• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud

Fernweh Magazine

Ontsnap. Steeds vaker. En verder..!

  • Actueel
  • Cultuur
  • Artikelen & Interviews
  • Colofon
  • Winkelmand

Artikelen & Interviews

Memory undying

Memory undying

by Hans Jansen · nov 6, 2016

Na het vastlopen van de operatie Market Garden was het gebied tussen de rivieren Waal en Rijn het decor van verscheidene confrontaties tussen de geallieerde troepen en Duitse infanterie en artillerie. Eind september 1944 liepen bij het kerkdorpje Ressen, gelegen langs de weg van Nijmegen naar Arnhem, soldaten van de Irish Guards op een sterke Duitse linie. De Guards, een infanterie regiment van het Britse leger, hielden heldhaftig stand tegen de met zwaar geschut bewapende Duitsers en voorkwamen dat deze in zuidelijke richting oprukten.

fullsizerender

Een kilometer of twee ten noorden van Ressen herinnert een monument aan de gevechten die daar hebben plaatsgehad. Het ongeveer 7 meter hoge gedenkteken in de vorm van een vliegtuigvleugel staat langs de snelweg A325 tussen Nijmegen en Arnhem en het riviertje de Linge. In het vlakke landschap, tussen de oprukkende bebouwing van de Arnhemse buitenwijken en de bedrijventerreinen van Huissen en Angeren, valt het nauwelijks op. Het staat er wat verloren in de wind. De wielrenners op het langs de snelweg gelegen fietspad hebben alleen oog voor het asfalt dat zich voor hen uitstrekt en kijken niet op of om. De Guards verdienen een aandachtiger eerbetoon.

Rudyard Kipling, wiens zoon John als luitenant van de Irish Guards in 1915 sneuvelde bij de Slag om Loos, betoonde in 1918 met een prachtig gedicht zijn eer aan de dappere soldaten.

 

The Irish Guards

Old Days! The wild geese are flying

Head to the storm as they faced it before!

For where there are Irish there’s memory undying,

And when we forget, it’s Ireland no more!

Ireland no more!

Categorie: Artikelen, diversen, Poëzie

De Boulimisch Nervose Organisatie [Column]

De Boulimisch Nervose Organisatie [Column]

by J. Stevens · nov 3, 2016

‘Verdien € 500,-‘ zo luidt de koptekst van een mail van de HRM-afdeling. ‘Elke collega die een nieuwe collega aandraagt, verdient maar liefst €500,-‘ Het jachtseizoen is geopend, namelijk de jacht op talent. Het duurt niet lang meer voor de jacht ontaardt in een ware oorlog: een war on talent.

Raden van Bestuur weten zich in deze episode geen raad. Er is behoefte aan een boel mensen want het is een bull market. ‘Waar halen wij zo snel mensen vandaan?’, vraagt men zich af. Personele groeitargets worden gesteld en de messen geslepen, hoewel hier zonder mes en vork gegeten wordt. Gewoon, met beide handen, worden king size porties potentials gescout, topmensen ge-searched om vervolgens de organisatie binnengeschrokt te worden. ‘Sla het assessmentcenter maar even over. Binnenhalen die hap!’

Image result for ffffound fatOok zijn er organisatieonderdelen die ongemerkt enorm gegroeid zijn. ‘Ik geloof erin dat een divers personeelsbestand het beste tegemoetkomt aan de steeds diverser wordende eisen vanuit de markt’, spreekt de bestuursvoorzitter zijn troepen toe. Hij koestert de heimelijke wens om dit jaar het personeelsbestand te verdubbelen. Dit is onbeheersbare binge-werving & selectie. ‘Heerlijk schrokken, haast zonder te proeven en het punt van verzadiging komt nooit!’

Maar dan zijn er plotseling die gevoelens weer. Sommige managers voelen zich in toenemende mate schuldig. Het besef dat de organisatie in korte tijd ongelofelijk gegroeid is, lijkt door te dringen. De groei-euforie waarin het management, haast zonder erbij na te denken, mensen binnenhaalt, lijkt plaats te maken voor neerslachtigheid.

‘Zit er niet wat te veel vet op de botten bij sommige organisatieonderdelen?’ vragen sommigen zich heimelijk af. Zij vrezen dat het overgewicht op bepaalde plaatsen in de organisatie zichtbaar wordt. Gelukkig zijn daar de beoordelings- en functioneringsgesprekken weer, het middel voor ontslagaanzeggingen. De leiding beeldt zich in dat de eigen organisatie een enorme overhead heeft. Voordat deze ook anderen opvalt, laat de organisatie nu, met horten en stoten, mensen vertrekken. Voor de buitenwereld lijkt de omvang van de organisatie altijd constant. Stiekem, buiten het zicht van de buitenwereld, verlaten evenwel hele businessunits de organisatie. Ook intern wordt er nauwelijks over gepraat.

Image result for bulimia ffffoundDe kaasschaaf heeft inmiddels plaatsgemaakt voor de botte bijl. Kerntakendiscussies zijn aan de orde van de dag. ‘Waar staan wij als groep nog wél voor en waarvoor níet meer?’ De bekende adviesbureaus worden, als laxeermiddelen, ingehuurd om de hele dekselse boel eruit te mieteren. Ook bij sommige bekende adviesbureaus zelf, wordt de botte bijl van stal gehaald.

Aan de kwaliteit van high potentials en relatief nieuwe professionals wordt ineens getwijfeld. Destijds met veel bombarie binnengehaald, nu alweer uitgekotst. De broekriem wordt aangehaald, al het overtollige personeel wegbezuinigd. Managers voelen zich wat schuldig. Het snelle afslanken van de organisatie begint door te werken in de dagelijkse operatie van de organisatie: de dienstverlening hapert zo nu en dan. De stemming is depressief en neerslachtig.

Maar dan zijn er plotseling afdelingen waar ongemerkt alweer mensen zijn aangenomen. De RvB vraagt zich alweer af: ‘Hoe komen wij aan goede mensen?’ Het duurt niet lang of de afdeling HRM begint plannetjes te smeden. ‘Zou het geen goed idee zijn om collega’s te belonen met € 500,- als zij nieuwe collega’s werven?


Deze column is op 27-1-2010 eerder gepubliceerd in: De OrganisatieActivist


In deze column heb ik de typering van Bulimia Nervosa in DSM-IV, zoals gehanteerd binnen de psychologische wetenschappen, vrij vertaald naar een organisatietypologie binnen het daar geldende discours, in verhalende stijl, JS.

drs. Jorrit Stevens is als adviseur & partner verbonden aan: GrasFabriek | Veranderen met betekenis

Categorie: Artikelen, Filosofie

Buxiaans minimalisme met vaart

Buxiaans minimalisme met vaart

by Hans Jansen · okt 21, 2016

Een politieke thriller, een strandroman of een sportief eerbetoon? Het meisje dat Het Kanaal overzwom, het tweede boek van Willem Bux (over onder andere Willem Bux), heeft van alles wat – op z’n Buxiaans. Bux is bepaald geen gevierd schrijver, en in Het meisje verwijst hij dan ook een enkele keer naar zijn debuut, Het elftal dat de mist inging. Dat boek liep voor geen meter, zo laat de auteur met aanstekelijke zelfspot weten. Terwijl dat toch een heel aardig boek is. Met Het meisje laat Bux zien dat hij is gegroeid. Het boek is beter van compositie, de dialogen zijn sterker en het heeft een mooi en verrassend plot. Er lopen verschillende verhaallijnen door elkaar waarvan je gedurende de rit afvraagt of die wel ooit bij elkaar zullen komen.

Ook in dit boek is Bux de uitgerangeerde sportjournalist die nog één keer een kunstje flikt voordat hij in de vergetelheid verdwijnt. Zijn werkgever, een regionaal dagblad, heeft hem op straat gezet en bij toeval wordt hij gevraagd de PR te verzorgen van een 18-jarig meisje dat het plan heeft opgevat Het Kanaal over te zwemmen – en op dezelfde dag weer terug. Het boek gaat minder over de zwemprestatie, maar vooral om de reden waarom dit meisje dit wil gaan doen. Het boek gaat ook niet over de PR want daar doet Bux niets aan, ook al is hij daarvoor ingehuurd. Hij wil begrijpen én ingrijpen.

Bux kan een mooi verhaal neerzetten. Met gemak springt hij van politiek gekonkel naar een verscheurd gezin, en van zijn voormalige krantenredactie naar de stranden van Dover. Niet de hoofdpersonen spelen de hoofdrol, maar het verhaal. Bux is niet de auteur die de diepe lagen beschrijft onder de mensen in zijn boek. Het gaan hem om de gebeurtenissen. Daarin mag hij wel iets meer uitweiden. Dat de (enige) seksscène in het boek tien regels duurt, waarin het hem zelfs lukt om in dat tijdsbestek twee orgasmes neer te zetten, is dan niet eens zo onlogisch want de details mag je er bij Bux’ minimalisme gelukkig zelf bij verzinnen.

Een boek zonder al te veel uitweidingen heeft een groot voordeel: de vaart zit er goed in. Je wordt direct in het boek gezogen en je wilt vanaf het begin weten hoe het afloopt: haalt het meisje de overkant of verdrinkt zij, net als haar moeder jaren geleden? De verrassing van dit boek zit niet in die ontknoping, maar in een andere. En die is niet bepaald smakelijk maar voelt wel goed. Daarom is dit boek een echte aanrader voor wie deze zomer op het strand zit en twijfelt of hij een stukje gaat zwemmen of een stukje gaat lezen in Het meisje. Tip: doe het laatste. En dan maar wachten op – na Het elftal dat en Het meisje dat – een volgende Bux in de ‘dat’-serie.


♣ Michel Knapen, tekst | Fernweh Magazine


Nieuwsgierig geworden naar het boek? Zie onze productpagina.

Categorie: Artikelen, artikelen derden, Boeken, Cultuur, Recensies

De heerlijke herontdekking van Hailu Mergia

De heerlijke herontdekking van Hailu Mergia

by J. Stevens · okt 20, 2016

Er hing een gemoedelijke sfeer in de Utrechtse Pauwstraat nummer 11. Jongeheer Zerfu overhandigde ons de menukaart van zijn Ethiopisch restaurant Sunshine. We bestelden op zijn aanraden een bananenbiertje en later een kokosbiertje die geserveerd werden in een halve plastic kokosnoot. Voor we de menukaart konden openen, vroeg hij: ‘Willen jullie het verrassingsmenu, zoals iedereen in het restaurant?’ ‘Ja hoor, prima’ antwoorden wij, om vervolgens het restaurant te inspecteren met onze blik om te doorgronden of dit wel een goede keuze was. Het eethuis was voor de helft gevuld met Ethiopische gezinnen, blanke Nederlandse groepjes en een enkel verliefd stelletje. ‘Nu komt er natuurlijk wel een heleboel druk op je schouders te liggen om met een goed gerecht te komen, dat begrijp je hè?’ grapte ik. ‘Helemaal geen druk hoor’ antwoordde hij onverstoorbaar. ‘Hoezo niet?’ ‘Nou,’ zei hij en gaf een antwoord dat vragen over de kwaliteit van het eten verder overbodig maakte: ‘Mijn moeder kookt vanavond’.

mongozo-banana-beer-hailu-mergia-fernweh-magazine
‘Mongozo: The Exotic Beer’

En inderdaad stelden haar kookkunsten, net als die van vaste kokkin, Yehabareka Achenefe, zeer zeker niet teleur. Als dit geen goede voorbereiding was op het Ethiopisch avontuur dat ging komen… Na gastheer Zeleke Zerfu gedag gezwaaid te hebben, liepen we naar het naastgelegen RASA, het Utrechtse podium voor muziek en dans uit alle werelddelen.

Onbekende Afrikaanse muziek

Veel mensen houden niet van muziek uit Afrika. Onbekend maakt wellicht onbemind. Ik kan me herinneren dat Jack Poels, de zanger van Rowwen Hèze, ooit in antwoord op een vraag van Leon Giesen (Mondo Leone) verklaarde van veel muziek te houden maar niet van Afrikaanse. Daarop riep Giesen haast verontwaardigd uit: ‘Hoe kan je dat nou zeggen? Uit Afrika komt misschien wel de spannendste muziek die er is.’ Hij voegde daaraan toe dat hij het prachtige album Holland America Lijn dat hij nota bene met Poels maakte, juist muzikaal volledig op Afrikaanse leest had geschoeid. Hoe had dit Poels kunnen ontgaan? Als Neneh Cherry met Youssou N’Dour de track ‘7 seconds’ opneemt dan zijn er hele Westerse volksstammen die – terecht – diep onder de indruk zijn van deze kennismaking met de Senegalese nachtegaal maar verder blijven Afrikaanse artiesten veelal onbekend en dat is jammer. Giesen heeft, wat mij betreft, groot gelijk als hij Afrikaanse muziek tot de spannendste, meest virtuoze en muzikale ter wereld bestempelt.

Het nachtleven in Addis

Wij bezochten RASA om de Ethiopische Hailu Mergia live te beluisteren. Een buitenkansje. Mahmoud Ahmed, Alemayehu Esheté en zeker mijn persoonlijke held Mulatu Astatke (ሙላቱ አስታጥቄ) zijn legenden uit de Ethiopische muziek, in het bijzonder de zogenaamde Ethiojazz, een soort zeer sfeervolle, futuristische funky en soulvolle jazz uit dat land. De naam Hailu Mergia zegt minder mensen iets, maar hij was daar wel degelijk net zo’n held in de zogenoemde ‘Ethiopische Gouden 60’er en 70’er Jaren’. Hij was namelijk de leider van de legendarische Walias Band. Inderdaad: mét bandlid Mulatu Astatke. De band leverde de soundtrack van het nachtleven van Addis Abeba in die jaren. De beroemdste track uit Mergia’s carrière is zonder twijfel ‘Musicawi Silt’ van het album ‘Tche Belew’, tevens is het één van de meest geliefde en populaire Ethiopische popliedjes wereldwijd. Dit is (en was) muziek die je nog nooit hoorde.

Hete rokerige clubs waar je niet vandaan ging voor het ochtendgloren

The Walias speelden vooral in het hoofdstedelijke Ethiopische Hilton Hotel, waar het een internationale scene van diplomaten, rijke buitenlanders en vermogende lokalo’s behaagde om te vertoeven.

Toen Mergia eens een periode vrijaf had van The Walias Band, stak hij de straat over om daar met zijn kompanen van de Dahlak Band in het tegenovergelegen Ghion Hotel te spelen. The Dahlak band swingt wellicht meer, heeft meer soul, ritme en vormde de sound waar het destijds jonge hippe publiek zo van hield in hete rokerige clubs waar je niet vandaan ging voor het ochtendgloren. Deels vanwege de door de autoriteiten ingestelde avondklok maar natuurlijk ook vanwege de heerlijke muziek.

De herontdekking van Hailu Mergia

Toen The Walias Band ooit voor een tour in de V.S. was, weigerde een groot deel van de bandleden nog terug te keren naar Ethiopië, mede vanwege de politieke situatie in hun eigen land; zo ook Hailu Mergia. Hij werd taxichauffeur in Washington D.C. Bij zijn collega’s was het bekend dat elk vrij momentje dat hij op zijn beurt moest wachten om weer klanten te vervoeren, hij op een keyboard dat op twee AA-batterijtjes werkte, Ethiojazz studeerde. Hij ging dan op de achterbank zitten, zodat het stuur niet in de weg zat. Collega-taxichauffeurs van over de hele wereld kwamen soms naar hem luisteren. Zoiets hadden ze nog nooit gehoord. Optreden deed Mergia niet meer, maar hij bleef dagelijks aan zijn talent schaven.

Terwijl de Ethiopiër in zijn Amerikaanse taxi zat te pingelen, was er een voor hem onbekende Duitser, genaamd Brian Shimkovitz, aan de andere kant van de wereld die door Ethiopië reisde.

Brian:

Ik was op reis in Ethiopië, en ik hou ervan om verschillende steden te bezoeken om naar cassettes te zoeken en ik vond interessante cassettes waaronder die van hem.

Ik ging terug naar Berlijn waar ik destijds woonde en ik beluisterde het bandje twee keer achter elkaar en mijn mind was completely blown. Zoiets geweldigs had ik nog nooit gehoord. Ik ben heel Ethiopië doorgereisd maar ik hoorde nooit iets dat maar in de verste verte hierbij in de buurt komt en ik moest en zou deze gast vinden’.

Dat gebeurde. De rest is geschiedenis. Diverse heruitgaven zagen het licht. Sinds ‘Awesome Tapes From Africa’ zijn er twee heruitgaves van Hailu Mergia uitbracht: Shemonmuanaye (2013) en Tche Belew (2014). Gelukkig komt Hailu Mergia daardoor weer meer in het vizier. Inmiddels is net de derde uit: Wede Harer Guzo (vert.: Reis naar Harer – een stad in Oost-Ethiopië), die sferische ethiojazz afwisselt met meer funky, dansbare nummers. Fernweh Magazine tipte laatstgenoemde re-release eerder dit jaar in onze Albumtips week Nr. 35 | 2016 incl. interview-podcast!

Het ritme van het schip van de woestijn

Mergia liet zich dit keer muzikaal bijstaan door twee muzikanten uit de Berlijnse jazzscene: Mike Majkowski, die ook voor Peter Brötzmann en Han Bennink speelde, op contrabas en Tony Buck op drums.

Drummer Tony Buck
Tony Buck in Utrecht

Daarbij is het misschien het beste om je het trio voor te stellen als een tweetal dat zich soms sjokkend, in draf en soms in galop te paard voortbeweegt of dat zelfs in een snelle en strakke Duitse bolide over de onberispelijke Deutsche Autobahn racet. Reisgenoot Hailu Mergia beweegt zich daarentegen, muzikaal gezien, per kameel voort op alles wat toetsen heeft: piano, Fender Rhodes, Moog synthesizer, Melodica (mondorgel) en accordeon ofwel penspiano, zoals Poels het zou noemen. Hij heeft een ander ritme. Het ritme van de Afrikaanse kameel, niet van het westerse paard. Soms blijkt het schip van de woestijn toch een electrische aandrijving te hebben als hij zich op electronisch keyboard en synth voortbeweegt. De superstrakke drum en bas blijkt een geweldig fundament te bieden voor de onnavolgbare Ethiopiques van Mergia waarbij stilzitten onmogelijk is. Samen spelen ze de sterren van de hemel.

Concert Hailu Mergia in RASA Utrecht

Het wereldmuziekpodium RASA kent vóór het podium een (dans)vloer en daarachter een zittribune. De tribune is voor de helft gevuld en op de vloer voor het podium bevinden zich zo’n 35 mensen, waaronder naast de dertig normalo’s een paar Biodanza-types, wat aanstellerige types die kennelijk de beginnerscursus Afrikaanse Dans 1 gevolgd hebben en het geleerde helaas al te nadrukkelijk willen tonen en een verdwaalde blanke Ras Tafarian met dreadlocks. Het is jammer dat RASA die zittribune openstelt. Had men dat niet gedaan dan was de vloer gezellig gevuld geweest en had de tent wat meer geswingd. Nu zitten mensen statisch op een stoel naar dit concert te luisteren en is de (dans)vloer voor het podium ook maar matig gevuld en dat verhoogt de feestvreugde bepaald niet.

Het trio komt op. Geen applaus. De set wordt rustig opgebouwd. Hailu Mergia toont meteen zijn toetsenvirtuositeit die je wel 1001 nachten lang zou willen horen en gaandeweg blijkt dat de bassist en drummer muzikaal zeker niet voor hem onderdoen. Zij gaan, zoals gezegd, wat meer op de westerse jazztoer waar Mergia de exotische Ethio aan toevoegt. We horen een indrukwekkende bassolo. De drummer laat zich niet kennen, verdubbelt het tempo en dan gaat het los. Hier wordt een heuse improvisatieoorlog tussen drummer en Mergia ontketend met in het midden (ook letterlijk qua podiumsetting) de jonge bassist die partijen als een scheidsrechter en meewerkend voorman uit elkaar houdt, wat hem, tot tevredenheid van het publiek, soms maar gedeeltelijk lukt omdat hij zichzelf ook in het strijdgewoel stort. Partijen gaan mooi tegen elkaar op en in elkaar over. Gesyncopeerde ritmes die de zaal opjutten en dan weer tot kalmte manen, men kiest dan eens voor sferische Ethioswing en op een enkel nummer zelfs voor een wat bluesachtig schema.

Bassist Mike Majkowski (l.) en Hailu Mergia (r.)
Mike Majkowski (l.) & Hailu Mergia (r.) in Utrecht

Hailu waagt zich aan een paar zanglijntjes. Vals. Maar dat hindert niet. Wel mist er iets: muzikale vulling. Soms klinkt het wat leeg met slechts drie mensen. Zeker als Mergia wegloopt bij zijn keyboard om even zijn accordeon om te hangen: dan zijn er in de tussentijd nog maar twee musici te horen die de tijd moeten overbruggen en dat is muzikaal te karig. Een gitarist, misschien wat blazers, wat percussie een xylofoon en / of een zangeres was / waren welkom geweest.

Mergia blijkt een virtuoos op alles wat toetsen heeft. Hij wisselt tussen keyboard en accordeon. Dan is hij weer te horen op een rammelend, beetje vals (en nee, ik bedoel niet het Ethiopische pentatonische qenet systeem) mondorgel waarop hij flink losgaat. De setopbouw is erg goed. Zo zit er een

Hailu Mergia in Utrecht - foto: Jorrit Stevens
Hailu Mergia in Utrecht

duidelijke opbouw in en is er een duidelijk middenstuk waar hij midden op het podium staat met slechts 1 spot aan, die op hem gericht is. In de spotlight laat hij een aantal haast ambient-achtige uithalen horen, goed gedoseerd. Die uithaal wordt keihard beantwoord door het losgaan van drummer en later ook van de bassist. Dit is een vrij spannend intermezzo.

Toch gaat het uiteindelijk pas echt (letterlijk) los(ser) bij de toegift. Dan ontspant de drummer zich namelijk. En de bassist speelt de sterren van de toch al rijkelijk gevulde Afrikaanse sterrenhemel. Mergia en drummer doen haast een wedstrijdje wie het hardst kan slaan. Mergia soms als een bezetene met vlakke hand op de toetsen. Buck idem dito op zijn drums. Vlagen van techno, swing, hiphop-breakbeats in de (ethio)jazz passeerden de revue. Hailu Mergia betovert je met zijn heerlijke muziek.


♣ Jorrit Stevens, tekst & concertfoto’s | Fernweh Magazine

Categorie: Artikelen, Cultuur, Muziek, Recensies

Landgoed Croy: snijboon, de freule en het bier

Landgoed Croy: snijboon, de freule en het bier

by Herman Jansen · okt 16, 2016

Snijboon heette hij. Weinig mensen wisten eigenlijk zijn echte naam. Het deed er ook niet toe, hij had er vrede mee. De magere slungel woonde in het kleine bakhuisje, de enige stapel stenen die overeind was gebleven na de sloop van een oud kasteeltje op het landgoed Croy. Het bakhuisje staat er nu ook niet meer. Op de plek waar het kasteeltje stond, ligt nu een klein natuurgebied met retentievijvers voor opvang van het regenwater van de nieuwbouw die in het Brabantse Aarle-Rixtel uit de grond is gestampt. Het zijn statige witte huizen, gebouwd in een stijl die wel wat doet denken aan het eind van de negentiende eeuw of het begin van de twintigste eeuw, uit de tijd van Snijboon en freule Constance, de laatste adellijke bewoonster van het nabijgelegen Kasteel van Croy.

fullsizerender32

Dat markante kasteel staat er nog. In volle glorie, hoewel het een allegaartje lijkt van bouwstijlen, doemt het ineens op in het boerenlandschap. Freule Constance, als protestantse in Utrecht geboren en gedoopt, leefde een groot deel van haar leven op het kasteel en liet zich twee jaar voor haar dood nog een keer dopen, maar dan tot katholiek. Ze gunde haar protestantse familie niets en liet het kasteel na als een tehuis voor oudjes uit Aarle-Rixtel en Stiphout. Tegenwoordig is het een kantoorpand en dat is jammer, want daarom is het voor de geïnteresseerde reiziger niet te bezoeken.

Afgezien van de auto’s die zo nu en dan iets te hard over de landweggetjes rijden, ademt het landgoed een diepe rust uit. Hier is in de afgelopen honderdvijftig jaar niet veel veranderd. Met een klein beetje verbeelding kun je freule Constance in de kasteeltuin zien zitten schilderen of lezen, want dat waren haar grote hobby’s. Ook Snijboon kun je hier zo zien lopen, langs de streekproductenwinkel en de oude boerderij waar ze eetbare pompoenen verkopen, want pompoenen zijn er niet alleen voor om buiten op een bankje onder het raam te leggen; je kunt ze ook eten.

Snijboon was altijd op zoek naar klusjes op de vele boerderijen die dit gebied rijk is. Als hij klaar was met het vegen van het erf of het uitmesten van de stal, stuurde de boer hem naar zijn vrouw. De boerin stopte wat kwartjes in zijn hand. ‘Koop er maar brood en melk voor,’ zei ze erbij, maar ze wist dat ze tegen dovenmansoren sprak. Snijboon ging linea recta naar de Croyse Hoeve, het café dat op steenworpafstand ligt van het kasteel, en bestelde er een biertje.

En dat kan nu nog steeds. Want de Croyse Hoeve brouwt zijn eigen bier, een traditie die op het landgoed al eeuwen teruggaat. De brouwerij, waar vier verschillende bieren worden gebrouwen, staat naast het restaurant. Het blond bier laat zich goed smaken, heeft qua smaak wat weg van de blonde Chouffe, het kabouterbier uit de Belgische Ardennen. De donkere dubbel is buitengewoon zacht van karakter. Als je na een paar biertjes naar buiten kijkt, waan je je in het verleden en kun je de oude freule arm in arm met slungel snijboon naar het kasteel zien lopen. Op landgoed Croy kan dat, want daar heeft de tijd stil gestaan.


♣ Door: Herman Jansen | Fernweh Magazine

Categorie: Artikelen, Cultuur, Eten & drinken, Reizen

Verlangen naar voodoo

Verlangen naar voodoo

by J. Stevens · okt 9, 2016

S a m e n w e r k e n   a l s   g e i t

Verlangen naar voodoo

Het mystieke Zweedse muziekcollectief Goat was deze week een van onze ‘bonustips’ met hun nieuwe album Requiem, zie: Fernweh Albumtips week Nr. 41 | 2016. Alle reden om wat meer aandacht te besteden aan dit bijzondere collectief.
Goat is een vorm van samenwerken die heel bijzonder is. Het verhaal wil dat Goat een muzikale traditie of muzikale uitlaatklep is, die van generatie op generatie wordt doorgegeven aan een volgende groep muzikanten in het dorpje Korpilombolo in Zweden. Dat is een plaatsje dat, volgens de band zélf, een rijke historie heeft qua voodoorituelen. Met de nieuwe invloeden en eigen inbreng van elke volgende groep kent Goat daarmee ook elke keer een ander muzikaal resultaat, hoewel psychedelische jams altijd het uitgangspunt zijn. Zie voorbeeldfilmpje hieronder.

Het Zweedse collectief Goat gaat gepaard met een behoorlijk wat mysterie en mythe, terwijl de bandleden volledig anoniem zijn (maskers). Daarmee toont Goat exact het tegengestelde van wat in de normale westerse bandwereld en overigens de bedrijf- en organisatiewereld gangbaar is. Daar moet alles (her)kenbaar, transparant, duidelijk, in your face en to-the point zijn. Mysterieuze Afbeeldingsresultaat voor goat bandmythes? Mystiek? Het occulte? Verhullen en het verborgene? Nou nee, daar houdt men daar niet van. En wat er overigens precies wáár is van zo’n mythe van Goat valt te bezien, volgens The Quietus. Maar in ieder geval roept het wel een soort van fernweh op naar dat Zweedse dorpje. ‘Wat zou daar nou gaande zijn?’, vraag je je af.

 Aangezien de Goat-traditie van generatie op generatie wordt doorgegeven aan een volgende groep muzikanten met nieuwe invloeden en eigen inbreng, kent Goat daarmee ook elke keer een ander muzikaal resultaat. Psychedelische jams blijven, zoals gezegd, evenwel altijd het uitgangspunt. Dat is te merken op World Music, het debuut dat de band eerder de wereld in slingerde: kraut- en spacerockAfbeeldingsresultaat voor goat band, tribale percussie, oosterse invloeden en bezwerende zang alsof er in het geheim spreuken over de luisteraar worden uitgesproken. Van de aanstekelijke hit Goatman via de spionage-achtige krautrock van Golden Dawn – als een speelse spacerock-versie van Can – tot het wonderlijke brouwsel Det Som Aldrig Forandras / Diarabi, met zijn grootse en uitgesponnen freakrock in het kwadraat waarmee World Music een zeer waardige afsluiter krijgt: “Dit is een plaat die je van begin tot eind opslokt.” vindt men tenminste bij Kicking the habbit. En zelfs kwaliteitskrant The Guardian bejubelde die plaat destijds als een van de beste van het jaar.
De totstandkoming van liedjes of eerder ‘muziekstukken’ is ook bijzonder. Een bandlid:
“The songwriting process is strange. Normally, when we play together we don’t play songs – we make music – and every time we play is a new time. When we had the possibility to record, we have made songs for the album. It started with the song ‘Goatman’, and that song was recorded just for us. Then Rocket [Recordings] asked us to write some more and we continued. Our songs are never really finished and we never know how they will end up when we start recording.”
– In: “The Quietus – Voodoo Rams: An Interview With Goat”. – 20 December 2014.

Afbeeldingsresultaat voor goat band gifLuister naar de laatste plaat Requiem van Goat die deze week uitkwam. Maar wees gewaarschuwd: laat u niet beheksen of bezweren. Voor u het weet, danst u als een Zweedse sjamaan of prettig bezetene door uw huiskamer. Als u Spotify-gebruiker bent dan leidt deze link u naar hun nieuwe elixer…

Enkele citaten van de internationale (muziek)pers over het eerdere debuutalbum van Goat:

  • Goatman made me pull my shirt off and start quoting Predator 2:

“Voodoo magic. Fucking voodoo magic, man!” – John Doran (TheQuietus)

  • The sound of giant crystal meteorites being fired out from the black hole of a new psychedelic mass -INCREDIBLE!” – Cherrystones (Brutal Music)
  • Tremendous heavy afro psych funk with killer fuzz-wah guitars, stonking afro percussion and furious afro voice” (Optical Sounds)

Afbeeldingsresultaat voor goat band gif
Zo promoot GOAT hun nieuwe CD ‘Requiem’…

Categorie: Artikelen, Cultuur, Muziek

Wittgenstein had humor

Wittgenstein had humor

by J. Stevens · okt 8, 2016

Dat Wittgenstein humor had, blijkt wel uit onderstaande vrij onbekende passage van zijn hand.
Uit de ‘Simplicissimus’: raadsel der techniek.
(Beeld: twee professoren voor een in aanbouw zijnde brug.)
Stem van boven: ‘Lasz abi – hüah – Lasz abi sag’i – nacha drah’n mer’n – anders um!’*
–
– ‘Het is toch onbegrijpelijk, collega, dat een zo gecompliceerd en exact werk in deze taal tot stand kan komen.’

* Oostenrijks dialect, dat ongeveer betekent: ‘Laat zakken – Hé – Laat zakken, zeg ik je, daarna draaien we hem andersom!’
–
–
Image result for wittgenstein
Ludwig Wittgenstein, (taal)filosoof

Bron citaat: ‘Ludwig Wittgenstein – Losse opmerkingen. Een keuze uit de nalatenschap’, geredigeerd door Georg Henrik Von Wright m.m.v. Heikki Nyman, NL vertaling: Het Wereldvenster Baarn, 1979, blz 32

Categorie: Artikelen, Filosofie

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 4
  • Pagina 5
  • Pagina 6
  • Pagina 7
  • Pagina 8
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 23
  • Ga naar Volgende pagina »

Copyright © 2026 Fernweh Magazine · Log in

  • Home
  • Winkel
  • Winkelmand
  • Mijn account
  • Inschrijven voor de nieuwsbrief
  • Cookiebeleid (EU)
Wij gebruiken cookies

Cookies helpen ons om de site goed te laten werken en om te begrijpen hoe bezoekers Fernweh.nu gebruiken. Kies zelf welke cookies je toestaat.

Functioneel Altijd actief
Deze cookies zijn nodig om de website goed te laten werken (bijv. voorkeuren / veilige login).
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt. Deze anonieme gegevens helpen ons om de ervaring van je websitebezoek te kunnen verbeteren.
Marketing
Met deze cookies tonen we partnerlinks en inhoud die past bij onze verhalen en de interesses van bezoekers.
  • Beheer opties
  • Beheer diensten
  • Beheer {vendor_count} leveranciers
  • Lees meer over deze doeleinden
Bekijk voorkeuren
  • {title}
  • {title}
  • {title}