel Koops. Tel. 077-3543800 / Mail: venlo@vvvnoordlimburg.nl
51° 22′ 4″ NB, 6° 10′ 13″ OL





Mazzy Star zangeres Hope Sandoval vormde in 2000 samen met My Bloody Valentine drummer Colm O’Ciosoig Hope Sandoval & The Warm Inventions. Het leverde in 2001 en 2009 twee bijzonder fraaie platen op, maar sindsdien was het stil. De afgelopen jaren kwamen zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine weer tot leven, maar gelukkig is ook het andere project van Hope Sandoval nog altijd springlevend. Until The Hunter laat een zich bijzonder langzaam voortslepend geluid horen, waarin invloeden uit de psychedelica belangrijker zijn dan bij Mazzy Star. Vergeleken met Mazzy Star is het geluid van dit project van Hope Sandoval ook veelzijdiger. Until The Hunter laat lang uitgesponnen psychedelische tracks horen, maar ook zweverige folksongs, een fris gitaarliedje of toch opeens weer songs die aan Mazzy Star doen denken. Zoals we van Hope Sandoval gewend zijn domineren de lome en dromerige songs en dat zijn ook de songs waarin haar verleidelijke vocalen het best tot zijn recht komen. Heerlijke plaat om bij weg te dromen. [Recensie: E. Zijleman]![De Boulimisch Nervose Organisatie [Column]](https://www.fernweh.nu/wp-content/uploads/2016/11/De-Boulimisch-Nervose-Organisatie-Fernweh-Jorrit-Stevens-1000x400.jpg)
![De Boulimisch Nervose Organisatie [Column] 16 Image result for ffffound fat](https://www.notodo.com/v4/fotos/blog/670battles.jpg)
![De Boulimisch Nervose Organisatie [Column] 17 Image result for bulimia ffffound](https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/564x/63/72/24/637224789d1f4b8c337dac259a4df5cf.jpg)

Johnny Cash zijn evident. De geweldige gitarist en wat ondergewaardeerde songwriter die je hoort is Rick Miller. Samen met de rest van de band geeft hij deze persoonlijkheid mee. Het album Electric Pinecones opent met Freak Flag waarbij je zult merken dat je voet onwillekeurig meetikt en daar ga je. Je drijft richting het mooie Slowly Losing My Mind. En alles daartussen? Heel fijn, heel fijn. [Recensie: J. Stevens | Fernweh Mag]
Soms wil je uit de drukte van het stadsleven
Drummer Jivraj Singh en multi-instrumentalist Nischay Parekh komen uit India en brachten daar in 2013 al dit album uit. Langzamerhand slaat hun opmerkelijke sound over naar de US en Europa, en terwijl ze inmiddels bijna hun tweede album gaan uitbrengen kunnen we eerst nog even kennismaken via deze wereldwijde heruitgave. En opmerkelijk is het, want het album opent met I Love You Baby, I Love You Doll, een nummer dat sterk herinnert aan Fred Neil’s Everybody’s Talking (!), terwijl de twee nummers die volgen meer gemeen hebben met Dylan’s Nashville Skyline (!!) dan met muziek die wij, bevooroordeelde westerlingen, meer associëren met de transistorradio muziek die de straten van Mumbay bevolken. Daarna wordt het album zelfs een stuk steviger en eigentijdser om naar het eind van het album weer terug te keren naar de akoestische sound van het begin. En dat alles in 25 minuten. Bijzonder album. [Recensie: J. Vreugdenhil]


De tweede langspeler van Noura Mint Seymali komt na Tzenni, heet Arbina en is goed. Heel erg goed zelfs. Recensent Z. Lipez van Noisey/Vice is er lyrisch over:
Weyes Blood is de naam waaronder Natalie Mering alweer een jaar of 10 muziek maakt. In dat decennium heeft Natalie zich ontwikkeld van lo-fi avant-gardiste tot gothic folkie tot intrigerende en melodieuze chanteuse met een sterke hippie inslag. Die evolutie is te volgen op haar albums. De eerste single van deze plaat is Seven Words, een ballad, die rustig de tijd neemt om zich te ontvouwen. Inspiratie lijkt Natalie te hebben geput uit het werk van Natalie Merchant, maar vooral van de legendarische, veel te vroeg overleden Judee Sill.
Anouk is van alle markten thuis. Met Fake It Till We Die, haar nieuwste album en de tweede die ze dit jaar uitbrengt, bewijst de Haagsche zangeres dat ze bomvol sterke teksten zit en ook goed gedijt in de funk en soul. De opener There He Goes brengt je met een Curtis Mayfield-achtige Superfly melodie direct in de juiste sferen. Veel blazers en gedempte kerkorgels, maar ook synthesizers zijn ingezet om de juiste ‘undergound feel’ neer te zetten. Pakkende, persoonlijke teksten en een continue variatie aan stijlen eisen de aandacht van de luisteraar op. Boos wenst de zangeres een oude liefde de eeuwige verdommenis toe. ‘Burn motherfucker, burn in hell’ gromt uit de speakers bij het stevige nummer Burn. Van pittig en woest naar zwoel en sexy. Ze draait haar hand er niet voor om. En zoals we van Anouk gewend zijn: ze neemt geen blad voor de mond. Het veelbesproken Down Daddy Down brengt op een traag ska-ritme lyrics als ‘You sure love my legs and what’s in between’. Het levert geheid rode oortjes en blozende wangen op. Mannen, seks en liefde en de onzekerheid die hiermee gepaard gaat, zijn duidelijke inspiratiebronnen geweest, zoals ze zelf ook aangeeft in de nummers Take It Slow, I Just Met A Man en My Man; ‘He’s my inspiration.. I don’t have to die to go to heaven.’ Een energieke plaat, vol pit en passie, wat experimenteler dan anders, maar nog steeds een authentieke Anouk. Eentje die bij geen muziekliefhebber mag ontbreken. [Recensie: S. den Toom]